Oh, die rottige bitcoins

Technologie

Carola Houtekamer De koers van bitcoins stijgt snel. Net als die van andere online valuta. Wie rijk wil worden moet investeren. Maar waarin?

Op een harde schijf van de Britse James Howells stond de unieke sleutel tot zijn 7.500 bitcoins. Dat was-ie even vergeten toen hij de schijf deze zomer in de prullebak gooide. Er was een glas limonade overheen gegaan, vandaar.

Inmiddels is die schijf, bedolven onder vieze pampers en rottende courgettes, 6,5 miljoen euro waard geworden. James Howells weet niet of hij nou moet lachen of huilen, zei hij tegen The Guardian. Hij is al gaan speuren op de vuilnisbelt in Wales, maar dat was hopeloos.

Oh, die rottige bitcoins. Ik voel me zo zachtjesaan als Howells, omdat ik nog steeds geen bitcoins heb. Bij elke koersstijging denk ik ‘sukkel, doe iets!’ en ‘nee, nu wacht ik wel tot de koers keldert’. Ik word nooit rijk, zoveel is duidelijk. Ik mis de boot.

Ténzij ik nu in een nieuwe, obscure crypto-currency investeer waar nog niemand van heeft gehoord, maar die straks door de duizend-dollar-grens schiet. Je hebt de oprukkende litecoins, je hebt anoncoins, peercoins, namecoins, zelfs allahcoins. Er bestaan al zo’n honderd soorten en er komen er steeds meer bij.

Ze hebben allemaal hun eigenaardigheden. Anoncoin is anoniemer dan bitcoin, litecoin sneller, peercoin energiezuiniger (want bitcoins berekenen slurpt stroom). En van elke allahcoin gaat 10 procent naar de Moslimbroeders – wat ‘m nu niet zo’n beste investering maakt, gok ik. Hoe dan ook, ik word er hebberig van. Maar welke wil ik?

Kijk naar twee dingen, zegt bitcoinexpert Rutger van Zuidam, die zelf recent in de litecoins stapte. „Om gevoel voor de technologie te krijgen” – al is hij als ondernemer niet vies van een beetje winst. Wat is de acceptatiegraad? Kun je er mee betalen? Anders is het niks dan een beleggingsvehikel. En wordt het geld niet alleen verhandeld, maar ook gemined? De berekeningen waarmee je de coins maakt, kosten heel veel rekenkracht, energie en geld. Hoe meer er gemined wordt, hoe serieuzer mensen de valuta nemen. En dat is goed. Let op, zegt Van Zuidam. Bitcoin kan voor geld weleens worden wat internet voor informatie en communicatie is. En in dat geval gaat alles op z’n kop.

Ach kindje, waarschuwt mijn Zeeuwse ziel, dat digitale geld is too good to be true. Tulpenbollen! Dotcom! Sub-primehypotheken! Tuurlijk, crypto-currency is direct, snel, anoniem, zonder banken die er bonussen van betalen, maar wat is het waard? Dat er maar een vast aantal in omloop kunnen komen is nauwelijks een geruststelling als iedere nerd zijn eigen valuta kan lanceren.

En dan de koersen. Bestel je voor morgen sushi, kost die maki na een grillig beursdagje opeens 12 euro.

Zie ook de afgang van de makers van het CryptoLockervirus, de ransomware die je berichten onkraakbaar versleutelt. De versleuteling gaat er alleen af als je de criminelen losgeld betaalt. Het bedrag stond eerst op twee bitcoins, maar de makers begrepen ook wel dat niemand een maandsalaris wil betalen voor wat wordfiles en foto’s. Ze moesten daarom de prijs noodgedwongen eerst tot één en daarna tot een schattige halve bitcoin verlagen. Niet stoer.

Maar, fluistert mijn hebberiger, randstedelijker ego: jij wéét dat allemaal, van die koersen en die bubbel. Je bent niet zoals de rest. Je bent slimmer, beter geïnformeerd, rationeler. Je stapt nu in, deint mee op de golf van collectieve stupiditeit en stapt er net op tijd met een dikke zak geld weer uit. Zo ga ik het doen. Ik zal beloond worden voor mijn zelfbeheersing en moed. En als dank zal ik 10 procent van de winst aan een goed doel schenken. In greedcoins.