Column

Simone Een luxe babyluikje

‘U rookte wel, dat is per maand duurder dan de pil,’ constateert de rechter. Anita C. knikt, ze begrijpt het. En ze snapt ook wel dat ze haar drie pasgeboren baby’s niet in een bloempot en onder de grond had moeten verstoppen. Maar er was geen geld voor anticonceptie, laat staan voor een kind. Natuurlijk had het allemaal anders moeten gaan. Maar wat zou moeten, is niet altijd wat is.

Ik zit vooraan in de rechtszaal, naast een journaliste van Het Limburgs Dagblad, vlakbij de verdachte. Het oor waarachter Anita haar uitgeputte, vale haar heeft gehaakt, is rood van de spanning. Haar schouders zijn hoekig, 53 kilo weegt ze nog, het zachte is eraf. Ze schudt haar hoofd steeds weer en antwoordt almaar met ‘Ik weet het niet’. Het staatsieportret van Willem Alexander dat achter de rechters hangt, lijkt haar onmacht te benadrukken.

Ik vraag me af of een prikpil in het basispakket Anita had kunnen redden. Of íets haar had kunnen redden. Barbara Muller, oprichter van Het Babyhuis in Dordrecht, weet niet of ze iets voor Anita zou hebben kunnen doen, maar levens gaat ze zeker redden. Hoewel de wet het verbiedt, opent Barbara in februari een Vondelingenkamer waar radeloze moeders hun baby eventueel anoniem kunnen achterlaten. Staatssecretaris Teeven vindt deze luxueuze variant van het ‘babyluikje’ (dat in de rest van Europa al wordt gebruikt in de hoop kindermoord te voorkomen), een vorm van ‘uitlokken’. Muller weet dat ze een rechtszaak riskeert, maar ‘net als bij de wetsverandering voor euthanasie en abortus moet er altijd iemand zijn nek uitsteken. We laten ons niet straffen. We gaan door.’ Want wat is, is niet altijd zoals het zou moeten zijn.

Een plotse snurk uit de hoek van het zaaltje doet de paar aanwezigen een beetje giechelen. Het is de bode. Snel raapt hij zijn pen van de grond en gaat verder aan zijn kruiswoordpuzzel. Zijn slaap brengt iets menselijks in de zaal. Hij dutte even in, het hoort niet, maar het gebeurde.

Er wordt een pauze ingelast. Tien minuten. Een teken voor mij om deze treurnis te verlaten. De snurkende bode wijst me de uitgang. Het zijn de medicijnen voor de manke zenuw in zijn been, verklaart hij. „Daar val ik – bam! – zomaar van in slaap.”

Ik vraag of zijn kruiswoordpuzzel wel een beetje vlot. Hij schudt zijn hoofd, „maar als ik ‘m halverwege niet meer snap begin ik gewoon aan een nieuwe”. Wie vaak genoeg in een rechtszaal komt, geeft het begrijpen vanzelf op.

Voor het gerechtshof, achter station ’s Hertogenbosch, staat Anita met haar advocaat. Hij schudt zijn pols vrij van zijn zwarte toga, kijkt op zijn horloge. Anita C. steekt er nog een op. Voor haar is het hoe dan ook te laat.