Wijn maar dan anders

Harold Hamersma bezoekt in Parijs een imposante wijnkelder met een tegenvallende keuken.

Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.

Als ik Gare nu Nord uitloop om bij brasserie Terminus Nord aan de overkant mijn traditionele lunch te gebruiken van oesters met Muscadet krijg ik een flyer: ‘Wine Tasting in Paris’. Het is een uitnodiging om voor 60 euro de geheimen van de Franse wijnen te ontrafelen aan de hand van een Engels sprekende wijnkenner, tijdens een boottrip over de Seine. Het zal er niet van komen.

Ik ben in Parijs om de volgende dag de ontwikkelingen te aanschouwen in Bercy Village, en vooral die van het zich daar eveneens bevindende Cour Saint-Émilion, de voormalige achttiende-eeuwse wijnopslag van Parijs, die deels een nieuwe invulling heeft gekregen. De bovengrondse pakhuizen bieden nu plaats aan een keur aan restaurants, maar ik kom er voor Chai 33, een cave à vin waar mij ‘le vin autrement’ wordt beloofd: wijn maar dan anders.

De exploitant heeft daarvoor zijn ambitie flink de ruimte gegeven. De zaak bestaat uit twee gebouwen met een wijnkelder van 250 vierkante meter. Maar omdat – volgens de Engelse wijnschrijver Michael Broadbent – ‘zelfs de duurste wijn nu eenmaal bedoeld is om je eten mee weg te spoelen’ huisvest Chai 33 ook een bistro, een bar en een restaurant. Een fors terras completeert het geheel.

Coups de coeur

Al met al resulteert het bezoek echter in een teleurstelling, hoewel de wijndrinker in mij niets te klagen heeft. Het kelderaanbod omvat meer dan driehonderd wijnen, met het mooiste van het mooiste, incluis een van mijn favoriete Chablis’ (Patrick Piuze ‘Terroir de Courgis’ 2011; 51 euro). En de vader die tijdens de lunch zijn tienjarige zoontje mee laat ruiken aan de door hem bestelde flight van drie coups de coeur-wijnen stal mijn hart.

Maar oei oei, wat was er hier een talentloze binnenhuisarchitect doende geweest. En ai ai, wat jammer dat hij een vriend had die zich voor kok had uitgegeven. Daardoor werd het bijna zonde om mijn Patrick te gebruiken om de visie van Chai 33 op ‘Franse traditie ontmoet de wereldkeuken’ mee weg te spoelen. Even had ik spijt dat ik toch niet aan het net vrijkomende tafeltje bij buurman Boco was gaan zitten. In dit zelfbedieningsrestaurant, waar gerechten van Michelin-sterrenchefs in weckpotten (bocaux) worden geserveerd, zag het menu er aantrekkelijk uit, maar hier was juist het wijnaanbod weer karig: biohuiswijn wit, rood en rosé.

De revanche volgde echter ’s avonds. Ik belandde in Le Marais bij Les Enfants Rouges, twee maanden geleden nog een eenvoudige, kleine bar à vin. Tot de Japanse chef Dai Shinozuka (voorheen Le Comptoir du Relais) en zijn vrouw Tomoko besloten om hun ambities daar gestalte te geven. Niet met een grote hoeveelheid vierkante meters, maar wel met een buitengewoon goed, overigens op Franse leest geschoeid driegangenmenu à 35 euro. En weliswaar telde de wijnkaart geen driehonderd wijnen, maar zelfs uit de veertig die erop stonden kon ik moeilijk kiezen. Mede doordat deze zo buitengewoon sympathiek geprijsd waren, tussen de 25 en 50 euro. Werd het Beaujolais van Foillard, Rhône van Villard of Bourgogne van Tollot-Beaut?

Ik besloot eerst in te drinken met Vincent Carême Vouvray 2011 sec. Gemaakt door een chenin blanc-fanaat. Eentje die zijn passie niet alleen op zijn wijnen overbrengt, maar ook op de studenten van de wijnschool van Amboise waar hij parttime doceert. De overige tijd besteedt hij aan zijn druiven. En dat heeft geresulteerd in een buitengewone witte Loire wijn. Met nerveus dansende zuren, het droge, zoet amandelige van marsepein, en peer, wilde perziken, en sap, veel sap. Bij Les Enfants Rouges voelde ik mij als een kind in een speelgoedwinkel .