We blijven hier bezig met demonstraties en staatsgrepen

Duizenden Thai protesteren deze week dagelijks tegen hun premier Die overleefde gisteren een motie van wantrouwen We hebben een nepdemocratie, zeggen de demonstranten

correspondent zuidoost-azië

Een sluier van stof en roet bedekt de Mercedes, geparkeerd in een hoek van het Thaise ministerie van Financiën. De dienstwagen staat in de schaduw en fungeert vandaag als ruggensteun voor een tiental demonstranten. Even blazen ze uit, zittend op de grond in hun zwarte shirts met rood-witte linten om hun voorhoofd gebonden. Ze wapperen met waaiers, drinken flesjes water.

Sinds maandag is het kantoorgebouw niet meer het territorium van ambtenaren die met spreadsheets de Thaise overheidsfinanciën controleren, maar van activisten met fluitjes – jongeren, hippies, bejaarden, baby’s en ook een paar monniken – die willen afdwingen dat de regering van premier Yingluck Shinawatra aftreedt. Die dag vielen honderden betogers het ministerie binnen. Zelf zeggen ze dat de ambtenaren de poort hadden opengelaten en hun hadden gevraagd binnen te komen.

Zelfs ’s ochtends vroeg bakt het asfalt van de binnenplaats in de zon. Eén felle toespraak over de corruptie, de vriendjespolitiek van premier Yingluck en de onzichtbare maar machtige en nimmer afwezige hand van haar broer, de omstreden ex-premier Thaksin Shinawatra, en het zweet parelt op het hoofd van de spreker. Verandering afdwingen is ook hard werken.

Of de gewenste verandering aanstaande is, is de vraag. Yingluck overleefde gisteren in het parlement met gemak een motie van wantrouwen waarover de afgelopen drie dagen is gedebatteerd. Maar daarvan trekken de bezetters van het ministerie van Financiën zich weinig aan. „Ik ga pas naar huis als die corrupte kliek verdwenen is”, zegt Supawan Sinturong (31). Ze was radio-dj in een stad in Zuid-Thailand, maar nam ontslag toen ze van haar baas geen kritiek mocht hebben op de regering. Toen besloot ze naar Bangkok te trekken om te demonstreren.

Wat Supawan doet, doen sinds begin deze week duizenden Thai. Rond de ministeries, bij het monument voor de democratie en bij gemeentehuizen in steden elders in het land zijn grote menigtes op de been om hun woede over Yingluck en vooral over haar broer Thaksin te uiten.

Thailand maakt de roerigste dagen mee sinds 2010. Toen eisten de Thaksin-aanhangers, de roodhemden, het vertrek van de toenmalige premier en vielen er bij gevechten tussen leger en betogers 90 doden. Nu eist juist de oppositie, in 2010 de geelhemden, het einde van wat zij het ‘Thaksin-regime’ noemen. Thaksin werd in 2006 in een staatsgreep door het leger aan de kant gezet en woont sindsdien in ballingschap in Dubai en Londen.

De demonstranten beseffen dat wat zij uiteindelijk willen slecht valt bij de internationale gemeenschap. Op nieuwe parlementaire verkiezingen zitten ze namelijk niet te wachten. „Dan koopt het Thaksin-regime gewoon opnieuw genoeg stemmen. Misschien dat een stem deze keer een paar duizend baht duurder is, maar Thaksin heeft geld zat”, zegt Supawan.

Nee, de bezetters van het ministerie van Financiën willen het anders aanpakken. Er moet een raad ingesteld worden, wellicht door koning Bhumibol, en die moet een premier benoemen met wie het land kan leven. „Anders blijven we aan de gang met demonstraties, revoluties en staatsgrepen”, zegt een man die een Thaise vlag om zijn ontblote schouders heeft geknoopt.

In een partytent die de demonstranten in allerijl hebben opgezet, geeft Thaworn Senneam (62) vandaag interviews. Hij is één van de leiders van de beweging. Hij gaf zijn parlementszetel voor de Democratische Partij op om het protest te kunnen leiden. „Ik denk dat het voor landen in het Westen moeilijk is te begrijpen, maar wij hebben een nepdemocratie. Daarom is het gerechtvaardigd het parlement te passeren. Dat is alleen legitiem omdat wij corruptie willen bestrijden en een eerlijk systeem willen implementeren”, zegt Thaworn.