Thee en koekjes, geen werk

Om de paar weken nodigt Lodewijk Asscher burgers uit om hun verhaal te horen. „Het is goed om de gezichten bij de verhalen te zien.”

Foto’s Floren van Olden

Marianne den Hartog (62), ontslagen als manager bij een woningcorporatie, weet dat het niet de bedoeling is, maar toch: samen met andere werklozen zit ze aan tafel bij minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) die steeds maar knikt en begripvol kijkt. Zo’n kans krijg je niet zomaar nog eens. Ze zegt: „Ik bied me aan om op het ministerie mee te werken aan de herziening van de sociale wetten. Ik ben ervaringsdeskundige. Ik hoef er eerst ook niet voor betaald te krijgen.”

De thee is dan al bijna op, de meeste zandkoekjes staan nog op tafel. Een voor een hebben ze hun verhaal gedaan: metselaar Nico (52) die niet begrijpt waarom zijn buitenlandse collega’s nog wel op de steigers staan. Janny (63) die honderden brieven per jaar schrijft maar geen werk vindt als secretaresse. Henk (26) die al in 2011 is afgestudeerd in bos- en natuurbeheer. Laborant Esther (22), Marianne. En Abhilash (27), die er eigenlijk niet meer bij hoort. Hij was twee jaar werkloos en lag ’s nachts huilend in bed, maar sinds kort is hij beleidsadviseur bij een gemeente.

Ze schreven allemaal een brief aan het ministerie. Bij Nico was het een idee van zijn vrouw. Esther schreef samen met haar vader. Henk had zijn frustraties op papier gezet en dacht: „Laat ik het nu maar opsturen ook.” Janny en Marianne schreven twee keer.

Asscher nodigt, net als staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken, om de paar weken boze of verdrietige briefschrijvers uit. Het maakt hem „fanatieker”, zegt hij. En wat hij bij de thee hoort van al die ‘gewone burgers’, gebruikt hij in debatten in de Tweede Kamer of bij optredens in het land. De metselaar van deze middag noemt hij een paar dagen later in de wekelijkse persconferentie die hij als vicepremier houdt in Nieuwspoort.

Hij spreekt zijn gasten aan met ‘jij’. Samen vertegenwoordigen ze volgens hem „heel veel mensen”. En: „Het is goed om de gezichten bij de verhalen te zien.” Een voor een zijn het verhalen die vertellen waarom plannen of nieuwe voorstellen van het ministerie niet werken – of nog niet. Komende week verdedigt hij die in de Tweede Kamer bij de behandeling van zijn begroting.

„Ik heb gebeld over die actie van u voor 55-plussers”, zegt Janny van Veen, tot 2011 directiesecretaresse bij een installatiebedrijf. „Maar het UWV zegt dat ik niet kan meedoen omdat mijn ww-uitkering in het voorjaar stopt.”

Er zijn tienduizend extra ‘leerbanen’ beloofd door bedrijven. Maar heeft de sector voor bos- en natuurbeheer al zo’n plan ingediend bij Sociale Zaken? Asscher kijkt naar een ambtenaar aan tafel. Misschien is het wat voor Henk van Duijvenbode, die steeds wordt afgewezen omdat hij geen ervaring heeft. De ambtenaar zegt: „Bosbouw heb ik nog niet voorbij zien komen.”

Bij Esther Leising begint Asscher over haar brief: ze had zich aangemeld voor het project van Mirjam Sterk, ‘ambassadeur voor de jeugdwerkloosheid’, die met uitzendbureau Randstad 10.000 jongeren aan een baan zou helpen. „Ik kreeg te horen dat ik niet breed genoeg inzetbaar ben”, zegt Esther. Ze kon niet meedoen. „Omdat ik een technische opleiding heb.”

Asscher reageert geïrriteerd en zegt dat hij het zal navragen. „Ze zijn er niet alleen zijn voor de makkelijke gevallen.”

Metselaar Nico, die niet met zijn achternaam in de krant wil, zegt tegen Asscher: „Ik weet niet of je zondagavond Het Journaal zag? Mensen worden ontslagen en komen terug als invalkracht. Je hebt geen pensioenopbouw, geen ziekte-uitkering, niks.”

Marianne den Hartog werkte lang als zzp’er en kreeg vorig jaar na haar ontslag uit vaste dienst maar drie maanden WW. Ze zegt dat ze de minister op televisie heeft gezien bij een hulpactie voor de Filippijnen. „Ik wil mijn situatie niet vergelijken met die op de Filippijnen, maar als je werkloos wordt, ben je ook van de ene op de andere dag alles kwijt. Je collega’s, je inkomen. En mijn huis staat te koop.”

Asscher knikt. „Je had je niet gerealiseerd dat je, toen je een tijdje niet in loondienst werkte, het recht op WW verspeelde?” „Zzp’ers hebben geen enkele bescherming”, zegt Marianne den Hartog. „Ik heb in mijn leven 175.000 euro aan premies betaald, maar val nu overal buiten.”

Na anderhalf uur sluit Asscher af. Nico en Marianne krijgen nog uitleg over de nieuwe wet die flexwerkers beter zou moeten beschermen: „Maar die gaat pas over een jaar of twee in. Zo lang kunnen jullie niet wachten.” Tegen Henk zegt hij dat hij wil nagaan of er niet te veel mensen worden opgeleid in natuurbeheer. „En waar wij nog niet zo goed in zijn, zijn plannen voor tussensectoren, zoals die van jou.”

Bij het afscheid lijkt Nico te zijn vergeten bij wie hij op bezoek is. Hij zegt tegen Asscher dat hij wel zwart werkt. „Dat is door de crisis ook minder geworden, toch?”, vraagt Asscher. Nee, zegt Nico. „Dat gaat steeds beter.” Hij vertelt over zijn stacaravan: als hij daar een officieel woonadres van maakt en dus gescheiden leeft van zijn vrouw, die kraamverzorgster is, krijgt hij bijstand. En hij noemt zijn buren: criminelen die na hun vrijlating aan werk werden geholpen. „Dan kom je op ideeën. Als ik iemand neersteek, krijg ik een baan.”

„Ik hoop”, zegt Asscher, „dat het niet zo ver hoeft te komen.”