CoolCat en krant: hoe kwam het en is het te voorkomen?

Nachtmerrie van een journalist: je krijgt een leuk verhaal aangereikt, primeurtje ook nog, en een dag later blijkt het compleet verzonnen. Erin getuind. Erger: besodemieterd. Dit was geen aprilgrap meer, maar een professionele vorm van bedrog door activisten Het overkwam NRC Handelsblad vorige week. De krant plaatste een bericht over een ludieke inruilactie van kledingketen

Nachtmerrie van een journalist: je krijgt een leuk verhaal aangereikt, primeurtje ook nog, en een dag later blijkt het compleet verzonnen. Erin getuind. Erger: besodemieterd.

Dit was geen aprilgrap meer, maar een professionele vorm van bedrog door activisten

Het overkwam NRC Handelsblad vorige week. De krant plaatste een bericht over een ludieke inruilactie van kledingketen CoolCat: nieuwe kleding voor oude (Topman roept minister Ploumen op ‘jurkjes’ bij te dragen, 22 november). Inclusief kenmerkend pittige quotes van CoolCat-eigenaar Roland Kahn.

Probleem: niets van waar. Redacteur Economie Barbara Rijlaarsdam had zich gebaseerd op een persbericht van een ‘mediabureau’ dat haar belde en zich voordeed als spreekbuis van CoolCat. Ook de citaten van Kahn werden aangeleverd door dat bureau. In werkelijkheid ging het om een actiegroep, die CoolCat via de krant onder druk wilde zetten zich uit te spreken over de omstandigheden in textielfabrieken in Bangladesh.

De krant plaatste nog diezelfde avond een uitgebreide correctie, met spijtbetuiging van de hoofdredactie en verklaring van CoolCat, op de site. Een dag later volgde een correctie in de krant, op dezelfde pagina als het bericht. Terecht, een ‘normale’ fout voor de rubriek Correcties en Aanvullingen was dit niet.

De redactie Economie maakte intussen een minutieuze reconstructie van de gang van zaken en deed aanbevelingen die na beraad op de redactie in het Stijlboek zullen worden opgenomen.

Hoe kan zoiets gebeuren, en welke lessen zijn er voor de krant uit te trekken?

Allereerst: het is niet ongebruikelijk dat pr-bureaus spreken namens een bedrijf of organisatie. De krant wordt ermee gebombardeerd. Maar dit bureau, dat de verslaggeefster donderdagmiddag belde en ‘onder embargo’ het primeurtje aanbood, was haar onbekend. Ze googelde het bedrijf dus, en vond inderdaad een site van het marketingbureau.

In het telefoongesprek bood de ‘woordvoerder’ een interview aan met Kahn – maar onder tijdsdruk nam de verslaggeefster de volgende ochtend, vrijdag, genoegen met het persbericht en een op verzoek nog wat „feller” citaat van de topman, dat per mail werd aangeleverd. CoolCat zelf werd niet gebeld, want er was geen argwaan gerezen.

Was het te voorkomen geweest door extra kritisch te blijven bij de lawine aan persberichten en woordvoerders die de krant dagelijks binnenrolt?

Behulpzamer dan zo’n oproep om je houding bij te slijpen zijn handvaten hoe je moet handelen. Journalistiek is een praktisch beroep: wat moet je doen?

Ook al omdat tijdsdruk de redacteur, die het berichtje die ochtend nog even snel moest maken, parten speelde: dan kan de intuïtie haperen. Ook de eindredactie van de krant, die dan onder hoge druk werkt, kreeg geen argwaan.

Vandaar dat in de discussie deze vuistregels nog eens uit de bus rolden: ga bij persberichten van (onbekende) pr-bureaus na of dit bureau echt spreekt namens het bedrijf waarvoor het zegt op te treden. Verifieer opmerkelijke informatie uit een persbericht zoveel mogelijk bij de bron. Wees terughoudend bij aankondigingen van een geinige actie. Ook bij ‘leuke’ berichten hoort toetsing.

Dan over die citaten. In het artikel werden de uitspraken van ‘Kahn’ opgenomen als gesproken woorden („zegt hij”). Dat suggereert dat de redacteur hem zelf heeft gesproken of gemaild. Maar ze werden dus geleverd door ‘zijn’ bureau.

Les: bij een citaat dat wordt afgesloten met „zegt” en een naam, zonder nadere bronvermelding, moet de lezer er op kunnen vertrouwen dat de krant de persoon in kwestie heeft gesproken. Zo niet, dan hoort er meer bij (een boek, een persbericht, een interview elders).

Ook in politieke verslaggeving wordt wel via woordvoerders over het standpunt van de minister gesproken. Maar, zegt chef Den Haag René Moerland, de regel is dat letterlijke citaten van een politicus alleen aan hem worden toegeschreven als ze ook zo zijn uitgesproken tegenover de krant, in een debat of op een persconferentie. En een minister kan iets „laten weten”, via een woordvoerder, maar dan moet dat laatste er ook bij staan.

Bronvermelding hoeft natuurlijk ook niet in extenso en met voetnoten, dat is onwerkbaar en zou de krant onleesbaar maken. Maar vooral: er mag niet de indruk ontstaan dat de krant zelf iemand heeft gesproken als dat niet zo is.

Nee, geen verbluffend nieuwe inzichten – en het is ook niet zo, wat de stamtafel wel beweert, dat journalisten „persberichten gewoon overtikken”. Maar de regels onderstrepen is wel nodig, na dit bedrog. Want wie weet gebeurt het vaker.

Neem de ijsbeer die in augustus opdook in een YouTube-filmpje: het zou gaan om een geschenk van het Russische concern Gazprom aan Artis. Echt, of stunt?

De site van de krant tuinde er niet in. Het berenfilmpje leidde naar de server van een webdesigner die voor Greenpeace had gewerkt; een Nieuw-Zeelandse site had een bericht ingetrokken over precies zo’n ijsbeer die daar uit de schoorsteen was gevallen. Eén ‘woordvoerder’ van Gazprom gebruikte geen bedrijfsmail maar een Gmail-adres – vreemd.

Leerzaam: lees op nrc.nl na hoe webredacteur Anouk van Kampen de zaak uitzocht (Shell, Gazprom en de bedrieglijke list met de Artis-ijsbeer, 23 augustus). Trouwens ook met dat oude journalistieke hulpstuk: de telefoon.

Maar ja, zulk checken doe je pas als je de zaak toch al niet vertrouwt – en tijd hebt om het uit te zoeken. De ijsbeer was een stunt die toen al op straat lag; het CoolCat-opzetje, sluw verpakt als een leuke primeur, was geraffineerder.

Dat is misschien nog wel de hardste les: er zijn ‘daarbuiten’ groepen die bereid zijn voor hun ‘ludieke’ actie te liegen, bedriegen en de krant te misbruiken – en beschadigen. Dat gaat verder dan een onschuldige of flauwe 1-aprilgrap.

Dat kan ook nog wel eens om heel andere actie vragen: aangifte. Al is het maar om toekomstige oplichters af te schrikken. Want ook als dit niet in deze krant was gekomen, het blijft bedrog.

Los daarvan: de krant moet natuurlijk alles doen om er juist níét in te tuinen. Ook met de telefoon.

Reacties: ombudsman@nrc.nl