Geen schaatser heerst als de verlegen Lee Sang-hwa

Zuid-Koreaanse sprintster wint opnieuw 500 meter

Spectaculaire races, spannende strijd. Pure reclame voor het schaatsen, de wereldbekerwedstrijd voor vrouwen op de 500 meter, vrijdag in de fonkelende, maar lege Alauhal in het Kazachstaanse Astana. Volop toptijden onder de 38 seconden, kleine verschillen: de Duitse Jenny Wolf klokte 37,70 seconden, Nao Kodaira uit Japan 37,72, de Amerikaanse Heather Richardson 37,76 en Olga Fatkoeline uit Rusland 37,80. Vlak daarachter Thijsje Oenema, met 37,92 ook voor het eerst van haar leven onder de 38 op een laaglandbaan.

Maar hoog boven dit sterke sprintveld uit torende opnieuw die ene, slechts 1,63 meter lange schaatsster uit Zuid-Korea: Lee Sang-hwa. Olympisch kampioen, meervoudig wereldkampioen, houdster van het wereldrecord. En ook nu in Astana weer veel te sterk voor de rest. Geen enkele onvolkomenheid, perfecte combinatie van kracht en techniek. Na een razendsnelle eerste 100 meter, in 10,19, stond de klok na 500 meter stil op 37,27. Nooit was een vrouw sneller op een laaglandbaan.

„Ik ben heel blij”, sprak Lee Sang-hwa tot de wereldpers nadat ze in 2010 op de Spelen van Vancouver verrassend het goud op de kortste afstand had veroverd. Veel meer dan vriendelijk glimlachen deed ze verder niet. Interviews zijn niet aan haar besteed. In eigen land deed de 24-jarige schaatsster alleen mee aan een commercial voor het automerk KIA op voorwaarde dat ze niets hoefde te zeggen. „Ze is verlegen, bescheiden en bijgelovig”, vertelde haar Canadese coach Kevin Crockett onlangs op de site schaatsen.nl. „Ze denkt dat het ongeluk brengt om te vertellen dat ze zich goed voelt. En als ze zich niet goed voelt, wil ze het ook niet zeggen.”

Haar zwijgzaamheid maakt Lee Sang-hwa voor de concurrentie ondoorgrondelijk buiten de baan. Maar haar prestaties op het ijs spreken voor zich. Zoals Sven Kramer op de lange afstanden heerst de Zuid-Koreaanse dit olympische seizoen tot nu toe op de sprint. Ze rijgt al toptijden aaneen vanaf september, toen ze in Calgary kwam tot 37,30 (en 1.13,66 op de 1.000 meter). Begin november verbeterde ze bij de wereldbeker in Calgary haar eigen wereldrecord van 36,80 naar 36,74. Een week later werd dat in Salt Lake City eerst 36,54 en de volgende dag een futuristische toptijd van 36,36, na een opening van 10,09. Op geen enkele schaatsafstand is bij benadering sprake van een dergelijke progressie.

Concentratie is een deel van het geheim, stelde coach Crockett. „Ze is heel gefocust en kan zich als geen ander afsluiten.” Een genadeloos hard trainingsregime doet de rest. Lee Sang-hwa traint mee met de mannenploeg van Zuid-Korea, met topsprinters als olympisch kampioen Mo Tae-bum en routinier Lee Kyu-hyuk. „De dagelijkse druk om met de mannen mee te komen, zorgt dat ze zo goed presteert”, aldus Crockett.

In 2005 maakte Lee Sang-hwa als 17-jarige een opvallend debuut, met een bronzen medaille op de 500 meter bij de WK afstanden in Inzell. Haar grote doorbraak kwam in 2010, toen ze in Obihiro wereldkampioen sprint werd. Een paar weken later won Lee Sang-hwa olympisch goud op de 500 meter, vóór gedoodverfde favorieten als Jenny Wolf en Beixing Wang. Ze maakte deel uit van een verrassend sterke Koreaanse ploeg, met verder goud voor Mo Tae-bum en Lee Seung-hoon. „ Er zijn geen grenzen meer voor de Koreaanse schaatsers”, jubelde coach Kwan Kyu-kim.

In de aanloop naar Sotsji is Lee Sang-hwa sterker dan ooit. Volgens Crockett zal ze alleen maar verder verbeteren. „Je kunt nooit zeggen dat ze zeker is van goud, maar mijn enige uitdaging is om haar gezond te houden.”