Lofzang kan echt niet meer

Ze willen niet dat hun biografieën worden gereduceerd tot een verzameling schandaaltjes. Maar die staan er zeker in. „Orangisten én republikeinen zullen er raad mee weten.” Een gesprek met de biografen van Willem I, II en III. Plus recensies van hun vrijdag verschenen boeken.

Halverwege het gesprek komt Jeroen van Zanten met een verrassende mededeling. „Ik heb ernstig overwogen mijn ontdekking niet op te nemen in de biografie over koning Willem II”, zegt de historicus. „Ik wilde niet dat mijn boek over hem gereduceerd zou worden tot deze ene affaire.”

Van Zanten doelt op zijn conclusie dat Willem II gechanteerd werd met zijn homoseksuele affaires. En niet alleen dat: de chantage speelde een rol bij de grondwetsherziening van 1848. Vlak na de presentatie van zijn biografie en die van collega-historici Jeroen Koch (Willem I) en Dik van der Meulen (Willem III) zoemde het nieuws gisteren rond op internet.

Het meest saillante gegeven in de drie boeken die ter gelegenheid van de viering van tweehonderd jaar Koninkrijk der Nederlanden verschenen, betreft zonder meer de gebeurtenissen in revolutiejaar 1848. Willem II, die acht jaar eerder aantrad, stond onder zware druk van liberalen om akkoord te gaan met een grondwet die zijn macht stevig zou inperken. Hoewel hij van nature liberaal was, en onder de indruk van de revolutionaire golfbewegingen in Europa, aarzelde de koning. Maar toen kwam dus dat „laatste zetje”, schrijft Van Zanten: het dreigement van radicaal-liberalen in zijn omgeving – een jonkheer, een journalist en een advocaat – om een affaire van vier jaar eerder te openbaren.

In 1844 had Willem II ene Petrus Janssen verleid, die ten paleize om geld was komen bedelen. Janssen vertelde hierover later aan een journalist: „Na een gebruikelijk beleefdheidspraatje pakte de koning voorzichtig mijn hand en streelde deze met zo’n nerveuze opgewondenheid, zodat het leek dat hij de hand van een liefelijke en bevallige minnares vasthield.” ‘Luister Janssen’, zei de koning. ‘Ik weet zeker dat je een slim en goed mens bent en ik mag je erg graag.’ Hij trok mij vervolgens naar zich toe, gaf me een kus en fluisterde: ‘Geloof me’, Janssen, ‘ik kan een staatsman van je maken, een voornaam man. En, kijk Janssen, ik zal een orde op je borst spelden’.” Later werd Janssen met zwijggeld naar het buitenland gestuurd.

„Tragisch”, zegt historicus Van Zanten, die samen met Koch en Van der Meulen drie kwartier heeft uitgetrokken voor een gesprek over hun zesjarige project. „Elders in Europa stond op homoseksualiteit de doodstraf. Willem II leefde in een schaduwwereld, hij kon nergens met zijn gevoelens heen.” Maar behalve tragisch was het gegeven ook historisch relevant gezien het machtsmiddel dat de affaire aan liberalen gaf in één van de belangrijkste politieke episodes van de negentiende eeuw; reden voor Van Zanten om het voorval toch in de biografie op te nemen, maar voorzien van de nodige nuance.

Het onderwerp tekent de dilemma’s van een koningsbiograaf anno 2013. Van Zanten: „Er waren genoeg mensen die de afgelopen jaren tegen ons zeiden: jullie moéten die koningen ontmaskeren. Jullie móeten de ware kant van het koningschap laten zien.” Dik van der Meulen, die Willem III voor zijn rekening nam: „Een ophemelende biografie kun je vandaag de dag niet meer schrijven”.

Van Zanten: „Het heeft te maken met onze houding tegenover macht en autoriteit. Mensen die hoog zijn gestegen, moeten we per se naar beneden halen. Maar wie zich alleen kritisch verhoudt tot de macht, schrijft geen interessante biografie. Dé opdracht voor een biograaf is de nuance te zoeken, want je moet de mens laten zien, en die is niet alleen maar goed of slecht.”

