CDA-paradijs in de tropen

CDA-prominent Hans Hillen voelt zich thuis in de tropen. Zijn wereld op Bonaire is er één van businessclass reizen, adviseurschappen en hand- en spandiensten voor lokale politici die van corruptie worden verdacht. Bonaire werd een CDA-paradijs voor Hillen en zijn partijgenoot Wilbert Stolte, die na conflicten volgend jaar vervroegd moet vertrekken als rijksvertegenwoordiger voor Caraïbisch Nederland.

Hans Hillen,Ramonsito Booi enWilbert Stolte in 2010. Foto Eilandelijke Voorlichtingsdienst Bonaire

Het is koel in zijn kantoor aan de rand van Kralendijk, maar toch kleurt het gezicht van rijksvertegenwoordiger Wilbert Stolte, vriend van CDA-coryfee en oud-minister Hans Hillen, van opwinding. „Zijn er in het bestuur van Bonaire ernstige integriteitsschendingen? Ach, je leest en hoort ontzettend veel. Hier wordt van alles beweerd, maar ik hou van de feiten. Tot op de dag van vandaag is van veel dingen die beweerd worden niets hard gemaakt. Kent u één integriteitsgeval dat voor de rechter gebracht is en waarvoor iemand veroordeeld is? Nou dan.”

De voormalige Haagse CDA-wethouder Wilbert Stolte (63) heeft ingestemd met een interview. Hij vertegenwoordigt al twee jaar Nederland op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Op Bonaire, zijn standplaats, is de sfeer sinds zijn aanstelling gespannen. De rijksvertegenwoordiger wordt behalve door de regerende christen-democratische Union Patriotiko Boneriano (UPB), zusterpartij van het CDA, maar door weinig partijen gesteund. Hij leeft in onmin met een deel van de eilandraad, de gezaghebber, uitgezonden Nederlandse ambtenaren, de politieleiding en het Openbaar Ministerie.

Stolte wordt niet vertrouwd, ook al omdat hij doorgaans de zijde kiest van de UPB. Kopstukken van die partij zijn Ramonsito Booi en Burney El Hage die, naar onlangs bleek, jarenlang door de inlichtingendienst AIVD in de gaten gehouden zijn en nu terechtstaan wegens corruptie.

Na twee jaar bestuurlijke problemen riep minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) Wilbert Stolte in september dit jaar met spoed terug voor overleg. Dat gebeurde na berichten dat hij zich had bemoeid met justitiële onderzoeken tegen UPB-politici.

De uitkomst van het spoedoverleg was dat Stolte, hoewel benoemd tot mei 2017, al in mei volgend jaar weggaat. In een brief aan de Tweede Kamer had Plasterk het niet over de problemen. Hij schreef dat Stolte zelf zes jaar als rijksvertegenwoordiger „te lang acht”. Plasterk: „Ik heb met respect van zijn besluit kennisgenomen en waardeer zijn onverminderde betrokkenheid.” Tegen de Kamer zei hij dat „er vertrouwen moet zijn in de onafhankelijkheid van de rijksvertegenwoordiger. Die moet ook boven elke twijfel verheven zijn. […] Ik zeg erbij dat dit een politieke cultuur is waarin het niet ongebruikelijk is om anderen te betichten van onjuist handelen.”

Kan de kwestie afgedaan worden met een verwijzing naar een politieke cultuur waarin over en weer met modder gegooid wordt? Wat ging vooraf aan het terugroepen van Stolte. Hoe kon het zover komen?

Knabbel en Babbel

Wie het verleden van Wilbert Stolte onderzoekt, komt uit bij Hans Hillen (66). Hij was het die Stolte op Bonaire bracht. Want welke baan Hillen ook had – voorzitter van het College voor Zorgverzekeringen, senator of minister – vanaf 2005 was hij vaste gast op het tropische eiland.

In 2006 nam hij Stolte mee. Beiden kenden elkaar al dertig jaar. Stolte was voorlichter bij het ministerie van Financiën toen Hillen daar in de jaren tachtig directeur voorlichting was. Op Bonaire kregen ze als onafscheidelijk duo de bijnaam ‘knabbel en babbel’.

