Mannenhaar

In de trein zat een jonge man met lang blond haar. Het haar had een natuurlijk golfje. Veel volume ook. „Wat voor shampoo zou hij gebruiken?” vroeg ik me af. Waarschijnlijk geen. Het was natuurlijk een soort Viking die eens per maand een stuk teerzeep over zijn hoofd haalt en dat is het dan.

Hij had z’n haar mee, maar verder was hij een levend anachronisme. De uitbundige golf, het volume, hij had zo in de band Bon Jovi opgenomen kunnen worden. Tegenwoordig wordt het hipper gevonden om juist kort, opgeschoren haar te hebben, liefst met een baard erbij.

Het is alsof mannen die iets onafhankelijks willen uitstralen eens in de zoveel tijd van bovenaf doorkrijgen wat zij met hun haar moeten doen. Woest en veel van boven (jaren tachtig). Slap en lang en in het oog hangend (jaren negentig). Beetje te lang in de nek en een driedagenbaardje (jaren nul).

Nu, in de jaren tien, is er blijkbaar verordonneerd: een kort Hitlerkapsel, in combinatie met een Che/Castro/Marxbaard (om ook andere politieke stromingen een stem te geven in je uiterlijk).

Mannen hebben waarschijnlijk middenin hun hoofd hun voorraad haar zitten, en dat kan óf van boven, óf van beneden uitgetrokken worden. Nooit alle twee tegelijk, want dan zie je eruit als een zwerver. Hoe nonchalant je ook bent, je moet natuurlijk wel laten zien dat je in staat bent tot zelfverzorging. Anders schrik je de meisjes af.

De man in de trein gooide zijn haar naar achter. Het stuiterde levenslustig terug. „Stel je voor dat je dat hébt, zonder dat het moeite kost!” dacht ik. Daarop begon de man iets met zijn haar te doen dat ik alleen maar kan beschrijven als ‘opwaarts kneden’. Meisjes zie je dat ook wel eens doen. Een lusteloos gebaar, zinloos ook, omdat een krul meestal twee seconden na het kneden alweer vergeten is dat hij niet in mag zakken.

Weg Viking-imago. Meteen ook niet meer onder de indruk. Waarschijnlijk stond hij ook elke ochtend te klooien met conditioner.

En natuurlijk is dit alles geschreven vanuit de innerlijke staat ‘blinde jaloezie’. God heeft mijn haar geknipt uit een stukje hoogpolig tapijt dat hij nog ergens had liggen.

Schrijver en cabaretier Paulien Cornelisse schrijft op deze plek elke week over mensen en wat zij doen.