Politici, laat het CPB niet voor je denken

Eerst even dit: ik voel dikke vette liefde voor het CPB. Ik vind alles wat de economen van het Centraal Planbureau produceren heerlijk. Het boekwerk Keuzes in kaart leer ik elke verkiezingen uit mijn hoofd. Beter dan een verjaardagskado, echt waar. Het zegt namelijk zo ontzettend veel meer over wat partijen willen dan de verkiezingsprogramma’s van de partijen zelf.

In een pagina of vierhonderd analyseren de economen van het CPB het beleid dat politieke partijen willen invoeren als ze in hun eentje aan de macht komen. Wat willen de partijen precies? Hoeveel geld reserveren ze ervoor? Wat gebeurt er vervolgens met de overheidsfinanciën, met de werkgelegenheid, de koopkracht, en de groei? Economisch beleid voeren is pijnlijke keuzes maken; welke keuzes partijen maken – en dus wat hun kernovertuigingen zijn – wordt mij nergens zo duidelijk als in Keuzes in kaart. Nooit opheffen, dat CPB, altijd houden en koesteren. Het is een juweel van een instituut (ook al maken ze soms foute analyses, ook al valt er nog van alles te te verbeteren, dat hoort erbij).

U voelt hem al aankomen, ... er komt nu een ‘maar’.

Het probleem van het CPB is de manier waarop politici met de boekwerken van het CPB omgaan. Het idee is dat politici beleid bedenken en het CPB dat beleid vervolgens ‘doorrekent’. Maar steeds vaker gebruiken politieke partijen die doorrekeningen en andere CPB-boekwerken als een thuiswinkelcatalogus vol snelle bezuinigingen en belastingverhogingen, of vol beleid dat goed scoort bij het CPB (bijvoorbeeld omdat het banen creëert). Ze shoppen er lustig in. Dat is de omgekeerde weg. Dan wordt het CPB de bedenker van beleid, en dat is niet de bedoeling.

Bij de onderhandelingen voor het allerlaatste politieke akkoord in Den Haag – tussen VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en de SGP – lagen de CPB-catalogi op tafel. Reken maar dat erin werd gebladerd: „We hebben nog 500 miljoen euro nodig om de 6 miljard te halen. Effe zoeken.”

En zo kan het dat een akkoord om het gat in de overheidsfinanciën met 6 miljard euro te verkleinen veel minimaatregelen bevat waarvan een gemiddelde kiezer (en een gemiddelde columnist) denkt: huh? Zo kan het dat oppositiepartijen D66, CDA en ChristenUnie afgelopen Prinsjesdag inspiratieloze tegenbegrotingen presenteerden, vol met sprokkelmaatregelen uit de CPB-thuiswinkelcatalogus. Voorbeeld: bij D66 en CDA dook dezelfde cryptische maatregel op: „D66/CDA past de regelgeving rondom alimentatie zo aan dat meer alimentatie wordt betaald. Hierdoor dalen de bijstandsuitgaven met 0,1 mld euro.” De alimentatie-ingreep kwam ook in het uiteindelijke akkoord tussen kabinet en oppositie. Vast niet omdat hiermee een grote misstand wordt gecorrigeerd volgens de vijf partijen. Nee, man, we zoeken nog 100 miljoen!

Hier wordt dus echt beleid gemaakt dat echte mensen raakt zonder dat daar nou per se een politieke overtuiging aan ten grondslag ligt dat het goed en noodzakelijk beleid is. CPB’ers zelf schrikken hier ook van, bekennen ze wel eens in een achterkamertje: dit kán toch niet de bedoeling zijn van ons werk?

Deze week besloot de nieuwe baas van het CPB, Laura van Geest, de doorrekening van verkiezingsprogramma’s minder ambitieus te maken. In de brief die ze schrijft aan de Tweede Kamer proef je het ongemak over de invloed van het CPB op het beleid van politieke partijen. Aan politici de schone taak om daar anders mee om te gaan. Om het lef te hebben om te zeggen: het CPB kan deze maatregel niet doorrekenen, het effect op de werkgelegenheid of de welvaart is onbekend, maar we doen het tóch. Omdat wij het belangrijk vinden. Daar kunnen kiezers best mee omgaan. Sterker nog, het lijkt me een zegen.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie