Met hond is vaak leuker

De schrijver Milan Kundera noemde honden ons venster op het paradijs. Hij is geen uitzondering. In de Schone Letteren worden honden regelmatig de hemel in geprezen vanwege hun trouw en schranderheid.

Over die schranderheid is wel het nodige te doen. De Canadese psycholoog Stanley Coren stelde ooit een intelligentierangorde op voor honden. Daarin worden de topposities ingenomen door herders en, jawel, poedels. Onderaan de lijst bungelen de chow chow en de bulldog. Coren kwam aan zijn lijst door een grote club van hondentrainers te enquêteren over hoe snel je de diverse hondenrassen allerlei trucs kunt bijbrengen.

Tot op de huidige dag zorgt Corens lijst voor gemopper onder hondenliefhebbers. Waarom niet ook gekeken naar sociale intelligentie? En verdienen de basset en de beagle – thans rangorde 71 en 72 – niet veel hogere plekken in het klassement? Dat is de toon van de discussie. Maar vriend en vijand zijn het er over eens dat slimme honden bestaan en dat je ze kunt inzetten voor moeilijke klussen zoals het opsporen van bommen.

Er is nog iets waar veel mensen het over eens zijn: boeken en films worden er leuker op als er een hond in voorkomt. Dat geldt trouwens ook voor wetenschap. Vorig jaar schoof bij Pauw en Witteman een internist aan om te vertellen dat je met een hond – in zijn geval een beagle – een zeer besmettelijke vorm van diarree kunt opsporen. De dokter had de hond eerst geleerd om de geur van dat type diaree te herkennen. Daarna was er een test geweest bij patiënten met en zonder diaree. De beagle ging steeds braaf zitten - het teken dat hij onraad rook - bij de groep met diaree. De hond bleek rapper tot de correcte diagnose te komen dan een laboratoriumtest voor de bacterie die de veroorzaker is van de ellende.

Indrukwekkend. Maar wat detecteerde de beagle? Rook hij echt dat de patiënten besmet waren met die ene bacterie? Of reageerde de hond erop dat besmette patiënten een kamer voor zich alleen hadden? Of zag hij misschien dat de internist begrijpend knikte naar zulke patiënten? Alleen het eerste heeft met echte detectie te maken. De rest is schijndetectie.

Fraaie staaltjes van schijndetectie zijn te vinden in het werk van de Amerikaanse onderzoekster Lisa Lit. Neem het experiment waarin ze 18 ervaren snuffelteams uitnodigde om explosieven op te sporen in een kerk. Terwijl de teams bij het kerkgebouw arriveerden, zagen ze hoe Lit over het terrein sjouwde met metalen boxen waarin geweerpoeder zat. Lit liet de hondenbegeleiders weten dat ze het spul in een paar kerkruimtes had verstopt. Die ruimtes waren vaak, maar niet altijd gemarkeerd met een rode sticker, kregen de begeleiders te horen.

Zouden de honden aanslaan in deze ruimtes? De teams doorkruisten de kerk twee maal en ze namen de tijd. En ja hoor, de honden blaften aanmerkelijk vaker in ruimtes die van rode stickers waren voorzien. Maar – en je ziet het van ver aankomen – er waren überhaupt geen explosieven in de kerk aanwezig. De dieren sloegen aan omdat hun baasjes zich in de buurt van rode stickers nerveus gingen gedragen.

Lits onderzoek laat zien waaruit de schranderheid van honden bestaat: een extreme gevoeligheid voor de subtiele vingerwijzingen van hun begeleiders, ook al hebben die dat zelf niet door. De dog industry die dieren traint voor opsporingstaken was boos op Lit. Haar vertegenwoordigers probeerden Lits onderzoek te dwarsbomen. Maar uiteindelijk verscheen het artikel over schijndetectie toch in het vakblad Animal Cognition. Het was koren op de molen van critici die zeggen dat honden van de snuffelbrigade in feite excuushonden zijn. Met hun geblaf maken ze het onderhuidse vooroordeel van hun begeleiders tegen sommige burgers verkoopbaar.

Met honden is het leuker, maar niet in de rechtszaal. Neem de geursorteerproeven. Daarbij snuffelt de hond aan, pakweg, een wapen en vervolgens moet het dier een keuze maken uit monsters die door de verdachte en monsters die door figuranten zijn vastgepakt. Als de hond het monster van de verdachte eruit pikt, lijkt hij een verband te leggen tussen verdachte en wapen. Lijkt, omdat er nogal wat mis kan gaan. Vooral als de begeleider weet wie de verdachte is. Dan worden de proeven koorddansen zonder vangnet, want de hondenbegeleider kan zijn dier makkelijk in de richting van de verdachte dirigeren. Een paar jaar geleden gaf het Openbaar Ministerie toe dat dit probleem in een paar honderd strafzaken speelde en dat in die zaken de geursorteerproeven riskant bewijs hadden opgeleverd.

Nieuws is weer wel leuker met honden. Energiemaatschappij Enexis kondigde onlangs aan dat het speurhonden gaat inzetten bij het opsporen van kabelbreuken. Het bedrijf had een proef laten doen met twee speciaal getrainde herders. Hun detectie was perfect, vertelde een trots baasje op de televisie. Ha, dat kan mijn oude terriër ook. In Corens rangorde behoort hij tot de middenmoot, maar ik hoef maar een pink uit te steken en hij woelt zo een meter aarde om.