Schrijf een ernstig zieke werknemer niet direct af

Voor medewerkers die er lang uit zijn geweest met een ernstige ziekte is het lastig terug te keren. Werkgever en werknemer moeten weer aan elkaar wennen. En de relatie kan verstoord zijn als de baas weinig steun bood.

Een dag voordat Marcel Jonker zou beginnen bij zijn nieuwe werkgever, zat hij op handen en knieën bij de eerstehulppost. Alleen zo kon hij de pijn in zijn maagstreek verdragen. Met een schuldgevoel meldde hij zich ziek voor zijn eerste maandag. Een week later volgde de uitslag: darmkanker.

Jonker (41) werd in de winter van 2004 geopereerd en is genezen verklaard. Nog steeds is hij vol lof over de goede zorg van zijn werkgever, uitzendbureau Kelly Services, waar hij senior branch manager werd. Van onbekende collega’s aan zijn bed in het ziekenhuis, tot het zorgvuldig opgebouwde reïntegratietraject, dat vijf maanden na de diagnose begon met twee uurtjes per dag. „Heel bijzonder zoals ze zich hebben opgesteld”, zegt hij.

Want het confronteerde hem ook met zijn instelling van vóór zijn ziekte. Als salesmanager bij Monsterboard zat hij tien man op de huid. Verkopen moesten ze, scoren! Een cultuur van altijd maar méér. „Stel dat toen een nieuwe collega vóór zijn proeftijd bij me was gekomen: ik ben ernstig ziek, heb een operatie nodig en moet een half jaar herstellen. Ik vrees dat ik had gezegd: sorry vriend, ik wens je echt het allerbeste, maar we moeten je contract ontbinden. Niet dat ik zo’n vervelende kerel ben, maar zo hard is dat wereldje.”

De carrièrejager in Jonker, nu headhunter bij zijn eigen bedrijf Squad Recruitment, is verdwenen. „Vroeger was ik vooral bezig met heel veel geld verdienen. Dat interesseert me niets meer. Ik was na mijn reïntegratie al blij dat ik liep. De focus en ambitie van voor mijn ziekte was destijds even weg. Ik liep rond op mijn werk, maar had niet het gevoel dat ik er ook echt was. Ik hoop dat mijn ex-collega’s daar niets van hebben gemerkt.”

Vorig jaar waren 21.842 Nederlandse werknemers langdurig ziek (210 dagen of meer), volgens een nota van het ministerie van SZW. Een deel van die groep heeft kanker, dat jaarlijks bij zo’n 40.000 Nederlanders tussen de 20 en 65 jaar wordt vastgesteld. Van hen is gemiddeld 61 procent vijf jaar na de diagnose in leven, volgens cijfers van KWF Kankerbestrijding.

Maar dat wil nog niet zeggen dat zij ook zijn teruggekeerd op de werkvloer. Wie is behandeld heeft in het algemeen net zoveel tijd nodig voor volledig herstel. Moeheid, concentratiegebrek en moeite om te aarden zijn hindernissen bij de eerste stappen terug in een baan. Ook stuiten sommigen op onbegrip, medelijden en kennisgebrek bij de werkgever.

Na ziekte wil werknemer zich bewijzen

„Bij terugkeer na lange ziekte ontstaat een nieuwe match: de mens is veranderd, maar de organisatie ook, zeker in deze tijd”, zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. „Onderzoeken tonen aan dat die terugkeer niet altijd vlekkeloos verloopt. „Nederlanders werken relatief weinig, we moeten het echt van onze productiviteit hebben. Dat betekent dat de meeste arbeidsorganisaties weinig luwte kennen. Vaak probeert de werkgever wel rekening te houden met de herstellende werknemer, maar lukt dat gewoon niet. Ook de werknemer wil zich vaak bewijzen, dat maakt de kans op duurzaam herstel kleiner.”

Wilthagen wijst erop dat Nederland internationaal gezien „heel ver” gaat in de voorzieningen voor ernstig zieken. Zo stimuleert de Wet Verbetering Poortwachter (2002) reïntegratie – door werkgevers en werknemers meer eigen verantwoordelijkheid te geven. Een werkgever mag een werknemer pas na twee jaar verzuim ontslaan. Daarna kan de werknemer nog een WIA-uitkering aanvragen. Ook zijn er voor sommige ziektes aparte voorzieningen. Zo leidt de Netherlands School of Public & Occupational Health sinds 2012 bedrijfsartsen op met de specialisatie oncologie.

