‘eigenlijk ben ik nog steeds met haar’

„Twee, drie keer in de week droom ik nog over haar. Zij en ik samen met de kleine Nina, ergens in een huis in Dar es Salaam, in Bangalore, in de Costerstraat in Paramaribo of aan de Lindengracht in Amsterdam.

„Op 4 juli 1983 stapte ze over het tuinhekje van mijn villa aan de Dadelstraat 22 in Oranjestad op Aruba. Ik woonde al tweeënhalf jaar alleen op dat eiland. Ze had lang, rood haar tot over haar billen en droeg een spijkerbroek. ‘She’s mine’, dacht ik. Pure hebzucht. Onze ‘mondiale trip’, zoals Dieuwke zegt, duurde tien jaar (ik noem haar Dieuwke). Een fantastische tijd.

„Als je me niet meer ziet zitten, ben ik weg hoor, zei ik altijd. Uit hoogmoed. Toen we, dwars tegen onze bedoelingen in, niet in staat bleken om bij elkaar te blijven, scheurde mijn hart in drie stukken. Ik was een kunstartiest en door de malaise in de filmwereld kon ik de boterham niet thuisbrengen. Daardoor was er een machtsongelijkheid tussen ons ontstaan. Maar we waren ook beiden avonturiers – niet vies van het andere geslacht – die elkaar niet trouw konden zijn. Als we ouder en volwassener waren geweest, hadden we misschien andere keuzes gemaakt.

„Eigenlijk ben ik nog steeds met haar, omdat ik nog steeds van haar hou. Dit zijn dingen die niet eindigen, zeker niet als je samen een kind op de wereld hebt gebracht. Tenminste, als je goed bij je hoofd en bij je hart bent. Toch is het bijzonder dat zij mij heeft toegestaan om een goede vader te zijn voor Nina, dat ze heeft ingezien dat ze ons contact moest laten houden. Veel mannen is dat niet gegund. En mijn bijdrage is dat ik de scheiding geaccepteerd heb, dat ik heb ingezien dat de man niet veel meer dan een bijgoochem is, die de wil van de vrouw te volgen heeft omdat zij nu eenmaal de macht heeft. Ik vind het kranig van ons dat we ondanks alles samen zijn gebleven in onze liefde.”

Brigit Kooijman