Pessimisme als uitgangspunt

Een jongetje van een jaar of vijf, met in zijn handen een knuffelbeer met een slaapmuts op, staat in een verwoeste straat van de Syrische stad Homs. Achter hem kapot geschoten huizen en winkels. Het jochie, met grote donkere ogen, toont geen angst of verdriet. Hij poseert en houdt de beer omhoog voor de fotograaf.

Deze foto stond dinsdag in de krant bij een artikel over de duizenden kinderen die tot nu toe zijn omgekomen in de Syrische burgeroorlog – om precies te zijn 11.420 dode kinderen tussen maart 2011 tot augustus 2013. Een organisatie blijkt dit nauwkeurig bij te houden, om te laten zien wat de tol van de oorlog is en zo het geweld terug te dringen.

De berichten over de aanhoudende gevechten in Syrië, en over vruchteloze pogingen om vredesoverleg op gang te krijgen, stemmen intens somber. De situatie is zo uitzichtloos, er is eigenlijk geen reden voor iets anders dan pessimisme. Hoe kan dit ooit nog goed komen? Maar dat jongetje met zijn beer, in andere omstandigheden een sentimenteel plaatje, werkte naast het artikel over de omgekomen kinderen als morele aansporing om de hoop op een oplossing niet op te geven.

Toch kan pessimisme een goed uitgangspunt zijn, zeker in de internationale politiek. Dat althans betoogt de Russische buitenlandexpert Fjodor Loekjanov, die vindt dat er veel onbegrip bestaat over de Russische opstelling in Syrië. Rusland heeft zich in de Veiligheidsraad steeds verzet tegen alles wat kan leiden tot een buitenlandse interventie in Syrië, vanuit de diepe overtuiging dat de ellende daardoor makkelijk nog veel groter kan worden. In een burgeroorlog ingrijpen op humanitaire gronden? En dan vervolgens ‘de goede kant’ in het conflict aan de macht helpen? Rusland vindt dat een gevaarlijk idee, stelt hij in een artikel in het Duitse blad Internationale Politik. In Syrië speelt zich een gruwelijke tragedie af, zeker, maar het is misplaatst optimisme om te denken dat buitenlands ingrijpen daar een eind aan kan maken. En weet iemand na twee jaar burgeroorlog eigenlijk nog wat in Syrië ‘de goede kant’ is?

Zonder het met zoveel woorden te erkennen, hebben de Verenigde Staten zich in de kwestie-Syrië in de praktijk tot deze Russische visie bekeerd. In september besloot Obama na lang aarzelen om een vergeldingsaanval voor het gebruik van chemische wapens af te blazen. In plaats daarvan greep hij de door Rusland geboden kans aan om het hele arsenaal chemische wapens van Syrië te laten ontmantelen. Prachtig als dat lukt. Maar de Syrische oorlog wordt vooral met ándere wapens uitgevochten en gaat volop door.

Zit er dus niets anders op dan de oorlog te laten doodbloeden? Of af te wachten tot het regime van Assad, aan Al-Qaeda-gelieerde rebellen en andere groepen het verwoeste land onderling verdeeld hebben? Tot nog meer miljoenen Syrië hebben ontvlucht, en de regio verder is ontwricht?

Amerikaanse en Russische diplomaten blijven proberen een vredesconferentie van de grond te krijgen, die begin volgend jaar in Genève gehouden zou moeten worden. Maar hoe krijg je alle partijen, die elkaar op leven en dood bestrijden, zover om de tafel te gaan zitten? In Moskou ziet men volgens Loekjanov de vredesbesprekingen in het Amerikaanse Dayton, waar in 1995 een vredesakkoord voor de Bosnische oorlog werd gesloten, als nuttig voorbeeld. Wie het aftreden van Assad als voorwaarde voor vredesoverleg stelt, waarschuwt Loekjanov, moet beseffen dat ‘Dayton’ alleen kon slagen omdat de Servische president Milosevic bij de besprekingen betrokken werd, ook al gold hij ook toen al als oorlogsmisdadiger. Een goed punt. Alleen was het vredesoverleg er zonder bombardementen van de NAVO niet gekomen.

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag op deze plaats over internationale kwesties