Gooi nooit iets weg

In een expositie laat ontwerper Paul Smith zien hoe klein hij begon.

Milou van Rossum

Boven: 3D-tekening van de eerste showroom van Paul Smith, een Parijse hotelkamer.Onder: een selectie van zijn ontwerpen.

Dertien jaar geleden verhuisde ontwerper Paul Smith zijn kantoor boven zijn winkel in Floral Street in Londen naar het nieuwe hoofdkantoor van zijn bedrijf aan Kean Street. Nou ja, verhuisde: Smith ging in het nieuwe pand werken en de ruimte in Floral Street bleef al die jaren precies zoals de ontwerper hem had achtergelaten: volgestouwd met boeken, ingelijste foto’s, tekeningen, fietsen, kledingstukken en allerhande gekke en bijzondere voorwerpen die hem waren toegestuurd door fans – Smith (67) kan niets weggooien.

Onlangs werd het oude kantoor alsnog leeggehaald, en niet alleen omdat het er te stoffig dreigde te worden. Het is bijna in zijn geheel overgeheveld naar het Londense Design Museum, waar het deel uitmaakt van een tentoonstelling rond zijn merk.

Hello, my name is Paul Smith heet die, en het is een mode-expositie waar kleding een bijrol heeft. Slechts één ruimte is vrijgemaakt voor ontwerpen van Smith. Daar zijn niet de geklede pakken met vrolijke voeringen te zien die zijn merk zo groot hebben gemaakt, maar opvallender kledingstukken, zoals een kleurrijk, geborduurd mannenjasje uit 1993, een van Smiths persoonlijke favorieten omdat het „zo vrolijk is”. „Dandy, en toch rock-’n-roll”, zegt Smith, die twee Nederlandse journalisten heeft uitgenodigd voor een persoonlijke rondleiding.

Het eerste wat je ziet als je de expositie binnenkomt, is een replica van Smiths allereerste winkel, die hij in 1970 opende in zijn geboorteplaats Nottingham, en die amper drie bij drie meter groot was. Er pasten net een paar planken en een rekje in. Na een ruimte waar vanaf verschillende schermen soms hallucinogene beelden van bloemen en Perzische tapijten op je afkomen – een poging te laten zien hoe het brein van Smith werkt – beland je in een levensgrote 3D-tekening van een hotelkamer. Op het bed liggen een paar gevouwen ‘overhemden’. Ook een verwijzing naar zijn beginperiode, toen hij zijn collecties verkocht vanuit de Parijse hotelkamer waarin hij ook sliep.

„Ik wil jonge mensen hiermee laten zien dat je klein kunt beginnen”, zegt hij . „Iedere modeontwerper lijkt nu zo snel mogelijk te willen worden ingelijfd door een conglomeraat. Maar als je hard werkt en geduldig bent, kun je op eigen kracht veel bereiken, en bovendien je identiteit behouden. Door de macht van de grote huizen gaan alle winkelstraten in de wereld steeds meer op elkaar lijken.”

Smith doet in elk geval z’n best dat laatste te doorbreken: al zijn winkels – hij opent elk jaar nog nieuwe, het zijn er nu ruim 250 – zijn anders ingericht. Maar was het in zijn tijd niet veel makkelijker dan nu om door te breken? „Je kunt zeggen dat er minder competitie was. Maar aan de andere kant waren mensen nog niet zo geïnteresseerd in mode.”

Retrospectief

Een retrospectief mag je de expositie van Smith niet noemen („Dat klinkt alsof mijn carrière voorbij is”), maar evengoed wordt een goed beeld van de man en zijn modehuis neergezet. Zijn eigen fotografie is te zien (Smith schiet zijn eigen advertentiecampagnes), er zijn modetekeningen, spullen die hij voor anderen ontwierp (surfplanken, fietsen), een film die hem volgt op de dag van een van zijn shows, een nagemaakt deel van zijn atelier, en een flinke selectie uit zijn immense verzameling tekeningen en fotografie.

Het einde van de tentoonstelling is een bevestiging van Smiths huidige sterren status. Wie wil, kan zich op de foto laten zetten tussen vier levensgrote kartonnen Paul Smiths. „Every day is a new beginning”, geeft hij via een muurtekst nog mee bij het weggaan.

Tot en met 9 maart, Design Museum London. designmuseum.org. Het bijbehorende boek (50 euro) is verkrijgbaar bij de Paul Smith-winkel in Amsterdam.