Sneller ontslagen, sneller in dienst – hoopt het kabinet

Minister Asscher presenteerde gisteren de nieuwe Wet werk en zekerheid. Het aantal tijdelijke contracten dat iemand mag worden aangeboden, wordt beperkt.

De regels voor ontslag worden eenvoudiger, flexibele contracten worden juist minder simpel door extra voorwaarden, de duur van de ww-uitkering wordt verkort en ww’ers moeten sneller een baan accepteren. Dat staat allemaal in de nieuwe Wet werk en zekerheid die Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) gisteren presenteerde.

Belangrijkste doelen van die hervorming: het ontslagrecht moet eerlijker worden, flexwerkers moeten beter worden beschermd, oudere werklozen zouden makkelijker aan een baan moeten kunnen komen. Door de aanpassing van de ww-regels komen er volgens het CPB structureel 20.000 voltijds banen bij, als er in de cao’s niet te veel ‘reparaties’ komen voor de versobering van de ww.

Politiek gezien kan er weinig misgaan met de nieuwe wet. Vakbonden en werkgevers staan erachter, want zij waren afgelopen voorjaar de partners in de afspraken over hervorming van de arbeidsmarkt. Zoals Asscher zei: „Het kloppend hart van het sociaal akkoord zit in deze wet.” Aansluitend noemde hij het ‘herfstakkoord’ over de begroting van Rutte-II met oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP. Ook die partijen steunen deze wet, wilde hij maar zeggen.

D66 had het ontslagrecht eigenlijk echt ‘soepel’ willen maken, maar schikt zich voorlopig in de voorstellen: een vaste ‘ontslagroute’ en een nieuwe ‘transitievergoeding’ om werknemers aan nieuw werk te helpen. De partij twijfelt wel, zegt Kamerlid Steven van Weyenberg, of het lukt om flexwerkers sneller aan een vaste baan te helpen. Dat is de bedoeling: straks mogen werkgevers aan werknemers nog maar twee in plaats van drie tijdelijke contracten na elkaar aan een werkgever aanbieden.

Ook het CDA valt over dit punt: „Vooral de positie van jongeren is kwetsbaar”, zegt Kamerlid Pieter Heerma. „Dit kan betekenen dat ze er al na twee jaar uitvliegen bij een bedrijf, in plaats van drie jaar met tijdelijke contracten zoals nu.”

Het zijn geen regels die bepalen of werkgevers mensen in vaste dienst nemen, zegt Jurriën Koops, directeur sociale zaken bij de koepelorganisatie van uitzendbureaus ABU. „Dat wordt bepaald door de economie.” De uitzendbureaus zijn volgens Koops blij dat de wet duidelijkheid geeft over het aantal tijdelijke contracten.

Het „verbaast” de ABU wel dat de uitzendbureaus ook de transitievergoeding (maximaal 75.000 euro) moeten gaan betalen, voor werknemers die ontslagen worden. „Deze vergoeding moet mensen ‘van werk naar werk’ helpen – uitzendbureaus doen niets anders dan dat.” Ook kleine ondernemers maken zich hierover zorgen. Tot nu toe hoefden ze geen ontslagvergoeding te betalen als ze hun werknemers om bedrijfseconomische redenen wilden ontslaan. Vanaf 2015 moeten ze elke ontslagen werknemer die twee jaar in dienst is geweest een transitievergoeding geven.

„Het mooie van de transitievergunning is wel dat er een nieuwe invulling wordt gegeven aan het begrip ‘goed werkgeverschap’”, vindt hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp van de Universiteit van Amsterdam. Als bedrijven bijvoorbeeld scholing aanbieden aan werknemers die ze willen ontslaan, kunnen ze de studiekosten aftrekken van de vergoeding.

De wet geeft werknemers op hun beurt bedenktijd over hun ontslagovereenkomst. Als ze er binnen twee weken op willen terugkomen, kunnen ze hun ontslag alsnog aanvechten.