WK 2022: moderne slavernij in de woestijn

Qatar investeert de komende negen jaar 160 miljard euro in bouw van stadions voor het WK voetbal, hotels, transport en een luchthaven. Er zijn meer dan een miljoen immigranten nodig, naast de 1,35 miljoen die er al zijn. „Ik voelde me een slaaf.”

Een tour langs de migrantenkampen van Doha? Stap maar in, zegt de Indiase taxichauffeur. Zodra hij gas geeft, begint hij over het rapport dat Amnesty International vorige week publiceerde over de slechte behandeling van migrantenwerkers in Qatar. Op de site van Al-Jazeera, de nieuwszender van Qatar, heeft hij erover gelezen.

Vanuit het centrum van de hoofdstad van Qatar rijden we in een half uur langs vele bouwputten naar een zanderig industriegebied. Opeens is het decor van marmer en goud van de binnenstad ver weg. Verdwenen zijn de mannen met smetteloos witte disdasha-jurken en de fourwheeldrives en Maserati’s. Hier zie je op straat slechts Aziatische sloebers, autowrakken en uitpuilende vuilcontainers. Is dit echt een van de rijkste landen ter wereld?

Door de export van vloeibaar gas en olie groeide Qatar het afgelopen decennium uit tot een soort luilekkerland: geen belasting, gratis gezondheidszorg en de hoogste koopkracht ter wereld: gemiddeld ruim 100.000 dollar, bijna tweeënhalf keer dat van Nederland.

De rijkdom valt echter bijna volledig toe aan de lokale bevolking, minder dan 300.000 mensen. Van integratie met de 1,4 miljoen voornamelijk Aziatische gastarbeiders die helpen het land de moderne tijd in te katapulteren, is nauwelijks sprake. De Qatari wonen in comfortabele compounds in de stad, de migranten in geïsoleerde wijken aan de rand van de woestijn.

Twee uur lang toert de taxichauffeur door vrijwel identieke straten met armetierige woonblokken van twee en drie lagen, sommige met golfplaten daken. Diverse keren stuiten we op blank staande straten, waar verstopte rioleringen de overvloedige regen van de afgelopen dagen niet kunnen afvoeren.

Hij heeft hier veel vrienden, vertelt de Indiase chauffeur. Sommige van zijn landgenoten delen met z’n veertienen één kamer, en met honderd man een keuken. Soms is er geen elektriciteit of stromend water. „En je had eens moeten zien hoe het er hier vorig jaar uitzag”, zegt de chauffeur als hij foto’s op zijn telefoon laat zien. „Pas na de ophef laten de Qatari de wrakken en het vuilnis weghalen.”

Later rijdt de chauffeur langs een aantal nieuwe ‘labour camps’. De leefomstandigheden daar zijn veel beter, zegt hij. Hooguit vier migranten per vertrek en niet zo’n rotzooi op straat. Een kijkje nemen kan echter niet, want de nieuwe woonkazernes zijn ommuurd en portiers weren buitenstaanders.

WK voetbal in 2022

Sinds de wereldvoetbalbond FIFA het WK 2022 drie jaar geleden aan Qatar toewees, zijn de arbeidsomstandigheden van de migranten een onderwerp geworden. Het cynische is dat mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch al vaak heeft gewezen op de benarde positie voor de miljoenen gastarbeiders rond de Perzische Golf. Ook opmerkelijk: direct na de toewijzing toonde het Westen zich vooral bezorgd over het welzijn van de voetballers. Kan dat wel, tegen een bal trappen bij temperaturen tot boven de 45 graden Celsius?

Britse media onderzochten de opmerkelijke keuze van de voetbalbestuurders. Met lobbyen win je wereldbekers, was een van de conclusies. Volgens The Guardian investeerde Qatar bijna 150 miljoen euro in een campagne om de tegenkandidaten voor het toernooi – de VS, Japan en Zuid-Korea – te verslaan.

Veel kritiek was er op FIFA-voorzitter Sepp Blatter. Aanvankelijk sprak hij vergoelijkend over de behandeling van de migranten. In Die Zeit probeerde hij onlangs de verantwoordelijkheid af te schuiven. Vanwege de economische banden met Qatar, zei Blatter, hadden Europese regeringsleiders druk uitgeoefend op hun stemgerechtigde voetbalbestuurders om voor dat land te kiezen. Met een undercover-onderzoek onthulde The Sunday Times eerder al dat twee voetbalbobo’s hun stem te koop aanboden. En de BBC toonde aan dat zeker drie FIFA-bestuurders smeergelden hebben aangenomen, een beschuldiging die de ethische commissie van de voetbalbond nog onderzoekt.

