Werkgevers: alleen meer loon bij meer prestaties

AWVN roept vakbonden op tot ‘creatief’ denken

In een poging de economie – en zichzelf – nieuw leven in te blazen, trapt vakcentrale FNV morgen in Utrecht een landelijke campagne af. ‘Meer koopkracht en echte banen’ luidt de slogan. Meer koopkracht is de looneis van maximaal 3 procent, onder echte banen verstaat de FNV „gewoon goed werk” en een stabiel inkomen.

Gaat het arbeidsvoorwaardenoverleg tussen vakbonden en werkgevers echt zo beroerd? Het antwoord is dat het iets beter gaat dan vorig jaar, maar iets slechter dan de jaren daarvoor, volgens data van werkgeversvereniging AWVN. Die is betrokken bij de totstandkoming van 500 van de 900 cao’s. Dit jaar zijn tot nu toe 342 nieuwe cao’s (voor 1,3 miljoen werknemers) bereikt die anders zouden verlopen. Dat is 64 procent van alle cao’s die in 2013 afliepen. De gemiddelde loonstijging op jaarbasis is 1,39 procent, aldus de AWVN.

De looneis van 3 procent van de FNV is „niet realistisch” en „niet fair”, vindt Hans van der Steen, directeur arbeidsvoorwaarden van de werkgeversvereniging. „Een structurele loonsverhoging van die orde voor alle bedrijven kan nooit. Het zou ten koste gaan van werkgelegenheid. Bovendien komt het koopkrachtverlies door de strenge overheidsbezuinigingen, niet door het loonmatigingsbeleid.”

Het door de FNV geschetste beeld dat werkgevers hun werknemers afknijpen, strookt niet met de cijfers, zegt Van der Steen. „De eport trekt aan. In op export gerichte sectoren, zoals chemie, voeding en metaal, zie je dat werkgevers meer ruimte hebben voor loonsverhogingen. De sectoren die vooral binnenlands gericht zijn, hebben het wat moeilijker.”

De AWVN roept de bonden op tot een ‘creatief loonbeleid’. Een mogelijkheid is een structurele loonsverhoging van 1 procent, die werkgevers dan „in eenmalige stukjes” verder zouden kunnen verhogen op basis van prestatieafspraken. „Misschien zelfs tot 3 procent. Bij die prestatieafspraken kun je denken aan simpele doelen: meer klanttevredenheid, minder energiekosten, projecten sneller afronden. Een klassiek voorbeeld is het inruilen van vrije dagen voor meer salaris. Is dat een sigaar uit eigen doos? Ja. Maar laten we realistisch zijn. Werkgevers willen ook graag dat de koopkracht op peil blijft. Mogen bedrijven aan loonsverhogingen dan alsjeblieft zelf voorwaarden stellen om hun productiviteit en rendement te verbeteren?”

„Een eenmalige verhoging van 3 procent is geen structurele verhoging en geen verbetering van de koopkracht”, reageert Mariëtte Patijn, arbeidsvoorwaardencoördinator van de FNV. „De koopkracht, en daarmee de economie, stimuleer je pas met echte banen en een volwaardig inkomen. In het sociaal akkoord hebben we afgesproken dat flexwerkers eerder een vaste baan krijgen en daar zullen we werkgevers ook aan houden. Het idee dat het een risico is om die mensen aan te nemen, is echt onzin. Als werknemers al jarenlang met los-vastcontracten voor je werken, dan weet je precies wat je in huis hebt.”