Mijd de banken

Dit mag u best weten: ik probeer zoveel mogelijk geld te verzamelen in mijn leven. Ik ben met een beetje vermogen geboren en het is mijn bedoeling dat dit vermogen groeit zodat ik steeds meer geld heb om uit te geven en een steeds comfortabeler leven kan leiden. Ik hoop dat mijn eventuele nageslacht rijker zal zijn met een steeds grotere keuzevrijheid en kwaliteit van leven en steeds grotere weerbaarheid bij rampen.

Meer geld dus. Dat is mijn doel. Het is niet mijn belangrijkste doel, maar het is wel een doel.

De strategie om dit te bereiken is om geld te beleggen, althans, dat werd mij met de paplepel ingegoten.

De spaarrente is te laag. Inflatie en belasting te hoog, dus het geld moet op een andere manier groeien. Daarom koop ik elke maand een paar aandelen, en ik verkoop het nooit. Niet als het hoog staat, en ik koop ook niets bij als het laag staat. Zelfs niet als „het bloed door de straten stroomt”. Het bloed komt, en het bloed gaat, eindejaarsrally’s en beurskrachs volgen elkaar op, en de aandelen deinen gemoedelijk mee.

Er is één vijand van het vermogen die altijd op de loer ligt: dat zijn de banken zelf, waar je je geld en aandelen noodgedwongen in bewaring moet geven.

De kosten van banken kun je vergelijken met belastingen: bij alles wat je met je geld doet, gaat er iets van af en je kunt alleen maar gissen hoeveel je aan het eind van het jaar over hebt. Elke keer als je iets koopt, of iets verkoopt, betaal je daarvoor. Zelfs stilzitten kost geld, want er moet tenslotte beheerd worden. De bank laat geen mogelijkheid onbenut om ‘advies’ te verkopen, of ‘producten’ of ‘advies over producten’ of iets anders schimmigs zodat ze weer een beetje van mijn bergje kunnen afschrapen.

Eén van de opties is om in beleggingsfondsen te investeren. Dat betekent dat er mannen in dure hoge gebouwen, met dure auto’s en dure pakken proberen om een setje aandelen samen te stellen waarmee je meer geld zou verdienen dan als je gewoon alle losse aandelen van de beurs zou kopen. Die mannen rekenen jaarlijks 1 à 2 procent van je inleg voor hun diensten en nog een woud aan andere kosten die nooit duidelijk zijn maar in de koers verrekend worden. En het vervelende is: dat geld zijn ze niet waard. Want ze maken over het algemeen niet meer winst en lijden niet minder verlies dan alle aandelen van de beurs bij elkaar. Ik heb altijd een beetje medelijden met die mannen in pakken. Ze mogen dan veel geld verdienen, maar ze spenderen hun levensdagen met het verslaan van de willekeur. En de willekeur wint. Niets verdrietiger dan de wetenschap dat je beter niets had kunnen doen omdat je klant dan beter af was geweest. Maar het is wel waar: ze hadden beter niets kunnen doen.

Nu verandert er wel iets. Dit decennium was één slepende marathon aan imagoverwoestende incidenten voor banken. Er moet nu iets gered worden. Dus verborgen kosten worden iets minder verborgen, kleine lettertjes iets minder klein, woekerpolissen schijnen iets minder te woekeren. Je kunt bij steeds meer banken index trackers kopen: beleggingsfondsen die hebben geaccepteerd dat strategie vooral duur is en dat je net zo goed gewoon de beurs kan volgen. En vanaf 2014 is een bepaald soort provisie, de zogenaamde distributievergoeding, verboden. Dat betekent dat de mannen met pakken nu geen smeergeld meer mogen aannemen van andere mannen met pakken om jouw geld in een bepaalde richting te sturen. Het is allemaal een pietsie minder schimmig geworden.

Maar schimmig blijft het, zelfs met de nieuwe transparantie. De enige juiste strategie in mijn ogen blijft daarom om zo weinig mogelijk met banken te maken te hebben. Zo min mogelijk kopen, zo min mogelijk verkopen, zo min mogelijk verzekeren, zo min mogelijk advies, zo min mogelijk gebouwen, zo min mogelijk reclames, zo min mogelijk filialen, zo min mogelijk mannen met pakken, zo min mogelijk slimmigheid. En als het goed is, wordt je vermogen dan ooit zo groot dat je je eigen familiebank kunt beginnen. En je nooit meer iets met ze te maken hoeft te hebben.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.