Door nieuwe rapporten van Human Rights Watch en Amnesty International en een geruchtmakende reportage in The Guardian verschoof de aandacht dit najaar naar de migranten die voor het toernooi moeten bouwen. De komende negen jaar investeert Qatar 160 miljard euro in de bouw van stadions, wegen, hotels, openbaar vervoer en een nieuwe luchthaven. Daar zijn naar schatting nog een miljoen extra arbeidskrachten voor nodig.

Immigrant Rahul

Rahul*, een Indiase twintiger, is een van de ruim tweehonderd migranten die voor het Amnesty-rapport zijn geïnterviewd. Na bemiddeling van de organisatie komt de constructeur in een hotel in Doha zijn verhaal doen.

Rahul werkte 50 kilometer ten noorden van Doha voor Krantz Engineering. In juli 2012 stopte het bouwbedrijf met het betalen van salarissen. Rahul en zijn 115 collega’s ondervonden daarna de nadelen van het zogeheten sponsorship-systeem. Ieder migrant in Qatar heeft een patroon, zonder wiens toestemming hij niet van baan kan veranderen of het land kan verlaten.

Rahul: „Steeds beloofde Krantz ons volgende maand te zullen betalen. Na drie maanden kwam er een staking, dat haalde ook niets uit. Sommige collega’s huilden en smeekten om hun salaris, omdat ze geen geld meer naar India konden versturen en hun familie op straat kwam te staan.”

Bij de autoriteiten aankloppen heeft geen zin, ondervond Rahul. „Formulieren moeten in het Arabisch worden ingevuld en ambtenaren spreken opeens geen Engels meer. En hoe betaal je als bouwvakker een taxi naar de stad van een maandsalaris van 600 riyal [120 euro]?”

Na vijf maanden legden de meeste werknemers het werk neer en vroegen ze toestemming uit Qatar te mogen vertrekken. Vergeefs, want Krantz wilde geen exit permits verstrekken en eiste dat het werk zou worden hervat. Vier maanden later waren de migranten nog in Qatar, nog steeds zonder salaris, zonder de papieren die het mogelijk maakten een nieuwe werkgever te zoeken, zonder uitzicht op een reis terug naar huis en bedelend bij landgenoten voor voedsel. Rahul: „Het was een donkere tijd, sommige collega’s liepen met zelfmoordplannen rond.”

Rahul mailde uiteindelijk naar Amnesty. Dankzij bemiddeling van de organisatie kreeg hij zijn exit permit. In ruil moest hij wel ontvangstbewijzen tekenen voor de negen maanden salaris die hij nog tegoed had. Salaris dat hij niet kreeg.

Immigrant Aji

De kwaliteit van werkgevers in Qatar verschilt sterk, zegt Aji*, een ingenieur uit India die al decennia in Qatar werkt en het land als zijn vaderland beschouwt, ondanks het feit dat hij nimmer een Qatarees paspoort zal krijgen. Als manager werkte Aji vele jaren met veel plezier voor een Europese firma. Hij had een prachtig huis en een goed salaris, waardoor hij zijn familie kon laten overkomen.

Na zijn gedwongen pensionering ging Aji voor een andere werkgever aan de slag. Dat bedrijf stopte op een dag met het betalen van zijn salaris. Tien maanden later had hij zijn spaargeld opgegeten. „Ik voelde me een slaaf, overgeleverd aan de genade van een waardeloze baas”, zegt Aji. Net als Rahul wijst hij op collega’s die het slechter hadden. „Anderen konden alleen overleven omdat ze geld uit India overgemaakt kregen, de omgekeerde wereld. Die schande is mij bespaard.”

Na tien maanden tekende zijn patroon een uitreisverklaring en kon Aji op zoek naar een andere werkgever. Naar de achterstallige 30.000 euro aan salaris kon hij fluiten.

Het probleem moet bij de wortel worden aangepakt, zegt Aji. Het gesloten inschrijfsysteem voor bouwprojecten leidt volgens de manager tot te scherpe biedingen. „Bedrijven komen daardoor soms in de problemen en uiteindelijk trekken de migranten dan aan het kortste eind.”

*Rahul en Aji zijn schuilnamen, om de identiteit van de betrokken werknemers te beschermen.