Tijd om na te denken over ons bestel

Twee eeuwen nadat Koning Willem I op Scheviningen aankwam, viert het Koninkrijk der Nederlanden zijn 200-jarig bestaan. Of het startsein daarvoor, dit weekend, het juist gekozen moment is, is betwistbaar. De historicus Henk te Velde, lid van het comité dat de festiviteiten organiseert, schreef daarover: vat de herdenking op als een verjaardag die er niet is om terug te blikken naar de geboorte, maar als moment voor bezinning. Maak de balans op van onze democratie.

Democratie zoals wij die kennen, is allerminst wat Willem I voor ogen stond. Wel werden in zijn regeerperiode (1815-1840) de fundamenten gelegd waarop ons huidige stelsel mede is gebaseerd. De Staten-Generaal als vertegenwoordigend lichaam en als wetgever, gesplitst in een Eerste en Tweede Kamer. De Nederlandsche Bank die als kredietinstelling de economie op gang moest brengen. Het eerherstel voor de Raad van State als adviesorgaan. De Grondwet die in 1814 Nederland als eenheidsstaat benoemde. De Algemene Rekenkamer die dat jaar werd opgericht, evenals ’s Rijks Munt. Bovendien werden belangrijke verworvenheden uit de Franse tijd gelukkig ook na de val van Napoleon als principe gehandhaafd: de onafhankelijke rechtspraak en de scheiding van kerk en staat.

Evenredige vertegenwoordiging via het algemeen kiesrecht liet nog lang op zich wachten. Te zeggen dat de zoon en de kleinzoon van Willem I, respectievelijk Willem II en Willem III, daarbij erg behulpzaam waren, zou nogal overdreven zijn. Toch bevestigde de inhuldiging dit jaar van koning Willem-Alexander dat de monarchie 200 jaar na de aankomst van dat fregat, The Warrior, nog op brede instemming van het volk kan rekenen.

Meer vraagtekens zijn er te plaatsen bij het functioneren van de instituties. Is er sprake van een bestel dat passend is voor de 21ste eeuw? Voorbeeld: de macht van de Eerste Kamer die onevenredig groot is voor een orgaan dat niet rechtstreeks gekozen is en waarvan de samenstelling geen afspiegeling vormt van het resultaat van de laatst gehouden nationale verkiezingen. Ander voorbeeld: de Raad van State draagt twee petten, het is zowel een adviesraad als rechtsprekend orgaan.

Het kabinet is bezig met een ingrijpende herverdeling van overheidstaken, waardoor gemeenten er aanzienlijke verantwoordelijkheden bij krijgen. Dat gaat gepaard met de kabinetswens om grotere gemeenten te vormen en provincies samen te voegen, maar die wordt voornamelijk gestut door de noodzaak van bezuinigingen. Een wezenlijke bezinning op de staatkundige inrichting ontbreekt.

Zo blijft de fictie in stand dat de drie bestuurlagen nevengeschikt zijn aan elkaar, terwijl de praktijk is dat de Rijksoverheid het geld verdeelt en dus de macht heeft. Laat er ruimte zijn voor feest, maar ook tijd voor een fundamentele discussie over de vraag of het staatsbestel nog bij de tijd is.