QOTSA klonk zelden zo ongevaarlijk

Queens Of The Stone Age en het Ziggo Dome hadden ruzie met elkaar. Alles wat er doorgaans gevaarlijk, zweterig en duister is aan de band uit de woestijn van Californië, sloeg dood tegen de steile tribunes van de betonkolos in de Bijlmer. Nog nooit klonk hun muziek zo eenvormig, met hakkelende gitaren en een overijverige drummer die zich bij een metalband waande.

Songs die op hun laatste album Like Clockwork nog afwisseling en een toegankelijk geluid beloofden, legden in deze klinische omgeving met keihard licht van boven al hun zwakten bloot. If I had a tail met zijn zalvende falsetkoortjes werd een parodie op een rocksong. De langzame nummers Kalopsia en pianoballade Like clockwork sleepten zich voort, als onwelkome gasten op een feestje dat eigenlijk al voorbij was. Fans die QOTSA nog in het clubcircuit hebben zien optreden – condens druipend van de muren – konden zich afvragen wat de meerwaarde was van zo’n grootschalig optreden. De statische bandleden waren voor veel bezoekers op de tribunes niet meer dan stippen in de verte.

De band had het opzwepende Feel Food hit of the summer hard nodig om in de toegift nog wat opwinding te brengen, als goedmaker voor een saai concert waarbij beheersing omsloeg in routine. Zo ongevaarlijk hadden Little Richard en Elvis Presley de rock’n’roll nooit bedoeld.

Jan Vollaard