Inside out, ballet, Spiegelbeeld

Joyce Roodnat

Jongere. „Raar woord”, zegt Matijs Jansen van toneelgroep Wunderbaum. Achter hem gluurt er eentje uit de coulissen. Ze roept: „Dat zijn wij dus.” Jansen kijkt om, grijnst

geamuseerd: „Ga weg. Jullie zouden als verrassing tevoorschijn komen”. Daar heeft het meisje schijt aan. En die twee meisjes die zich naast haar verdringen ook.

Is dit gespeeld? Nee, dit is echt. Dit is de deal van Inside out, de voorstelling die Wunderbaum maakte met een stuk of wat jongeren uit een besloten jeugdinrichting. Ze spelen hun onhandelbare zelf. Ik hoop dat ze overdrijven, ik vrees van niet. Wunderbaum laat ze in hun waarde en beschermt ze als ze zich te veel laten kennen. Ze schreven ook ieder een scène. Die voert Wunderbaum nauwgezet uit – met hartverscheurend resultaat. Want het mogen geen bijster goeie teksten zijn, dit zijn wel bijster goeie acteurs.

Ja, vind ik ook: jongere is een raar woord. Dit stel laat het zien. Inside Out toont dat deze jongeren oud zijn. Oud van haat, oud van opgenaaid worden. Oud van agressie. Oud van een leven dat je niemand gunt. Oud tegen heug en meug.

In de Amsterdamse Vondelkerk zingt sopraan Charlotte Janssen me van mijn stoel. Ze is jong, van krachten sparen wil ze niet weten. Onverschrokken gebruikt ze haar stem, een geluid vol rode bosvruchten. Zo’n stem waarvan ik het maar vreemd vind dat iemand er ook zomaar mee kan praten.

Dat ik haar meemaak, dank ik aan Opera per Tutti, een instelling die opera ontrukt aan duur en deftig. In hun concertreeks De jonge stukken is een jonge zanger maximaal 35 en zingen ze aria’s die componisten voor hun 35ste schreven. Als dolle veulens schoppen de drie van vanavond leven in een programma waar een blind paard geen schade kan doen. Mozart, Verdi, Beethoven, Rossini.

Ze knallen, alsof ze de eersten zijn die deze muziek uitvoeren. Maar zijn dit jongeren? Dat is zo’n zorgelijke term, hij druipt van weerstand, tegen de ‘ouderen’. Ook de jonge garde van het Nationale Toneel is daar niet mee bezig. Ik zie Nieuwspoort, hun voorstelling over politiek Den Haag. Ze lopen te keten en komen dan unverfroren uit op de ernst van de taal en het belang van theater. Op hun vak dus.

Jonge kunstenaars zijn gedreven, die willen hogerop. Eenmaal boven zijn ze nog nergens. Het is in de kunsten niet eenzaam aan de top. Het is er druk en dus hard werken.

Net als het Nederlands Dans Theater stichtte ook Het Nationale Ballet een speciale groep voor de jongste dansers: de Junior Company. Om ze podiumervaring op te laten doen, heet het, en dat klopt vast wel. Maar het is ook om te profiteren van hun jonge lijven – wel eens een achttienjarige danseres een been langs haar oor zien leggen? Dat gemak! Adembenemend. Binnen enkele jaren kan ze dat niet meer, althans niet meer zó. De eerste voorstelling van de Junior Company is een verrukking. Zelfs wie meent dat ballet gekantkloste aanstellerij is, kan het erop wagen. Dan ziet hij van alles, maar dát nou net niet. Dans is zichtbare muziek. Dans is onwaarschijnlijke controle. Ballet is spektakel en ontroering in één beweging.

Álle junioren zijn goed. En Jessica Xuan is beter. Zij doet mee in een pas de deux uit Het zwanenmeer. Overbekend tutugeval, maar Xuan telt haar jeugd op bij de smart die zij voelt in de choreografie. En zo danst ze als een jonge zwaan die geniet van haar kracht, in de wetenschap dat ze gedoemd is.

Succes is verleden tijd op het moment dat het applaus klinkt.

De Junior Company verdient volle zalen, maar de volgende lichting jonge dansers wordt al geselecteerd. De jongeren van Wunderbaum mogen nog één keer tegen de regels in ‘naarbuiten’, de inrichting uit om te schitteren, op 21 december in Rotterdam. Daarna moeten ze verder met hun leven en dat speelt zich hoogstwaarschijnlijk niet op het podium af.

Op IDFA zie ik Milestones, een film uit 1975 over hoe het Amerika’s radicale jongeren van de jaren zestig is vergaan. Wat is er over van de activist die in de gevangenis belandde? Wat van al die minnaars die de vrije liefde predikten en nu ouders zijn van kleuters? Hoe zen is de zenboeddhist nog, hoe idealistisch de commune? Eens lieten ze zich voorstaan op hun jong zijn. Tot hun verbijstering zijn ze nu, om met Willeke Alberti’s ‘Spiegelbeeld’ te spreken, nog wel jong, maar „niet zo jong meer als ik was”.

Die tragiek geeft het leven diepgang. Zonder die tragiek is er geen kunst.