Tien keer meer doden door griep

Aan de Mexicaanse griep overleden in het griepseizoen van 2009 tien keer zoveel mensen als de ruim 18.000 die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) officieel registreerde.

Uiteindelijk eiste de Mexicaanse griep evenveel slachtoffers als een gewone wintergriep. Wel waren ongewoon veel doden jonger dan 65. Het verlies aan levensjaren was daardoor veel groter dan in een gewoon griepseizoen. Noord- en Zuid-Amerika werden het hardst getroffen. Dat schrijven onderzoekers uit de VS, Groot-Brittannië, Nederland en Zwitserland (PLOS Medicine, 26 november).

De Mexicaanse griep is de grieppandemie die niet op een catastrofe uitliep. De griep brak in april 2009 in Mexico uit, nadat hetzelfde virus in de Verenigde Staten al eerder mensen ziek maakte. Het was een H1N1-virus, voorzien van brokstukken van een verre nakomeling van het Spaanse-griepvirus uit 1918. In juni 2009 schaalde de WHO de uitbraak op tot een „matig ernstige” pandemie. Het virus veroorzaakte een „meestal een milde ziekte” zei WHO-baas Margaret Chan er direct bij.

Het was de eerste pandemie van de 21ste eeuw, na de drie in de vorige eeuw. Verreweg de meeste overheden besloten de klaarliggende draaiboeken te volgen: een vaccinatiecampagne uitvoeren en griepdempende medicijnen inslaan.

De WHO registreerde, voor het eerst in de geschiedenis, alleen de doden als het virus door laboratoriumonderzoek bevestigd was. Doden door de gewone wintergriep worden anders geteld. Iemand die griep had en daarna aan een longontsteking overleed, of aan een hartziekte bezweek gold ook als griepdode. De nieuwe schatting gaat uit van dit soort sterftecijfers uit 25 landen en extrapoleert naar de hele wereld. Wim Köhler