Spanning voor Plasterk stijgt

Zelfs de eigen PvdA van Ronald Plasterk is sceptisch over de werkwijze van de inlichtingendiensten. De roep om parlementair onderzoek zwelt aan.

Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) krijgt van de coalitiefracties nog altijd het voordeel van de twijfel. Dat is het goede nieuws voor hem. Evengoed zwelt de kritiek ook in die kringen aan. En dus de twijfel.

De opmerkelijkste reactie komt van de PvdA. Plasterks eigen partij noemt de bevindingen van deze krant over het opereren van de inlichtingendiensten „uitermate zorgelijk”, aldus Jeroen Recourt, een oud-rechter.

Recourt betwijfelt of de diensten binnen de wet blijven wanneer ze inbreken in internetfora en vervolgens de gegevens van alle deelnemers verzamelen.

De diensten lijken in zijn ogen een elementair principe te overtreden: ze worden geacht informatie te verzamelen over verdachten; ze mogen geen informatie inwinnen om zo verdachten te vinden. Deze ‘sleepnet-methode’ is om die reden eerder door toezichthouder CTIVD verworpen.

De werkwijze van de diensten „lijkt me een stap te ver”, zegt Recourt daarom, al wil hij de uitleg van Plasterk afwachten voordat hij een definitief oordeel geeft.

Plasterk heeft in reactie op het NSA-schandaal verscheidene malen benadrukt dat de Nederlandse diensten de wet naleven. Hij herhaalde dit deze week in de Kamer.

Plasterk zei bovendien op de hoogte te zijn van alle methoden waarmee de AIVD mogelijke gevaren voor de democratische rechtsorde bestrijdt. „Alles wat bij de AIVD bekend is, daar kunt u vanuit gaan, is dat ook bij mij”, zei de minister donderdag in de Kamer.

Maar in de Kamer, ook bij de coalitiefracties, groeit de scepsis over het opereren van de diensten. „Ik maak me er zorgen over”, zegt Recourt (PvdA). Ook de woordvoerder van coalitiegenoot VVD, Klaas Dijkhoff, vindt dat Plasterk iets uit te leggen heeft. Hij kan zich voorstellen dat sommige webfora „gericht” worden onderzocht om „bepaalde mensen” te vinden. „Dat doet justitie met kinderporno ook.”

Maar ongericht zoeken in de hoop verdachten te vinden is ook voor hem dubieus. „Als de CTIVD de juridische houdbaarheid betwist, is dat iets dat we moeten bespreken”, zegt Dijkhoff, een oud-universitair docent recht.

De oppositie is al langer sceptisch over Plasterk in deze zaak. Gerard Schouw (D66), die eerder vergeefs onderzoek vroeg, en Ronald van Raak (SP) roeren zich het meest, gesteund door Voortman (GroenLinks).

Nu groeit ook de scepsis bij partijen als ChristenUnie en CDA. Gert-Jan Segers (ChristenUnie) ziet parallellen met de enquête-Van Traa in de jaren negentig naar de opsporingsmethoden van de recherche. „Enthousiaste onderzoeksmensen die hun boekje te buiten gaan.” Ook toen ontbrak de controle. Segers voelt voor eigen parlementair onderzoek. „Dit kan wel eens uitlopen op Van Traa II.”

Ronald van Raak (SP) zegt dat de vertrouwensvraag op tafel ligt. „Als dit waar is”, zegt hij, „heeft de minister onwaarheid gesproken of hebben de diensten hem niet geïnformeerd. Allebei is onaanvaardbaar.”

Gerard Schouw van D66 gaat er na het debat deze week vanuit dat Plasterk bekend was met de nu gebleken opsporingsmethode. Daarmee heeft de minister „een probleem”. Het feit dat Plasterk en zijn voorgangers niet handelden na kritiek van de CTIVD op dit type opereren van de diensten, moet de minister worden aangerekend, vindt hij. „Dit opent de deur naar een enquête”, zegt hij.

Voor Plasterk zijn de komende dagen cruciaal. Als hij zijn eigen partij of de VVD niet weet te overtuigen van de rechtmatigheid van het werk van de diensten, kan hij de politieke greep op de zaak verliezen. De spanning stijgt, de uitkomst is nog onbekend.