De drie biografen viel gisteren een waar eerbetoon te beurt. Onder luid trompetgeschal werden hun boekwerken de Nieuwe Kerk in Amsterdam binnendragen. Koning Willem-Alexander nam ze in ontvangst. Hij sprak van een „indrukwekkende” reeks, en typeerde de inspanningen van Koch, Van Zanten en Van der Meulen als „monnikenwerk dat met liefde en toewijding is gedaan”. Eén van de inleiders doopte de drie boeken tot „een waar monument in de Oranje-historiografie”.

Leverde het geen ongemakkelijke gevoelens op om als professionele wetenschappers onderdeel te zijn van zo’n groot nationaal en koninklijk project, gefinancierd bovendien door het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat volgens de biografen 680.000 euro voor de drie boeken uittrok?

Van der Meulen: „Nee, want we kregen juist alle vrijheid om van het Koninklijk Huisarchief gebruik te maken; van enige censuur was geen sprake. Bovendien heb ik nooit zo’n harde deadline gehad als nu met zo’n jubileum. Dat was juist heel stimulerend.” De biograaf van Willem III wijst erop dat belangrijke stukken niet alleen uit het het Koninklijk Huisarchief zijn gehaald. „Veel spectaculair materiaal, zoals over de homoseksuele affaires, was voorhanden in het Nationaal Archief.”

Jeroen Koch, die het boek over Willem I schreef, stelt: „We wilden niet ‘nationaal’ schrijven, maar laten zien welke breukvlakken er in onze geschiedenis zitten. We schrijven dat de Oranjes heel controversieel bij het volk waren aan het eind van de achttiende eeuw, maar dat datzelfde volk zich de Oranjes heeft toegeëigend in de negentiende eeuw toen ze koning werden.” Van Zanten: „Onze boeken zijn rauw. Alle ingrediënten zitten er in. Mensen kunnen van het geboden materiaal een orangistisch potje bakken, maar de republikeinen zullen er ook raad mee weten. Het oordeel is niet aan ons.”

Er wordt vaak gesteld dat koning Willem-Alexander veel gelijkenissen vertoont met Willem I, de koning-kopman die met tal van infrastructurele projecten de economie van zijn land stimuleerde. De koning bovendien, wiens landing op Scheveningen in 1813 vanaf morgen wordt gevierd met allerlei festiviteiten. „Maar de felste debatten gingen juist over Willem I”, verklapt Dik van der Meulen, die samen met Koch en Van Zanten steden als Berlijn, Londen en Sint-Petersburg bezocht om informatie te vergaren over hun drie onderzoeksobjecten.

In de begeleidingscommissie zaten volgens Van der Meulen nogal wat mensen die Willem I „zeer hoog” hadden. Niet zo verwonderlijk, zegt hij, want Willem I staat zeer hoog aangeschreven in de Nederlandse geschiedenis. „Hij heeft niet voor niets een venster in de canon van Nederland gekregen.” In de biografie over Willem I van Jeroen Koch wordt juist aan die reputatie gemorreld. „Maar hij stond dan ook lange tijd op een hoge sokkel”, zegt Koch. „Dat moest een keer fout gaan, want Willem I was geen prettige vent. Hij was veeleisend, streng, zuinig en autoritair.” Koch onthult verder dat Willem I er een tweede gezin op nahield, met vier buitenechtelijke kinderen.

Willem-Alexander mag zijn handelsgeest met Willem I gemeen hebben, volgens van Zanten is Willem II ook een goede inspiratiebron voor de huidige vorst. „Willem II heeft ooit een prachtig intellectuele verhandeling geschreven over Mirabeau, die dicht op de Franse revolutie zat. Van hem had hij geleerd dat duurzaam succes ligt in populair- en zelfs populistisch koningschap.” Mirabeau schreef dat ‘de massa alles is’. „Het strelen, het vleien, het omkopen van mensen” beschouwde hij als „het enige redmiddel”. Biograaf Van Zanten: „Willem II begreep heel goed hoe het spel om de gunsten van het volk werkt. In dat opzicht was hij zijn tijd vooruit.”