Hillen en Stolte delen een voorliefde voor de tropen, het goede leven en de politiek. Samen waren ze in 2007 lid van de CDA-commissie die het rapport Naar een Salsa op klompen schreef, waarin de christen-democratische denkbeelden staan over de toekomst van het koninkrijk. Op Bonaire dompelden ze zich onder in het uitgaansleven en frequenteerden bars en restaurants, vaak in gezelschap van UPB’ers als Booi en El Hage.

Dat Stolte banden had met één van de rivaliserende partijen op het eiland, was reden voor staatssecretaris Ank Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA) om hem in 2009 niet te benoemen. Bijleveld stelde de VVD’er Henk Kamp aan tot commissaris voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Kamp zou, na de staatkundige hervorming, de rijksvertegenwoordiger worden. Maar hij vertrok eerder om minister te worden. Daarna benoemde Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) Stolte alsnog tot rijksvertegenwoordiger. Dat werd niet door iedereen begrepen op Bonaire. De rijksvertegenwoordiger moest toch boven de partijen staan?

Businessclass-adviseurs

Hoe kon de band van Stolte en Hillen met de verdachte UPB-kopstukken Ramonsito Booi en Burney El Hage zo hecht worden?

Na een referendum in 2004, waarin een meerderheid van Bonaire koos voor directe banden met Nederland, stelde het door de UPB geleide bestuurscollege in 2005 de ‘Tijdelijke adviescommissie voor de integratie met Nederland’ in. In deze commissie zaten Booi en El Hage. Hillen werd adviseur, samen met de Antillianen Jaime Saleh, Mito Croes en Richard Hart.

„Het was een informele club”, aldus Jaime Saleh, voormalig gouverneur van de Nederlandse Antillen. Ook Mito Croes, voormalig gevolmachtigd minister van Aruba in Nederland, relativeert het gewicht van de commissie. Hij zegt dat nooit een officieel advies is uitgebracht. „Natuurlijk kwam ik de anderen individueel wel eens tegen. Hans Hillen had niet zoveel inbreng op staatkundig gebied. Hij was meer de man die veel mensen kende in Den Haag.” Adviseur was ook Richard Hart, oud-gezaghebber op Bonaire, ex-casinobaas, familie van Booi en bevriend met Hillen.

Wilbert Stolte kreeg ook een klus op Bonaire. Het bestuurscollege bedacht dat hij Bonaire, Sint Eustatius en Saba kon ondersteunen in het staatkundig proces. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken: „Het bestuurscollege van Bonaire heeft in 2006 een verzoek gedaan of ze een coördinator mochten aanstellen voor de drie eilanden. Daarbij hebben ze de naam van Wilbert Stolte genoemd. Het ministerie is akkoord gegaan.”

In de Tweede Kamer deed het CDA ondertussen een poging een budget voor politieke partijen los te krijgen „om de relaties met politieke partijen op de Antillen te verbeteren”. In het debat hierover in 2007 reageerde D66’er Alexander Pechtold fel: „Iedereen die wel eens op de Antillen rondloopt, weet dat het CDA op Aruba vuistdiep in de partij van Eman zit en op Bonaire in de partij van Booi. Waarvan betaalt het CDA op dit moment de tickets van Hillen en Stolte? […] Wij weten allemaal dat Wilbert Stolte en Hans Hillen elke maand die kant op vliegen. Doen zij dat namens het CDA of worden zij door partijen op de Antillen ingehuurd? Is het soms uw bedoeling dat de partijen op de Antillen niet meer voor deze kosten hoeven op te draaien, maar dat het CDA dat doet?”

Het CDA betaalde de reizen van Hillen niet, zegt de partij. Dat klopt, dat deed het bestuurscollege op Bonaire, blijkt uit de declaraties van de adviseurs die deze krant heeft. Het college betaalde de kosten en verstrekte Hillen een dagvergoeding. Elke dag dat hij op het eiland was, ontving hij een vergoeding. Het liep, alles bij elkaar, op tot ruim 11.000 euro.

Uit de vluchtgegevens blijkt dat Hillen zeventien keer op kosten van het eiland businessclass van en naar Bonaire vloog, naast wat vluchten in de Caraïben. De eveneens in Nederland wonende Mito Croes was als adviseur één keer op Bonaire.

Dat hij veel vaker op Bonaire was dan Croes is logisch, laat Hillen via zijn woordvoerder weten: „Mijn advies betrof de verhouding tussen Nederland en Bonaire. Croes adviseerde vanuit de Arubaanse expertise. Het eerste stond vaker op de agenda dan het tweede.”

