Overstappen is niet eng, wel voordelig

Iedereen kan besparen op de energiekosten: verwarming lager, dubbel glas en apparaten niet op standby laten staan.

Ook veranderen van leverancier kan veel opleveren. Even de tanden op elkaar en je verdiepen in het aanbod van zeker 25 leveranciers.

De bel gaat. Voor de deur staat een jongeman met een bezorgd gezicht. „Weet u wel dat u relatief veel gas en elektriciteit gebruikt, en dat u flink kunt besparen door over te stappen naar een ander energiebedrijf?”

Hij wekt de indruk dat hij inzage heeft in de verbruiksgegevens. Hij speelt in op de emotie van de onzekere consument.

Maar een telefoontje naar de netbeheerder wijst uit dat de vriendelijke jongeman die gegevens helemaal niet kan hebben. De netbeheerder houdt de verbruiksgegevens bij, en alleen het energiebedrijf dat de stroom en het gas levert heeft inzage. Het praatje aan de deur is een „pure verkooptruc”, zegt de netbeheerder. Net als de man of vrouw die ‘s avonds tegen etenstijd opbelt met een bijzondere aanbieding „speciaal voor u”.

Gas en licht zijn er in Nederland altijd. Als het licht voor langere tijd uitvalt is dat groot nieuws; de leveringszekerheid behoort tot de hoogste in de wereld. Om die levering woedt een harde concurrentiestrijd. Sinds 1 juli 2004 is iedere consument vrij zijn eigen energieleverancier te kiezen. Zeker 25 energiebedrijven dingen naar de gunst van de klant met vele tientallen producten. Vooral de oudere energiebedrijven bieden een duizelingwekkende keus, zegt Ben Woldring, oprichter en eigenaar van de vergelijkingssite Gaslicht.com. Zo biedt Nuon 32 energiepakketten, Eneco 39, en Essent zelfs 52 verschillende.

De ingrediënten: verschillende soorten grijze stroom, verschillende soorten groene stroom, tarieven die voor een bepaalde tijd vast worden gezet, variabele tarieven die met de prijs van elektriciteit en gas meebewegen. En niet te vergeten: welkomstpremies van soms meer dan honderd euro.

Binnenstromende Duitse elektriciteit

Door slim te werk te gaan zijn honderden euro’s per jaar op de energierekening te besparen, althans een deel ervan. Op het grootste deel van de rekening heeft de klant geen enkele invloed; de geleverde energie betreft slechts 45 procent van de totale rekening, de rest wordt bepaald door belastingen op energieverbruik (bijna 37 procent) en netwerkkosten (ruim 17 procent). De energiebelasting is een politiek besluit, bedoeld om de kwalijke gevolgen van energieverbruik voor het milieu terug te brengen. Sinds dit jaar is daar een belasting bijgekomen: de opslag van duurzame energie.

Dit geld gaat naar de stimulering van duurzame energie. De verwachting is dat deze post verder zal oplopen met de uitwerking van het Energieakkoord. Dat akkoord moet in 2020 leiden tot 14 procent duurzame energie.

Ook de netwerkkosten kunnen gemakkelijk verder oplopen. Meer duurzame energie betekent namelijk een nieuwe inrichting van het elektriciteitsnet. Locale collectieven zullen door middel van windmolens en zonnepanelen meer energie gaan opwekken. Het stroomnetwerk moet dat kunnen opvangen. Daarnaast zijn voor windmolenparken op zee nieuwe verbindingen nodig, van zee naar land en, via hoogspanningsleidingen, ook verder het land in. Dan is er nog de stroom die op dagen met veel zon en wind vanuit Duitsland het land binnenstroomt. Er zijn investeringen nodig om die stroom zo efficiënt mogelijk op te vangen.

De traan van Máxima

Die nieuwe inrichting is geen overbodige luxe. Als de balans op het stroomnet wordt verstoord, springen de stoppen en vallen de computers uit. Voor deze balans moeten meer dan 25 energiebedrijven, de lokale netwerkbedrijven en de landelijke beheerder van de hoogspanningsverbindingen, Tennet, samenwerken. Tennet is verantwoordelijk voor het handhaven van de balans in het landelijke elektriciteitsnet. De energiebedrijven melden dagelijks wat ze van plan zijn om de volgende dag af te nemen. In de verschillende dealingrooms proberen teams zoveel mogelijk in de huid van de consument te kruipen om te voorspellen hoeveel energie die de volgende dag zal gebruiken. Schijnt de zon? Is het vroeg donker? Is het een gewone werkdag? Een feestdag?

