Gestolen kunst? Mwa. Als het nou om een auto ging

Gestolen auto’s worden nog weleens opgespoord, 1 op de 2 komt terug Geroofde kunst bijna nooit, zelfs niet als de zaak is opgelost Aan achttiende eeuwse tekeningen is voor het OM niet veel eer te behalen

Bovenaan: ‘De Geboorte van Christus met de Heilige Laurentius en Franciscus van Assisi’ van Caravaggio uit 1609, dat eind jaren zestig door de Siciliaanse maffia ontvreemd werd uit een oratorium in Palermo (de foto onderaan). Het werk belandde in een stal en is later verbrand.

redacteur kunst

Twee twintigers hebben bekend én zijn veroordeeld voor de inbraakin de Rotterdamse Kunsthal. Maar hoe zit het met de zeven kunstwerken die ze mee naar Roemenië namen? Komen die ooit terug?

De kans is klein, zelfs als ze niet in vlammen zijn opgegaan. Want gestolen kunst komt zelden terug.

Wereldwijd ligt het percentage opgespoorde, geroofde kunst rond de 20 procent. Dat getal althans noemt Julian Radcliffe, directeur-eigenaar van het belangrijkste bureau dat zich bezighoudt met kunstroof, het Art Loss Register in Londen.

Een andere kenner gaf, onlangs op een congres met kunstroofdeskundigen, nog een aanzienlijk lager percentage: 1,5 procent.

Het verschil is begrijpelijk: beide cijfers zijn boterzacht. Kenners kunnen niet anders dan met vervuilde gegevens werken, omdat politieagenten bij aangiftes vaak geen verschil maken tussen schilderijen, klokken, sieraden, kandelaren of andere waardevolle voorwerpen.

Dat is in Engeland niet anders dan in Nederland. De enige persoon die zich bij de Amsterdams politie fulltime bezighoudt met kunstroof, Ruth Godthelp, vertelt hoe een collega van haar plastic tuinkabouters en gejatte rode brievenbussen onder het kopje ‘kunst’ had geschaard.

En Jos Klaren, Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), zegt dat het opsporingspercentage niet is te geven. Al was het maar omdat het KLPD pas sinds 2009 kunstdiefstal apart in kaart brengt (inclusief statenbijbels). De gegevens uit deze korte periode (2009-2012) wijzen op een opsporingspercentage van rond de 15 procent.

Godthelp vertelde de Tweede Kamer dit voorjaar over het grootste probleem bij de opsporing van geroofde kunst: de lage prioriteit ervan bij het Openbaar Ministerie. Meer politieagenten inzetten heeft geen zin, zei ze, omdat de zaken die zij aandragen toch sneuvelen in „het justitieel gesprek”.

Kortom: het OM wil niet vervolgen. In vergelijking met moord en mensensmokkel is aan achttiende-eeuwse tekeningen weinig eer te behalen.

En andere objecten dan? Worden die vaker opgespoord?

Auto’s wel. De meest betrouwbare cijfers komen van het Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit en de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit. Beide riepen onlangs om meer urgentie, bij politiek en Openbaar Ministerie, omdat het percentage teruggevonden auto’s langzaam daalt: tot 50 procent vorig jaar.

Met andere woorden: één op de twee auto’s komt terug. Kom daar maar eens om bij een Matisse, Picasso of Monet.

Het Openbaar Ministerie in Boekarest meent dat de moeder van de hoofdverdachte van de Kunsthalroof de zeven kunstwerken, waaronder een Matisse, een Picasso en een Monet, heeft verbrand in haar kachel. Dat is niet ongewoon: kunstdieven die hun buit vernietigen. Volgens Radcliffe, van het Londense Art Loss Register, gebeurt het zelfs bij 20 procent van de gestolen kunst.

Eén geval is beroemd, waaruit direct blijkt hoe argeloos de vernietiging in zijn werk kan gaan. De Geboorte van Christus met de Heilige Laurentius en Franciscus van Assisi, een meesterwerk van Caravaggio uit 1609, werd eind jaren zestig door de Siciliaanse maffia ontvreemd uit een oratorium in Palermo en belandde in een stal. Een informant heeft de politie jaren later verteld hoe de muizen en varkens het doek opvraten. Daarna hebben de dieven het gehavende doek in arren moede maar verbrand.