Die uitleg is niet juist, volgens Croes: „Ik ben voor zover ik weet benoemd op grond van mijn staatkundige expertise en mijn ervaring: ministerschap op Aruba, ministerschap op de Antillen en zeven jaar gevolmachtigd minister in Nederland.”

Zijn functie als adviseur van het bestuurscollege vormde geen belemmering voor Hillen om als Eerste Kamerlid – hij was lid van de commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken – te stemmen over de nieuwe wetgeving voor de eilanden. Bewindspersonen vonden hem als adviseur aan de overkant van de onderhandelingstafel, terwijl hij hen als parlementariër controleerde.

Hillen laat weten dat zijn adviseurschap geen geheim was. „Mijn betrokkenheid diende de toekomst van het koninkrijk, en de belangen van Bonaire en de andere eilanden en de belangen van Nederland.”

Onderzoek van deze krant leert dat Hillen nóg een betaalde functie had op Bonaire. Hij trad ook op als adviseur van het overheidsbedrijf Bonaire Holding Maatschappij (BHM), waar de overheidsbedrijven (zoals de luchthaven) onder vallen. Directeur van BHM was destijds Richard Hart, Hillens collega-adviseur. Ook BHM betaalde vlieg- en andere kosten voor Hillen. Hoeveel, wil BHM niet zeggen.

Richard Hart: „Hillen was adviseur voor bepaalde dingen. Dankzij zijn contacten hebben wij ‘Den Haag’ zover kunnen krijgen dat Nederland de renovatie van de start- en landingsbaan heeft gefinancierd. Dat was vóórdat Bonaire deel van Nederland werd. Ik heb slechts één businessclass ticket betaald voor hem. Voor zover ik mij herinner heb ik nooit cheques uitbetaald.”

Hillen lobbyde dus, terwijl hij Eerste Kamerlid was, voor de renovatie van de start- en landingsbaan bij de minister van Verkeer en Waterstaat. Dat was partijgenoot Camiel Eurlings. Hij zorgde voor de benodigde 12 miljoen euro.

Dubbele vergoedingen

Hillen gaf dit adviseurschap en lobbywerk niet op in het openbare register van de Eerste Kamer. Op de vraag waarom niet, reageert hij niet. Hillen laat wel weten dat BHM gelieerd is aan de overheid: „Als zij een stukje financiering van de overheid hebben overgenomen, is dat een zaak van de Bonairiaanse overheid. Mijn adviezen golden het eilandbestuur.”

De opvolger van Richard Hart bij BHM was George Soliana. Hij keek op van de ‘kostenpost Hillen’. Soliana: „Het is merkwaardig, omdat er geen rapporten of andere stukken zijn waaruit blijkt wat de toegevoegde waarde van deze betaling voor BHM was. BHM werd destijds vaker gevraagd om reiskosten van UPB-bestuurders te vergoeden.”

Ook Stolte reisde heen en weer. Wie financierde dat? Stolte: „Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) betaalde mijn kosten tussen mei 2006 en maart 2007 op verzoek van het bestuurscollege van Bonaire. Ik heb geen andere betalingen en vergoedingen gehad.”

Dat klopt niet. Het door UPB’ers geleide bestuurscollege financierde ook een deel van zijn Bonairetrips. Bijna 9.000 euro voor tickets, verblijf en dagvergoedingen. Het ministerie betaalde nog eens 41.000 euro. Uit de documenten blijkt dat Stolte voor sommige dagen twee keer een daggeldvergoeding declareerde. Dat gebeurde bijvoorbeeld van 24 tot en met 28 augustus 2006. Voor die dagen vroeg hij een vergoeding aan het bestuurscollege. Stolte declareerde de dagen ook in Den Haag.

Stolte zegt dat dit „nieuw” voor hem is en „aanleiding [is] om aan de financiële afdeling van het ministerie te vragen een en ander goed uit te zoeken. Ik vermoed namelijk dat het best wel eens kan zijn dat er ook zaken niet vergoed zijn.”

Hoewel hij voor alle drie de eilanden werkte, verbleef Stolte vrijwel altijd op Bonaire. Daar huurde hij op kosten van Den Haag een penthouse aan de boulevard in Kralendijk. Ook als hij maar enkele dagen per maand aanwezig was, declareerde hij de volle maand. Het ministerie moest op dit punt zijn declaraties „corrigeren”.

