Tenor met liefde voor het lied

De 30-jarige Nederlandse tenor is nog amper bekend. Terwijl zijn stem zeer bijzonder is.

Foto Jan van de Ven

Vanmiddag neemt hij de trein naar Parijs. Een auditie aan een operahuis daar, een van de vele. „Maar zien”, zegt Peter Gijsbertsen. Zijn focus ligt nu op 3 december. Dan zingt hij in het Concertgebouw een recital met liederen, en gaat Amsterdam horen wat weinigen nog weten: dat Gijsbertsen een liedtenor is om scherp in de gaten te houden. Baritonale laagte, stralende hoogte; een stem die je onmiddellijk inpakt. Niet bijster volumineus, maar zeldzaam welluidend en dus bij uitstek geschikt voor lied.

De carrière van Gijsbertsen had tot nu toe een opmerkelijk verloop. Muzikale familie? „Mijn ouders hadden een reisbureau. Hooguit stond Radio 2 aan.” Instrument bespeeld? Ook niet. Maar op de middelbare school in Ede werd wel jaarlijks een musical opgevoerd. En die moest goed zijn, anders ‘won’ het concurrerend lyceum, waar ze ook een musical deden. „Mijn beste vriend vroeg me voor het koor”, zegt Gijsbertsen. „Dat wilde ik eigenlijk niet, maar toen ik eenmaal meedeed, veranderde dat. De muziek sprak me aan op een totaal ander niveau dan wat ook maar tot dan toe.”

Het koor werd de hoofdrol, hij kocht wat cd’s, nam zangles. De voorgenomen studie werktuigbouwkunde werd het conservatorium. „Klassieke zang. Dat was me snel duidelijk.” Zijn liefde voor lied kwam pas later. „Ik begon op nul”, zegt hij. „Dus wat doe je dan als men erachter is dat je tenor bent? Je luistert naar De Drie Tenoren. Dát wilde ik ook.”

De liederen van Schubert en Schumann ontdekte hij later. „Veel mensen beginnen daar, omdat je niet hard hoeft te zingen en je je een beetje kunt verschuilen achter het intellectuele. Dat lijkt een veilige optie, maar is het niet. Niet echt. Tekstduiding is nuttig, maar als er iets emotioneel is, is het lied.”

Wie nu zoekt naar een cd van Gijsbertsen, zoekt vergeefs. Hij werkte aan een opname van Schuberts Die schöne Müllerin, maar was er niet tevreden over. „In zo’n bekend werk moet je iets toevoegen. Die potentie heb ik; door mijn jeugd, mijn timbre. Maar aan die opname mankeerde te veel.”

In 2007 won Gijsbertsen, net van school, de John Christieprijs van het Glyndebourne Festival in Groot-Brittannië. Gevolg: behalve 10.000 pond om in zichzelf te investeren kreeg hij daar de kansen zich verder te ontwikkelen. „Eigenlijk dacht ik toen wel dat ik met 27 toe zou zijn aan mijn eerste Tamino in een kleiner Duits operahuis”, zegt hij. Maar de tenorpartij in Mozarts Die Zauberflöte is nog niet gelukt. Wel won hij vorig jaar de liedprijs op het Vocalisten Concours en soleerde hij in de Matthäus Passion van het Concertgebouworkest. „De kunst is je te richten op wat je in de hand hebt”, vindt hij. „In mijn geval; het zoeken naar ‘het zachte’. Hoe communiceer ik datgene wat ik echt wil zeggen?”

De optie lid te worden van de studio van een Duits operahuis – voor veel zangers de manier om ervaring op te doen – trekt hem niet. „De kans is ook dat je afvlakt. Daarbij: ik vind het ook erg leuk om met mijn vriendin in Amsterdam te wonen.” Liever wil hij in vrijheid proberen de stijgende lijn vast te houden en alle genres – lied, oratorium, opera – kunnen afwisselen. „Ik stel me bewust niet te veel concrete doelen”, lacht hij. „Maar ik weet wel: er zit nog meer in me, en dat gaat eruit komen.”

Recitals op 1/12 De Doelen Rotterdam, 3/12 Concertgebouw Amsterdam.