En die nivellering noemen ze ‘leuk’

In februari wordt hij zeventig, wat zal hij zich nog druk maken? Willem van Hanegem genoot deze week van Ajax, maar ergert zich aan de juichcommentaren, aan Fox, maar vooral aan dat rondspelen van de bal achterin. „Ik wil dat pushen vaker zien.”

Geregeld loopt Willem Van Hanegem met zijn vrienden op de golfclub negen holes. Het balletje vol raken, hij geniet ervan. Foto ROBIN UTRECHT

Gaat Willem van Hanegem boodschappen doen, bij de Albert Heijn, om de hoek in Overveen, dan kan hij een eeuwigheid wegblijven. Staat De Kromme tussen de schappen, leunend op zijn winkelwagentje, te kletsen met zijn vriend de Ajax-supporter en vergeet hij de tijd. „Die man is net als ik, hij houdt van voetbal en hij houdt van zijn club. Als hij Ajax de bal achterin ziet rondspelen, van de rechtsback naar de keeper, van de keeper naar de linksback en weer terug naar de keeper, dan zit die man zich op te vreten. Laatst riep hij dat hij er niet meer tegen kon. Hij wilde zijn seizoenkaart verscheuren. Ik kan me dat zo goed voorstellen. Die man komt zijn hele leven al bij Ajax en wil Ajax-voetbal zien, gedurfd voetbal, boven op de tegenstander zitten, pushen, naar voren voetballen.”

Zoals dinsdag gebeurde, tegen Barcelona nog wel. Woensdag had Van Hanegem de boodschappentassen al gepakt. „Maar ik dacht: ik ga niet ook.” Niet omdat hij zijn Ajax-maat wilde ontlopen, maar vanwege de opportunisten die hij tegen het lijf zou lopen, de mooiweersupporters die na één knappe prestatie meteen zo doorslaan.

Hij kan daar slecht tegen. En als hij, zoals dinsdag, de juichcommentaren op televisie hoort, zit hij te knarsetanden. Aad de Mos, net als hij oud-trainer, riep op Sport 1 dat Ajax nu in één keer zo veel stappen had gemaakt. „Dan denk ik: Aad, ik vind je een aardige vent, maar doe alsjeblieft even normaal. Ajax heeft nog niets bereikt.”

Volgens Van Hanegem is het tekenend voor de malaise in het Nederlandse voetbal dat de 2-1 zege van Ajax op Barcelona zo oorverdovend werd bejubeld. „Omdat we internationaal niks meer voorstellen, blazen we elk succesje gigantisch op.”

Ook Van Hanegem was blij met de Ajax-zege, omdat die goed is voor het aanzien van het Nederlandse voetbal. En hij heeft Frank de Boer en Dennis Bergkamp hoog zitten. „Zoals ze bij Ajax over voetbal denken, is geweldig. Maar ik wil dat explosieve, dat pushen vaker terugzien dan in één Champions League-wedstrijd tegen Barcelona. ”

Als trainer propageerde Van Hanegem het risicovolle spel waaraan Ajax zich dinsdag tegen Barcelona waagde. In 1993 werd hij er met Feyenoord kampioen mee. En bij zijn laatste club, FC Utrecht (waar hij in 2008 opstapte), probeerde hij ‘het hele zaakje’ ook naar voren te duwen. Stond hij op de training met open bek naar zijn jongens te kijken. „En dan dacht ik: zó hé, die gasten kunnen echt goed voetballen.” Maar in de wedstrijd viel het dan vaak toch tegen. „Omdat dominant voetballen heel erg nauw luistert. Eén verdediger die niet aansluit, of één aanvaller die niet meeverdedigt, kan al funest zijn.”

Dominant voetballen is moeilijk, maar je kunt er goed op trainen, aldus Van Hanegem. Bij Feyenoord, bij Utrecht en ook bij de andere clubs die hij trainde, het Saoedische Al Hilal, AZ en Sparta, liet hij zijn jongens uitentreuren partijen spelen zonder keepers, zonder doeltjes. „Dan dwing je die gasten om de hele tijd te kijken en te zoeken: wie kan ik aanspelen, waar liggen de ruimtes? ”

De wereldvoetballer Van Hanegem, linkermiddenvelder, spelbepaler en nummer 10, was een teamspeler bij uitstek. „Alleen met zulke voetballers kan een team domineren. Je moet denken in het belang van het elftal. Voetballen is niet vragen om de bal en als je ’m hebt, gaan verzinnen wat je ermee gaat doen. Voetballen is een teamgenoot zo aanspelen dat hij verschillende opties heeft om de aanval voort te zetten.”

Bij de club die hem in het hart zit, Feyenoord, verdwijnt de vaart te vaak uit het spel omdat te weinig spelers teamgericht denken. Dan ziet Van Hanegem de rappe rechtsbuiten Ruben Schaken de bal krijgen, maar die kan er niets mee. Omdat er net even geen ruimte is om zijn snelheid te benutten. Dus is Schaken op het verkeerde moment aangespeeld. „Als zo’n jongen de bal moet aannemen en gaan lopen zoeken naar een afspeelmogelijkheid stokt de aanval. En het ziet er dan vaak nog lullig uit ook.”