In januari 2007 kocht Wilbert Stolte samen met Hans Hillen zijn tot dan toe gehuurde penthouse. „Wij vonden het leuk om hier iets te hebben”, reageert Stolte. „We leven in een vrij land toch?”

Verkoper was een geldschieter van zusterpartij UPB, zakenman Ed de Vuijst. Hij financierde niet alleen campagnes („af en toe eens 5.000 dollar voor wat vlaggetjes”) maar deed er ook geestdriftig aan mee. De Amsterdamse zakenman Niek Sandmann woonde in die tijd op Bonaire en was bevriend met Ramonsito Booi. Hij zag Hans Hillen vaker bij Booi thuis zitten, op de veranda. „Ed en zijn levensgezel behoren ook tot entourage van Booi. Ze zijn heftige fans van de UPB. Hebben die partij altijd flink gesponsord. Bedrijven die zaken deden met het eilandbestuur, moesten geld geven aan Booi en zijn partij.”

Zoiets deed De Vuijst ook. In 2008 stopte hij 14.500 euro in de manicure- en pedicuresalon van de vriendin van een UPB-gedeputeerde. De Vuijst „leende” de politicus ook 4.000 euro. Tegen het Antilliaans Dagblad zei De Vuijst dat hij dat deed om de gedeputeerde „te vriend” te houden. Hij wilde dat het huurcontract van zijn huis aan zee – eigendom van het bestuurscollege – zou worden verlengd. De Vuijst huurt het nog steeds, voor 60 euro per maand. Via internet kunnen toeristen het betrekken voor 2.000 euro per week: „This unique Caribbean style house with private beach offers total privacy.”

Ook CDA-kopstukken uit regering en parlement vierden afgelopen jaren vakantie op het tropisch eiland. Zij hoefden geen 2.000 euro per week te betalen. Voor hen stond het penthouse van Hillen en Stolte ter beschikking. Maxime Verhagen, tot november 2012 minister van Economische Zaken, maakte er voor het laatst zomer 2012 gebruik van. Hij zegt: „Wat ik privé doe, daar heeft niemand iets mee te maken.” Tweede Kamerfractieleider Sybrand van Haersma Buma bevestigt dat hij er afgelopen jaarwisseling met zijn gezin logeerde. Wie nog meer? Stolte en Hillen zwijgen. „Mijn gasten kunnen rekenen op bescherming van hun privacy”, laat Hillen weten.

Krabpaal van Nederland

Het ministerie van BZK stopte in 2007 met het vergoeden van zijn kosten, maar Wilbert Stolte bleef op en neer reizen naar zijn Caraïbische penthouse. Van 2008 tot 2011 was hij penningmeester van de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA). De stichting verdeelt namens BZK ontwikkelingsgelden.

Stolte kreeg als penningmeester 30.000 euro per jaar en gratis vliegen. Het liep in elkaar over, zeggen bronnen rond SONA, zijn reizen voor de stichting en de bezoeken aan zijn penthouse. Stolte wil niet zeggen hoe vaak hij op kosten van SONA naar Bonaire vloog. SONA weigert inzage in de reisgegevens van Stolte.

Woordvoerder van SONA is Ronald Florisson, een Haagse communicatieman. Hij wijst erop dat SONA wordt gecontroleerd. Over de bestuurskosten zouden nooit opmerkingen gemaakt zijn. „U kunt op het gezag van deze mensen afgaan.”

Ook Florisson werkte op het ministerie van Financiën onder Hillen. Ook hij bleef bevriend. Toen Hillen in 2010 minister van Defensie werd, trad Florisson op als bestuurder van Hans Hillen BV. Dat was een adviesbedrijf dat Hillen in strijd met de regels niet vermeldde in het openbaar register toen hij lid was van de Eerste Kamer.

Behalve voor SONA is Florisson ook de woordvoerder van Hillen, nu die geen minister meer is. Hillen zelf weigert een interview. Telefonisch wil hij dat wel uitleggen: „Wij openbaar bestuurders zijn de krabpaal van Nederland. Wij moeten heiliger dan heilig zijn. Ik heb me een aantal jaren, zonder enig belang voor mezelf, voor Bonaire ingespannen. Het enige wat ik hoor, is dat u probeert te kijken waar ik fouten gemaakt heb. Dat betekent dat u op een negatieve toer bent en daar weiger ik aan mee te werken. Stuur uw vragen maar aan Florisson.”

