VN: minder baby’s besmet met hiv, maar zorgen over tieners

Het aantal baby’s dat het hivvirus oploopt via de moeder is sinds 2005 drastisch afgenomen. Dat heeft Unicef vandaag bekendgemaakt. Het aantal geïnfecteerde baby’s werd in acht jaar tijd ruim gehalveerd: in 2005 raakten 540 duizend kinderen besmet met hiv, vorig jaar waren dat er 260 duizend. De Verenigde Naties maken zich wel zorgen over de stijging onder tieners van hiv-infecties en sterfgevallen als gevolg van aids.

Een hiv-positieve baby in het ziekenhuis in Kampala, Oeganda. Foto EPA / Jon Hrusa

Het aantal baby’s dat hiv oploopt via de moeder is sinds 2005 drastisch afgenomen. Dat heeft Unicef, de organisatie binnen de Verenigde Naties die zich inzet voor het welzijn van kinderen, vandaag bekendgemaakt. Het aantal geïnfecteerde baby’s werd in acht jaar tijd ruim gehalveerd: in 2005 raakten 540 duizend kinderen besmet met hiv, vorig jaar waren dat er 260 duizend. De Verenigde Naties maken zich wel zorgen over de stijging onder tieners van hiv-infecties en sterfgevallen als gevolg van aids.

Volgens Unicef is de afname onder baby’s het gevolg van betere preventieve behandelingen van zwangere vrouwen. Een antivirale behandeling - Optie B+ genaamd - die de vermenigvuldiging van hiv remt, voorkomt ook dat zwangere vrouwen hiv overdragen tijdens zwangerschap, bevalling of het geven van borstvoeding. De behandeling bestaat uit een enkele pil per dag.

De grootste successen werden geboekt in landen ten zuiden van de Sahara, waar veel hiv-gevallen zijn. In Ghana waren er tussen 2009 en 2012 76 procent minder baby’s die met hiv werden geboren. In Namibië was dat 58 procent, in Zimbabwe 55 procent, in Malawi en Botswana 52 procent en in Zambia en Ethiopië vijftig procent. Bijna negentig procent van alle kinderen die hiv oplopen woont in slechts 22 landen. Op een na liggen al deze landen in Afrika, ten zuiden van de Sahara.

Volgens Unicef is het totaal aantal aidsgevallen tussen 2005 en 2012 met dertig procent gedaald. Unicef benadrukt wel dat, om aids in de toekomst helemaal te kunnen voorkomen, meer kinderen met hiv beschikking zouden moeten krijgen over antivirale middelen. Slechts 34 procent van de geïnfecteerde kinderen in de landen met lage of middeninkomens kreeg in 2012 de behandeling die nodig was, tegenover 64 procent van de volwassenen. Daardoor zouden 210.000 kinderen in 2012 om het leven zijn gekomen door aan aids gerelateerde ziekten.

Zorgen over besmettingen onder tieners

In tegenstelling tot de daling onder baby’s, zijn er volgens Unicef zorgwekkend meer tieners aan aids overleden. Tussen 2005 en 2012 steeg het aantal doden als gevolg van aids in de leeftijdsgroep tien tot negentien van 71 duizend naar 110 duizend. Ongeveer 2,1 miljoen tieners hadden in 2012 hiv.

Door meer te investeren in wat Unicef “high-impact interventions” noemt, zou een groot deel van de gevallen voorkomen kunnen worden, zegt Unicef. Onder die high-impact interventions vallen condooms, antivirale behandelingen, de voorkoming van moeder-kindbesmetting en voorlichting.

Europese toename loopt terug

Deze week presenteerden het Europese Centrum voor Ziektebestrijding en -beheersing (ECDC) en het Europese kantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ook al cijfers over hiv. Daaruit bleek dat het aantal mensen dat in Europa met hiv is geïnfecteerd, in 2012 met acht procent toenam ten opzichte van 2011. Het aantal aidsgevallen nam in de Europese Unie en de EER met 48 procent af, terwijl in het oostelijke deel van de regio het aantal mensen bij wie tussen 2006 en 2012 aids werd geconstateerd met 113 procent toenam.

WHO zei toen dat het doel om de verspreiding van hiv tegen te gaan en voor 2015 tot stilstand te brengen in veel landen nog altijd haalbaar is. WHO heeft daartoe eerder dit jaar al nieuwe richtlijnen opgesteld voor de voorkoming van hiv-besmettingen en het gebruik van antivirale middelen, die de vermenigvuldiging van hiv remmen. Op 1 december is het Wereld Aids Dag.