EU op slagveld van twee culturen

De Europese Unie is er niet in geslaagd om Oekraïne met een verdrag aan zich te binden. Maar het lukte de Unie wel zich strijdbaar tegenover Rusland op te stellen.

Oproerpolitie in Kiev hield vrijdagavond betogers tegen op het Onafhankelijkheidsplein. Zo’n tienduizend demonstranten protesteerden daar tegen de weigering van president Janoekovitsj om een akkoord met de EU te tekenen. Foto AFP

Het was vrijdag alom voelbaar in Vilnius: het gevoel van teleurstelling over de mislukte poging van de Europese Unie om Oekraïne aan zich te binden met een handelsakkoord. De tweedaagse top van Europese regeringsleiders in de Litouwse hoofdstad had het spectaculaire sluitstuk moeten worden van vijf jaar vaak moeizame onderhandelingen. Maar Oekraïne kreeg op de valreep koudwatervrees, nadat Rusland met een stevige handelsboycot had gedreigd.

Georgië en Moldavië tekenden in Vilnius wél een voorlopig akkoord met de Europese Unie, en wendden zich daarmee wél westwaarts. De Duitse bondskanselier Angela Merkel prees de twee landen ervoor dat zij de Russische druk hadden weerstaan. Maar ze verborg haar teleurstelling over het besluit van Oekraïne niet. „Ik had meer verwacht”, zei de bondskanselier, waarna ze een glas witte wijn soldaat maakte.

Geen overwinning voor de Europese Unie dus. Maar een nederlaag kon de top evenmin worden genoemd: de EU toonde zich gisteren strijdbaar.

Europese leiders hekelden gisteren Ruslands volgens hen kwalijke rol bij het afketsen van de Oekraïne-deal. „We kunnen niet toegegeven aan zulke externe druk”, zei Europees president Herman Van Rompuy na afloop van de top. „De acties van Rusland zijn onverenigbaar met de politiek van de 21ste eeuw.”

José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, benadrukte dat „de tijden van ingeperkte soevereiniteit voorbij zijn”.

Voor Brusselse begrippen ongekend felle taal, die vijf jaar geleden „ondenkbaar” zou zijn geweest, zegt Europarlementariër Vytautas Landsbergis. Als oud-staatshoofd van Litouwen (1990-1992) kan hij het Russische repertoire aan pesterijen wel dromen. Het gebrek aan begrip hiervoor in West-Europese landen heeft hem altijd geërgerd, zegt hij. Maar na de gebeurtenissen in de Oekraïne de afgelopen dagen en de verontwaardigde reacties daarop stelt hij tevreden vast: „Oost-Europa staat op de kaart.” En ook zonder akkoord met Oekraïne is dat op zichzelf al grote winst, aldus Landsbergis.

De Europese regeringsleiders besloten vrijdag om de komende maanden te blijven praten met Oekraïne. Wellicht dat later alsnog een zogeheten associatieverdrag kan worden getekend. Een voorstel van Kiev om Moskou te laten aanschuiven bij die gesprekken werd resoluut door Van Rompuy en Barroso van de hand gewezen: dat zou Poetins pesterijen belonen. „Als we een verdrag sluiten met Zuid-Korea of Canada nodigen we ook geen derden uit”, zei Barroso. „Dat zou raar zijn.”

Bilateraal zal zeker met de Russen worden gesproken, verzekerde Van Rompuy. Eind januari is een top met Rusland. „Dan zullen we deze kwesties bespreken.” Dan ook moet blijken of Oost-Europa op de kaart blijft staan, en of de EU de confrontatie met Rusland ook echt aandurft.

Officieel mag het geen geopolitieke machtsstrijd heten. Dat de EU de banden met oosterburen wil aanhalen is geen aanval op Moskou, benadrukken Europese functionarissen al maanden.

Het gaat, zo herhaalde ook Van Rompuy gisteren, om het welzijn van het volk van Oekraïne, een land rijk aan grondstoffen (ijzer) en landbouwgrond, maar helaas ook aan oligarchen, waardoor het potentieel onbenut blijft. „Dit soort verdragen zijn voor iedereen goed, ook voor Rusland”, zegt Van Rompuy over het associatieverdrag. „Hoe beter omliggende landen economisch presteren, des te beter Rusland presteert.”

Ook de EU kan profiteren. De export ligt in veel Europese landen zo’n beetje stil. In Oekraïne, Georgië en Moldavië wonen miljoenen hongerige consumenten en goedkope arbeiders. En als je mensen daar perspectief biedt, zijn ze wellicht minder geneigd om hun geluk te beproeven in de EU. Vooral illegale immigratie uit het straatarme Moldavië is al jaren een groot probleem voor Europese grensbewakers.

Maar geopolitiek speelt onmiskenbaar een rol, schreef historicus en Oost-Europa-kenner Anne Applebaum gisteren in haar column in The Washington Post. Zij ziet Oekraïne als een slagveld van twee politieke culturen: „De cultuur van instituties en van de rechtsstaat, belichaamd door de Europese Unie, en de cultuur van juridische willekeur, belichaamd door de Russische president Vladimir Poetin.” Natuurlijk, de EU kan wegblijven uit Oost-Europa, en de Russische macht daar als een voldongen feit zien. Maar het punt is, zegt Applebaum: de Russische invloed stopt niet bij de Poolse grens.

Poetins economische macht in de EU is juist in de afgelopen sterk gegroeid. Duitsland is al voor 44 procent afhankelijk van Russisch gas, Nederland voor 20 procent, aldus cijfers van de Europese Commissie. De gebouwen en paleizen in Vilnius waar Europese regeringsleiders de afgelopen dagen bijeen waren, worden uitsluitend met Russisch gas verwarmd. En wie de Champions League volgt kan niet om de reclames heen van hoofdsponsor Gazprom.

Europa verdedigde gisteren meer dan alleen het recht van Oekraïne om zelfstandig en zonder inmenging beslissingen te nemen. Het verdedigde zichzelf.