Studenten zijn geen malle pietjes

Er is veel kritiek op de universiteiten: het onderwijs zou slecht zijn De voorzitter van de vereniging van universiteiten, Karl Dittrich, vindt de kritiek te hard Maar inderdaad, er was veel aandacht voor onderzoek

redacteur onderwijs

On-be-grij-pe-lijk. Karl Dittrich, voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU), spreekt het woord hoofdschuddend uit, lettergreep voor lettergreep. Twee keer.

Het universitair onderwijs heeft de laatste weken flinke kritiek te verduren gehad. Dittrich las deze maand op de opiniepagina van een krant zelfs dat het Nederlandse wetenschappelijk onderwijs het slechtste van Europa is. „In godsnaam, hoe kun je dat zeggen? Ben je dan weleens in het buitenland geweest?”

De student die deze brief schreef, is slechts één stem in het koor van critici. Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) zei in Buitenhof dat het onderwijs op de universiteiten de afgelopen periode is verwaarloosd. En een groep wetenschappers publiceerde een pamflet waarin staat dat de Nederlandse wetenschap gebukt gaat onder perverse prikkels en systeemfouten, met alle negatieve gevolgen van dien voor onderzoek en onderwijs.

Karl Dittrich (61) is sinds november vorig jaar voorzitter van de VSNU, maar is al een leven lang werkzaam in de academische wereld. De kritiek op de universiteiten raakt hem. „Al die buitenlandse studenten die hier komen om te studeren, dat zijn toch geen malle pietjes? Natuurlijk, het kan altijd beter. Dat geldt voor elke sector. Maar dat het onderwijs hier over de hele linie onder de maat is, of slechter dan toen ik studeerde, daar ben ik het niet mee eens.”

Waar komen die kritische opmerkingen dan vandaan?

„We willen in Nederland dat zoveel mogelijk mensen gaan studeren, dat vervolgens zoveel mogelijk studenten hun diploma halen, en dat in de kortst mogelijk studieduur. Dat dit lukt, leidt soms tot opgetrokken wenkbrauwen. Om het voorbeeld van studierendement te nemen: als veel studenten een diploma halen, zeggen mensen: jullie hebben het niveau verlaagd. Maar als te weinig studenten afstuderen, is het verwijt dat het onderwijs niet uitdagend genoeg is en de studenten te lui.”

Universiteiten kunnen het dus nooit goed doen?

„Die doen het bijna altijd goed. Maar je vindt altijd wel een stok om mee te slaan, als je wilt. Ik vind dat de kwaliteit van het onderwijs duidelijk is verbeterd de afgelopen jaren. Er is meer aandacht gekomen voor verschillende leervormen. Ik vind ook dat het studierendement te laag was en dat daar terecht wat aan is gedaan. Studenten zijn harder gaan werken. Daarom zijn de resultaten beter.”

De critici zitten er dus helemaal naast met hun opmerkingen?

„De afgelopen jaren lag de nadruk op de universiteit sterk op onderzoeksprestaties. Je kunt je terecht de vraag stellen of daardoor die andere primaire functie, het geven van goed onderwijs, niet uit het oog verloren is.”

Geeft u eens antwoord op die vraag.

„Ik vind dat we opnieuw naar de balans tussen onderwijs en onderzoek moeten kijken. We moeten af van de al te grote focus op productie in het onderzoek. Dat kunnen we overigens niet alleen. Het moet een internationale beweging worden, want dit is geen uniek Nederlands fenomeen.”

Dat is een goede reden om stil te blijven zitten in Nederland, als bijvoorbeeld de VS en Groot-Brittannië niets doen.

„Dit onderwerp leeft ook in die landen, merk ik als ik internationaal overleg heb. En we zitten sowieso niet stil. In het nieuwe protocol voor onderzoeksvisitaties dat we nu ontwikkelen – en dat in 2015 ingaat – wordt ‘productiviteit’ geschrapt als apart criterium. Het gaat om de kwaliteit van het werk van wetenschappers, niet meer om hun productiviteit. Dat dit criterium uit de visitatierapporten wordt verwijderd, is meer dan een administratieve handeling. Niks menselijks is ook wetenschappers vreemd. Als je wordt afgerekend op productie, dan ga je je daarnaar richten.”

Dit is een belangrijk kritiekpunt van de wetenschappers die betrokken zijn bij het initiatief Science in transition. Zij zeggen ook dat er meer belang gehecht moet worden aan de maatschappelijke relevantie van onderzoek.

„Ze hebben gelijk als ze zeggen dat het productiviteitsdenken op een aantal punten is doorgeschoten. Dat mag minder. En ik ben het ermee eens dat onderzoek relevant moet zijn. Maar ik zeg daar wel bij: wetenschap is topsport. Je moet wel in dat klimaat kunnen gedijen.”

Voor de toppers onder de studenten gaat u binnenkort zogenoemde excellentietrajecten aanbieden. Minister Bussemaker staat een experiment toe met speciale, extra uitdagende colleges. Is dat niet een impliciete erkenning van het feit dat het reguliere onderwijs tekort schiet?

„Het feit dat er excellent tracés bestaan, wil niet zeggen dat de rest niks is. Ons onderwijs is gemiddeld van hoge kwaliteit. Maar er is een groep studenten die boven het gemiddelde uitsteekt. Die kunnen meer aan en hen willen we iets extra’s bieden. Dat is alleen maar goed.”

Voor dat excellente onderwijs moeten ze wel een collegegeld betalen dat twee keer zo hoog is als het reguliere collegegeld van 1.900 euro.

„Dit zijn studenten die in zichzelf kunnen en willen investeren. Ze kunnen er straks vanuit gaan dat ze een betere kans hebben op een goede betrekking dan anderen. Het onderwijs dat we in deze excellentietrajecten willen aanbieden is duurder dan ons gewone onderwijs. Als we dat niet deels verrekenen met een hoger collegegeld, zouden we middelen moeten onttrekken aan het reguliere onderwijs. Dat zou ik doodzonde vinden.”

Dus kunnen straks alleen studenten met kapitaalkrachtige ouders zo’n traject volgen, zoals studentenbond LSVb beweert?

„Dat is een onzinnige stelling.”

Twee keer hoger collegegeld is toch niet niks?

„Je kunt het lenen.”

Dan heb je later meer schuld.

„Ja, maar je hebt ook meer kansen gehad. Ik ben heel benieuwd hoe de individuele student gaat reageren. Als er niemand op de excellentietrajecten afkomt, is er iets mis. Maar ik denk dat er heel veel mensen gaan meedoen, ook als ze wat meer moeten betalen. Wij hadden overigens graag een nog hogere bijdrage van studenten gevraagd: maximaal vijf keer het reguliere collegegeld. Maar goed, daar wilde de Tweede Kamer niet aan.”