Meestal gaat dat goed, maar soms doet de consument iets anders dan verwacht. Beroemd is het voorbeeld van 2-2-2002, de zaterdag dat Willem-Alexander en Máxima in het huwelijk traden. De voorspellers gingen uit van een redelijk normale zaterdag met volop draaiende wasmachines en stofzuigers. Ze hadden er geen rekening mee gehouden dat Nederland als één man voor de tv zou gaan zitten en de wasmachines, drogers en stofzuigers uit zou laten. Het verbruik was veel lager dan verwacht. Tijdens de traan van Máxima klapte het landelijk net bijna uit elkaar. Er moest uit alle macht worden ‘afgeschakeld’ om de stroomvoorziening overeind te houden.

‘Onbalans’ – te veel of te weinig stroom in het net – is niet alleen gevaarlijk voor het net, het kan de energiebedrijven ook veel geld kosten. Als er plotseling meer stroom wordt verbruikt dan voorspeld moet er à la minute ingekocht worden op de stroommarkt tegen de hoogste prijs. Als de energiebedrijven zelf niet in staat zijn om die stroom te leveren, koopt Tennet in en presenteert de energiebedrijven de rekening.

Grote bedrijven als Nuon, Eon en Essent hebben zelf centrales waarmee ze kunnen bijsturen, en ingrijpen door Tennet voorkomen. Zij het dat de gascentrales op dit moment op halve kracht draaien omdat er geen geld mee te verdienen is. Terwijl die gascentrales juist snel kunnen schakelen.

Doolhof van leveranciers

Het zijn vooral de logge kolencentrales die op volle toeren draaien, door extreem lage steenkolenprijzen. Wat weer een extra belasting vormt voor het milieu. En geen snelle oplossing biedt als er balansproblemen ontstaan.

De energiebeurs wordt intussen steeds belangrijker als handelsvloer. Daar kan stroom en gas in termijncontracten en op de spotmarkt worden gekocht. Wie handig inkoopt kan zijn klanten gunstige prijzen bieden. En dat was waar de liberalisering van de energieprijzen tien jaar geleden om begonnen was.

Maar de consument die van zijn energieleverancier een brief krijgt met de mededeling dat de stroomprijs naar beneden gaat omdat er voordelig kon worden ingekocht, terwijl de eindprijs hetzelfde blijft omdat de belasting is verhoogd, knippert toch met zijn ogen. Negentig procent van de consumenten begrijpt niet hoe de energieprijzen in elkaar zitten, stelde de Autoriteit Consument en Markt (ACM) afgelopen zomer vast. Ben Woldring beaamt dat de klant „door de bomen het bos niet meer ziet”. Hij kan zonder hulp gemakkelijk de weg kwijtraken in het doolhof van leveranciers en producten. „Als alle aanbieders nou één product boden zou iedereen direct inzien wie echt het goedkoopste is”, zegt Woldring. Maar dat is een utopie. Hij adviseert om regelmatig over te stappen en telkens een contract van maximaal één jaar aan te gaan. Was dat in de begintijd van de liberalisering nog omslachtig – bijvoorbeeld omdat zo’n contract ook weer lastig was op te zeggen – en bespaarde je hooguit een paar tientjes, nu is overstappen een kwestie van een enkele muisklik en kun je er een paar honderd euro mee besparen. „En vooral elke keer na afloop weer een nieuwe keuze maken. Doe je niets dan verval je vanzelf weer in het hogere standaardtarief”, aldus Woldring.

Het zelfvertrouwen van de consument groeit voorzichtig. Toezichthouder ACM constateert dat het aantal overstappers op de energiemarkt toeneemt. Tussen juli 2012 en juli 2013 waagde 13,6 procent de sprong naar een nieuwe stroomleverancier en 13,3 procent naar een nieuwe gasleverancier. Maar wellicht nog belangrijker is de constatering van de ACM dat de gemiddelde consument denkt 84 euro te kunnen besparen, terwijl het prijsverschil in werkelijkheid 451 euro kan zijn. Begin deze maand lanceerde de ACM daarom de campagne: Niks doen kost je poen.