Is dat de schuld van de trainer? Doet Koeman het niet goed? „Misschien gaat Koeman ervan uit dat spelers van Feyenoord net zo goed kunnen voetballen als hij dat kon. Of dat ze in elk geval zo kunnen denken als hij.” Van Hanegem haalt zijn brede schouders op. Kritiek op Koeman, kritiek op Feyenoord, het wordt hem niet in dank afgenomen. Bij de supporters kan hij weinig kwaad doen. Die knikken instemmend als Van Hanegem in zijn column in het AD, of in een analyse op tv, hun club op de korrel neemt. Zij weten dat Willem foetert uit liefde voor de club. „Maar de directie heeft lange tenen.” Op de burelen van Feyenoord schieten ze meteen in de stress als hij het opneemt voor de oude Kuip en zich tegen het plan voor een nieuw stadion keert. Of als hij, zoals onlangs op TV Rijnmond, stelt dat Feyenoord zwalkt omdat de hiërarchie binnen de club ontbreekt. Volgens Van Hanegem is algemeen directeur Eric Gudde niet opgewassen tegen technisch directeur Martin van Geel, kan Van Geel op zijn beurt niet tegen Koeman op en durven de spelers niet in discussie met Koeman te gaan. Door dit alles is er bij Feyenoord te weinig samenhang.

„Dat vatten mensen dan op als een persoonlijke aanval. Ik snap daar niets van. Ze denken zeker dat ik een dubbele agenda heb, dat ik voorzitter, directeur of trainer wil worden. Maar eigenlijk snap ik het ook weer wel. De mensen die zich mijn kritiek zo aantrekken, zitten alleen maar voor hun eigen hachie bij de club. Ik heb maar één belang: Feyenoord. ”

In februari wordt hij zeventig, wat zal hij zich nog druk maken, zegt Van Hanegem. Maar hij doet het toch. „Omdat ik zo verschrikkelijk veel van dat prachtige spel houd.” Geregeld loopt hij met zijn vrienden op golfclub Houtrak bij Halfweg negen holes. Of nog een paar meer. Het balletje lekker vol raken, precisie meegeven, hij geniet ervan. Ook van de omgeving. Hij voert altijd een fotocamera in zijn tas mee. Voor het geval er zo’n prachtig hert met groot gewei uit de ochtendnevel opdoemt, een vos met een balletje aan de haal gaat, een buizerd zijn opwachting maakt, of een containerschip in de verte voorbij vaart.

En na het golfen neemt hij plaats aan de ronde tafel in het clubhuis en is het al gauw weer praatje voetbal.

Hij baalt van Fox, het tv-station dat zich van steeds meer voetbalrechten meester maakt. Van Hanegem de analist is min of meer aan de kant geschoven, waarschijnlijk omdat ze hem een ouwe zeur vinden. Willems gemopper past niet in de Goed Nieuws Show van het supercommerciële Fox. „Kees Jansma zou me bellen over het aanschuiven bij grote wedstrijden. Nooit meer wat gehoord. Misschien is z’n beltegoed op.”

Van Hanegem gruwelt van Fox. „Als iets niet goed is, zeg ik dat. Ik zal de dingen nooit mooier maken dan ze zijn. Maar Fox doet dat wel. Die laten Sierd de Vos wedstrijdjes in de Jupiler League becommentariëren. En Sierd roept dan heel hard ‘goal’ en ‘koekoek’ en bij Fox denken ze dan dat ze zo meer klanten trekken. Onzin.”

Het Nederlandse clubvoetbal is danig in verval, maar Fox hemelt de eredivisie en zelfs de eerste divisie op. „Tegen beter weten in. Ze weten dat het niet goed is, maar de nivellering maakt het spannend en dus noemen ze het leuk.”

Leuk, het woord doet Willems gezicht vertrekken. „En iedereen neemt het over. Leuk. Maar wat is er leuk aan een foutenfestival? Elke wedstrijd is slapstick. Nou, ik kan er niet om lachen. In plaats van het leuk te noemen, zouden we ons moeten afvragen hoe we het voetbal beter kunnen krijgen. Zo ingewikkeld is dat niet.”

O nee?

„Nee. Iedereen verschuilt zich achter dooddoeners als ‘onze beste spelers gaan naar het buitenland’ en ‘we kunnen financieel niet meer tegen de Europese topclubs op’. Maar zo veel landen raken hun beste spelers kwijt en in mijn tijd werd er ook overal beter betaald dan hier. Oneerlijke concurrentie is niet ons probleem, maar de manier waarop we onze voetballers laten spelen. Die is veel te angstig.’

Het Nederlandse voetbal verloochent zichzelf. „We voetballen met de angst een pak slaag te krijgen. Daarom gaat die bal achterin bij Ajax ook zo vaak tergend langzaam rond. Laat toch zien dat je ook kan voetballen. En dan krijg je maar eens een keer een draai om je oren. Kregen wij met Feyenoord twintig jaar geleden ook, van Ajax. Maar de volgende wedstrijd speelden we gewoon weer vol op de aanval. En mooi dat we kampioen werden.”

PSV, ook zoiets. De jonge ploeg van Phillip Cocu begon het seizoen met frank en vrij aan te vallen, kleunde een paar keer mis en werd een weifelend elftal. „Je zag de angst erin sluipen en toen dachten ze: misschien gaat het beter als we Toivonen erin zetten. Nou, dat ging het dus niet. Je wilt toch niet samenspelen met een gozer van wie je weet dat hij eigenlijk helemaal niet meer bij jouw club wil voetballen?”

De winst van Ajax-Barcelona moet zijn dat het de ogen opent. „Van iedereen in Nederland, ook van die gasten van Ajax zelf. Zie je nou wel, als je maar durft, als je maar explosief wilt zijn. Dan kun je zelfs van een van de beste ploegen van de wereld winnen.”