AAA Tsja, geen wonder met zo’n zware recessie

Nederland verloor gisteren zijn AAA-status, het hoogste niveau van kredietwaardigheid Minister Dijsselbloem reageerde laconiek Maar dat is niet terecht

redacteur economie

Welkom op de bijeenkomst van de AA, waarbij de nieuwe deelnemer zich wat schuchter voorstelt. „Ik ben Nederland, ik ben afgewaardeerd.” Rest van de groep: „Hallo Nederland.”

Wie zitten er nog meer in de kring? De Verenigde Staten, Frankrijk. Allebei ook AA+. Maar Duitsland niet, met zijn onwrikbare triple A-status.

Dat is wennen voor Nederland, dat zich sinds begin jaren tachtig met succes heeft opgewerkt tot een betrouwbare Duitse satelliet.

Gisteren verlaagde kredietbeoordelaar Standard & Poor’s de Nederlandse kredietwaardigheid van AAA naar AA+. De reacties waren berustend. Minister Dijsselbloem van Financiën noemde het voorval „oprecht teleurstellend”.

Maar omdat S&P begin dit jaar al waarschuwde voor deze afwaardering, werd die al gezien als een onafwendbaar lot – dat zich gisteren alleen nog maar voltrok.

Het verhaal is bekend

De gelatenheid over de afwaardering werd ook weerspiegeld op de financiële markten. De spread, het renteverschil tussen Duitsland en Nederland, gaf gisteren geen krimp. De gebeurtenis was al ‘ingeprijsd’, zo noemen handelaren dat.

Van de zeventien eurolanden hebben nu alleen nog Duitsland, Finland en Luxemburg de hoogste kredietstatus. Maar hoewel Nederland zich, met Frankrijk en de VS, nog steeds in veilig gezelschap bevindt, is het lichtzinnig om de afwaardering voor lief te nemen.

Over Nederland is het verhaal inmiddels bekend: zware recessie, geklapte huizenzeepbel en probleembanken. Forse bezuinigingen, inzakkende koopkracht en teruglopende bestedingen. Oplopende staatsschuld, die door de lage nominale groei voorlopig blijft doorgroeien.

Dat kredietbeoordelaar Standard & Poor’s de Nederlandse status verlaagde naar AA+, is dus slechts een bevestiging van wat er gaande is.

Kijk mee naar het verontrustende beeld van totale stagnatie. Het Nederlandse bruto binnenlands product is (gecorrigeerd voor inflatie) nu terug op het niveau van het tweede kwartaal van 2006. Dat is in wezen dus zeven jaar stilstand.

Kijken we even naar de componenten. De overheidsinvesteringen zijn niet hoger dan in het vierde kwartaal van 2007. De consumptieve bestedingen van huishoudens zijn per saldo niet gegroeid sinds het derde kwartaal van 2003. Het is dat het wat schreeuwerig zou staan, maar hier had best een uitroepteken gepast. Ware het niet dat het volgende nog veel schokkender is: de investeringen van bedrijven en huishoudens staan op dit moment op het niveau van het eerste kwartaal van, hou je vast, 1997.

Het enige dat ons een beetje uit de brand hielp was de netto-export.

Het lijkt op de jaren tachtig

Voor de huidige Nederlandse staatsschuldquote (88,5 procent van het bbp in 2014, volgens de OESO) moeten we inmiddels terug naar de donkere jaren tachtig. En daar ligt dan ook de werkelijke vergelijking met nu.

Nederland had in de jaren tachtig grote moeite om zijn staatsschuld te financieren. Langlopende leningen waren lastig te verkopen aan beleggers, zodat de schuld relatief kortlopend gefinancierd moest worden. Dat was riskant: als elk jaar een groot deel van de schuld opnieuw gefinancierd moet worden, dan hebben renteschommelingen een grote en acute invloed op de overheidsfinanciën.

Waarom de Nederlandse reputatie toen zo slecht was? Onder meer door hoge begrotingstekorten, een zware recessie en een ingeklapte huizenmarkt. Klinkt bekend.

Maar bovenal was het de noodlottige beslissing van toenmalig premier Lubbers om de Duitsers in 1982 slechts gedeeltelijk te volgen bij een opwaardering (revaluatie) van de Duitse mark ten opzichte van de andere Europese munten: vaarwel satellietfunctie. Het heeft tot begin jaren negentig geduurd voordat de positie van betrouwbaar Duits schaduwland weer was gerepareerd.

Symbolisch? Meer dan dat. Geen idee hoeveel extra rente het Nederland in de tien tussenliggende jaren heeft gekost.

Wat is de les? Wie weet wat er de komende jaren met de euro gebeurt. Maar bij Duitsland worden ingedeeld is een privilege dat niet licht mag worden verspeeld.