De onvermijdelijke ‘klinische blik’

Zelfs over een gebroken been is discussie mogelijk. Een scheurtje in het bot. Is dat een breuk? Moet dat been in het gips? Medische diagnostiek kan bij iedere ziekte een onduidelijke uitslag geven.

De psychiatrie ligt het zwaarst onder vuur. Met de psychiatriebijbel DSM in de hand, vol af te vinken lijsten met symptomen, kan „iedereen die kan lezen tegenwoordig wel een diagnose stellen”, zo wordt gesmaald over psychiaters. In werkelijkheid is de ervaring met het ziektebeeld belangrijk, de klinische blik. Vroeger had ieder land, iedere stad, iedere universiteitskliniek zijn eigen traditie. De DSM is er juist gekomen om enige eenheid in psychiatrische ziektebeelden te brengen. En is daarin geslaagd. Maar toch, de klinische blik verandert met de tijd. Er zijn modes. Er zijn wetenschappelijke scholen. Er is commerciële invloed van de pillen- en apparatenindustrie.

Zoals Sander Voormolen verderop in deze bijlage beschrijft, wordt in de psychiatrie driftig gezocht naar biologische testen. Die moeten duidelijkheid brengen.

Want wat zou dat handig zijn! Je geeft wat bloed, je gaat een half uurtje in een hersenscanner liggen, je haalt een wattenstaafje langs je mondhoek. En kort daarna weet je wat je hebt. Een burn-out, een depressie, ADHD, iets in het autistische spectrum, een bipolaire stoornis, schizofrenie.

Maar ook dan blijft de vraag bestaan of de ziekte wordt bepaald door de ernst van de klacht van de patiënt, of door de uitslag van de test.

Zoals ook bij lichamelijke ziektes wel gebeurt. Een arts die een patiënt met uitstralende, langdurige rugpijn in de MRI-scanner legt en een hernia van uitpuilend zenuwweefsel bij de ruggewervel ziet, zal daar willen opereren. Maar berucht zijn de operaties aan geconstateerde hernia’s die de rugpijn níet verhelpen. En beroemd zijn de beelden van duidelijke hernia’s bij mensen zónder rugpijn.

Bij het ontwerp van de dit jaar uitgekomen DSM5 was een belangrijk discussiepunt dat psychiatrische ziekten nu juist in alle varianten tussen normaal en stapelgek bestaan. De grens tussen ziek en gezond is dus een kwestie van een afkapwaarde.

Niet alleen over botbreuken is discussie. Is er een probleem opgelost als er een diagnostische test is voor ADHD? Of voor andere psychiatrische ziekten? Vergeet het maar. Een scherpe grens tussen wel of niet ziek is er niet.