Stamppot

Column // Georgina Verbaan

In de dure verantwoorde supermarkt leg ik een eenpersoons magnetronmaaltijd op de band. Het is zuurkoolstamppot en het drijft in een laagje water. Nooit te lang stil te staan bij de aard of oorzaak van een laagje vocht. Het balkje waarmee je boodschappen van elkaar scheidt is hier van hout. Ik leg er twee aan weerszijden van het bakje. Voor mijn bakje stamppot liggen gezinsboodschappen, achter mijn bakje worden zes flessen wijn en een biologische diepvriespizza neergekwakt door een vermoeide vrouw die ik even daarvoor hoofdschuddend „Nee, nee, nee..” had horen jammeren toen ze met haar armen slap langs haar lijf voor de vleeskoeling stond. Ze had erbij gekeken alsof een trio pratende drollen met hoedjes op haar zojuist een oneerbaar voorstel had gedaan. De man van de gezinsboodschappen staat woest bellend in te pakken. „Ik kan nu niet praten, ik sta in de supermarkt.” Hij stopt een doosje eieren in een grote plastic tas, dan een bakje frambozen, een zak tomaten, een glazen fles yoghurt, prei. „Omdat Rudy nooit nadenkt voordat ‘ie iets doet, daarom!” Aanmaaklimonade, waspoeder, twee blikken kikkererwten. „Ik moet nu ophangen, we praten zo.” Een zak kattenvoer, knijpfruit, drie gemberbier. „Als hij zich nu niet een beetje gaat concentreren kan ‘ie Griekenland op z’n buik schrijven!” Hij rekent bellend af en beent weg. „Meneer, uw pinpas!’’ „Godverdegodver. Dank je. Nee, ik zei toch dat ik in de supermarkt sta!? Sorry? Ja, kikkererwten ja.” Pieppiep. „Dat is dan 3,85.” Ik pin. „Wil je er een kaaspapiertje bij?” „Maar ik heb helemaal geen kaas.” „Oh nee, haha!’’ Ik open mijn rugzak om mijn bakje erin te doen. Het vocht beweegt los van de stamppot. Ik draai het bakje om de houdbaarheidsdatum te bekijken en voel de klodder als een baksteen tegen het folie vallen. Nog één dag goed. De vermoeide vrouw wil van de caissière weten of de stickeractie nog loopt. „Nee, mevrouw. Die is afgelopen.” „Maar ik hoef er nog maar één, kijk, hele velletje vol.” „Sorry, de actie loopt niet meer.” „Oh. Maar zijn ze er nog? De kaasplankjes?” „Nee, ze gingen heel hard.” „Oh. Nou, laat die flessen wijn maar zitten dan. Hoef nu niet voor 15 euro aan boodschappen.” „Prima, mevrouw.” „Of, nou nee. Ik hou er twee, en de pizza.” Pieppiep pieppiep pieppiep. „Dat is dan 15,30.”

Goed verhitten en roeren, dan is er niets aan de hand.