Technologische aanpak

Wij zijn als een levende kikker in een pan met koud water. De kikker springt er niet uit en laat zichzelf koken. Ook de mensheid voorkomt klimaatverandering niet, ondanks beschikbare en betaalbare technologische oplossingen. Het is onwaarschijnlijk dat de klimaattop in 2015 in Parijs tot een akkoord komt.

We kunnen de klimaatonderhandelingen alleen vlot trekken als we de invloed en het economische eigenbelang van multinationals weten te mobiliseren. Multinationals hebben bovendien zoveel (lobby)macht dat zij een overeenkomst tussen staten kunnen maken en breken. Tijdens klimaatonderhandelingen wordt tot op heden ingezet op CO2-plafonds per land. Dat is echter niet in het belang van mondiaal opererende vervuilers zoals de staal en de chemie. Het gevaar bestaat dat Europa andere CO2-eisen stelt aan staalproductie dan bijvoorbeeld China. Dat verstoort de concurrentieverhoudingen. Beter is om een ‘gelijk speelveld’ tussen grote bedrijven als essentieel doel van de onderhandelingen te maken. Bijvoorbeeld door af te spreken dat er CO2-normen komen voor de productie van internationaal verhandelbare producten zoals een ton staal, een kWh elektriciteit, auto’s, cement en chemische bulkgoederen. Bedrijven uit China, Europa en de VS worden dan gelijk behandeld. De bestaande CO2-norm voor auto’s in Europa, Japan en de VS bewijzen het succes van deze aanpak. Deze technologische benadering kan rekenen op meer steun van de machtige industrie en is gemakkelijker aan mensen uit te leggen. Maar ook deze aanpak heeft tegenstanders en vergt het optimisme van Nelson Mandela: It always seems impossible until it’s done.