Ondanks de goede zorg is het oppassen dat de werkrelatie niet verstoord raakt, zegt Wilthagen. „Zeker in kleine bedrijven tikt langdurige ziekte wel aan. De kosten voor vervanging kunnen flink oplopen, dat is geen basis voor een goede herstart.”

En dat niet elke reïntegratie zo geslaagd verloopt als bij Marcel Jonker, blijkt uit de verhalen van enkele werknemers met wie deze krant sprak. Geen van hen wil met zijn naam in de krant, omdat ze nog voor hetzelfde bedrijf werken, of omdat ze hun voormalige werkgever niet willen beschadigen.

Een grafisch ontwerper vertelt hoe ze in november 2011 werd getroffen door borstkanker. Ze had net na zes jaar haar baan als artdirector opgezegd om als zzp’er te beginnen, met haar oude werkgever als een van de opdrachtgevers. Omdat de diagnose werd gesteld binnen vier weken na afloop van haar contract, had ze recht op een ziektewetuitkering. Dat moest ze echter horen van een vriendin, want vanuit het bedrijf bleef het stil, ook al kwam ze er nog voor opdrachten.

Goh, heb je een nieuwe coupe?

Voor de behandelingen lichtte ze vier goede oud-collega’s in over haar ziekte. „Ik wilde niet dat zij het van anderen zouden horen. Ergens is toen bij de koffieautomaat het beeld ontstaan dat ik geheim wilde houden dat ik ziek was. Heel vreemd, ik heb van weinig oud-collega’s iets gehoord. Sommigen wisten het echt niet. Stond ik met mijn stoppelige hoofd op een bruiloft: ‘Goh, heb je een nieuwe coupe?’ Ja, coupe kanker.”

Ze is het meest teleurgesteld in de leiding van het bedrijf. „Niets heb ik gehoord, geen telefoontje, geen bezoek. Tot ik was hersteld en in een portfolio op mijn nieuwe website ook werk had opgenomen dat ik in dienst heb gedaan. Opeens kreeg ik een e-mail van een van de directeuren: ik zou onterecht werk claimen en oud-collega’s tekortdoen. Heel wrang dat ze me toen wel wisten te vinden.”

De situatie is herkenbaar voor Ragna van Hummel (41), oprichter en eigenaar van Re-turn, een reïntegratiebureau voor (voormalige) kankerpatiënten. Zelf was ze ICT-consultant en met zwangerschapsverlof toen ze in het najaar van 2004 borstkanker bleek te hebben. Nadat ze van een gezonde dochter was bevallen, volgde een zware behandeling met amputatie. „Mijn werkgever gaf me carte blanche, ik kreeg alle tijd.”

Van Hummel was eerst opgelucht, maar werd onzeker nadat ze niets meer hoorde. „Ik wilde na mijn herstel snel beginnen, mezelf nuttig maken. Maar waar moest ik beginnen? Hoeveel uur moest ik maken? Wat moest ik doen als ik doodop was? Moest ik zelf een sportprogramma erbij zoeken? Ik wist het niet, mijn werkgever ook niet. Het ging heel moeizaam.”

Verstoorde werkrelatie

Het leidde tot een verstoorde werkrelatie, waarop ze met een arbeidsongeschiktheiduitkering thuis kwam te zitten. „Ik besefte pas na afloop dat ik me wel degelijk afgeschreven heb gevoeld, terwijl ik het ook fijn vond met rust te worden gelaten. Ik was moe, overprikkeld en miste het overzicht, mijn werkgever wist zich geen raad. We waren beiden van goede wil, maar konden geen grip krijgen op de situatie.”

Van Hummel begon in 2009 met Re-turn, dat intussen elf medewerkers heeft. Ze wil werknemers met kanker, werkgevers, bedrijfsartsen en zorgverleners bij elkaar brengen en nam het initiatief voor het handboek Werken na kanker (2011) en het congres Werk en kanker (2013). „Want zoveel goede werkrelaties zijn naar de knoppen gegaan door kanker, soms alleen door onwetendheid. Het is confronterend als collega’s van je weglopen, of opeens 70 procent van je salaris te krijgen.”

Van Hummel vindt het belangrijk dat voorzieningen voor werknemers met kanker gecentraliseerd zijn. „Eén plek waar herstel en werk op elkaar worden afgestemd is al een hele vooruitgang.” Ze streeft echter vooral naar bewustwording? „Werknemers kunnen zich sneller dan ze denken weer met werk bezighouden. Het biedt een ritme, houvast, afleiding en inkomen. Kanker is allang geen reden meer om werknemers af te schrijven. We moeten werk niet medicaliseren, maar reïntegratie en herstel versterken elkaar juist.”