Al twintig jaar omringt de geur van corruptie de UPB. Vanaf begin jaren negentig is partijbaas Ramonsito Booi verwikkeld in integriteitsaffaires. De Algemene Rekenkamer Nederlandse Antillen oordeelde dat het UPB-college de schijn van vriendjespolitiek en belangenverstrengeling wekte, en handelde „in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur”. In 2009 deed het Openbaar Ministerie invallen bij Booi en zijn rechterhand El Hage. Ze zouden Bonaire zeker tien jaar in hun greep hebben gehouden, zich verrijkt hebben en zich hebben laten omkopen in ruil voor vergunningen, gronden of opdrachten.

De corruptieverhalen en het strafrechtelijk onderzoek waren en zijn voor Hillen en Stolte geen reden om enige afstand te houden van Booi en El Hage. Stolte vindt nog steeds dat er op het eiland veel „gekletst” wordt en ook Hillen wijkt niet, blijkt uit schriftelijke antwoorden aan deze krant: „Verdenking is geen veroordeling. Mensen in problemen laat je niet zakken.” Op de Antillen is „kwaadspreken over en aangifte doen tegen politieke opponenten bijna routineus onderdeel van het politieke bedrijf.”

Pleitbezorgers van de UPB

Hillen en Stolte adviseren allang niet meer over de staatkundige toekomst van de eilanden. Ze zijn pleitbezorgers van de UPB, ontdekten Nederlandse ambtenaren op het eiland. Het duo stapte op een najaarsdag in 2009 het kantoor van de rijksoverheid op Bonaire binnen en sprak met ambtenaren. Hun boodschap was dat de Nederlanders nauw contact moesten houden met de UPB en vooral met Burney El Hage, bevestigen bronnen in het kantoor.

Het was een „kennismakingsbezoek”, volgens Stolte. Hillen: „Onze bedoeling was niet meer dan het geven van achtergrond van wat men op Bonaire zou aantreffen en van onze bezigheden daar. Omwille van de transparantie heb ik trouwens gedurende het gehele proces mijn inzichten gedeeld met de ambtelijke en politieke leiding van BZK. Ik heb wel steeds de indruk gehad dat ambtelijk BZK amper waarde hechtte aan andere inzichten dan de eigen, daar ook niet op zat te wachten en er dus weinig tot niets mee deed.”

Toen Hillen en Stolte het kantoor binnenstapten was de UPB in de eilandraad de tijdelijk meerderheid kwijt. Dat bracht Jopie Abraham met zijn sociaal-democratische PDB even aan de macht. Abraham stond kritischer tegenover Nederland. Hij maakte ook meteen een einde aan de gratis reizen van de UPB-adviseurs.

Hans Hillen – op dat moment Eerste Kamerlid – ontpopte zich daarna als politiek adviseur van de inmiddels verdachte Ramonsito Booi. Dat blijkt uit een brief die Booi namens de UPB-fractie op 2 januari 2010 per e-mail naar het bestuurscollege van Jopie Abraham stuurde. Een afschrift ging naar vele instanties. In de brief staat dat het nieuwe bestuurscollege de relatie met Nederland had beschadigd. Jopie Abraham kon maar het beste opstappen.

De brief, die deze krant heeft, was als Word-document meegestuurd in de e-mail. Wie de ‘eigenschappen’ van het document aanklikt, ziet dat de brief getikt is op de computer van Hillen: „Auteur Hans Hillen.” De ambtenaren in het kantoor van de rijksoverheid op Bonaire ontdekten het ook, maar het wekte geen verbazing, eerder een glimlach, zeggen betrokkenen. Het was een bevestiging van wat iedereen al wist. Hillen: „Ik help vrienden wel eens met moeilijke brieven.”

Voor Jopie Abraham is duidelijk waarom Hillen de brief schreef waarin hij werd opgeroepen onmiddellijk te vertrekken: „Ik had hun adviesclub, die wij de ‘feestclub Salsa op klompen’ noemden, opgeheven. Daarmee kwam een einde aan hun snoepreisjes op kosten van de bevolking.”

Reacties: onderzoek@nrc.nl

Voor dit artikel sprak de krant met tientallen betrokkenen. Een deel wordt niet met naam genoemd om hen te beschermen.