Nederland valt uit kopgroep eurozone

Kredietbeoordelaar S&P nam Nederland vanmorgen zijn AAA-status af. Volgens minister Dijsselbloem wordt Nederland beoordeeld op resultaten uit het verleden, terwijl de economie juist aantrekt.

Het is Nederland niet gelukt om tot het einde van de crisis zijn koppositie in de eurozone vast te houden. Vanmorgen verlaagde Standard & Poor’s zijn oordeel over de Nederlandse kredietwaardigheid van AAA (het hoogste niveau) naar AA+, één stap lager. Van de zeventien eurolanden krijgen nu alleen nog Duitsland, Finland en Luxemburg de hoogste kredietstatus van S&P.

De afwaardering kan nauwelijks iemand verbaasd hebben. Alle drie de grote kredietbeoordelaars (naast S&P zijn dat Fitch en Moody’s) hanteerden al langere tijd een zogeheten negatieve outlook voor Nederland. Daarmee waarschuwden zij voor een mogelijke afwaardering.

S&P heeft tot de lagere waardering besloten omdat de groeivooruitzichten voor de Nederlandse economie tegenvallen. Volgend jaar verwacht het bureau een groei van 0,5 procent, die moet aantrekken tot 1,5 procent in 2016. Maar ook dan zal de groei ruim onder het langetermijn-gemiddelde van 2,4 procent in de jaren 1994-2009 liggen.

Nederland steekt daarmee slecht af bij de andere leden van de groep van sterke eurolanden. Volgens S&P groeit het inkomen per hoofd van de bevolking in deze groep met 0,3 tot 1,5 procent in de periode 2006-2016. Nederland komt echter uit op een krimp van 0,1 procent. Pas in 2017 zal de economie weer het niveau van voor de crisis bereiken, is de verwachting.

De aantrekkende export kan de zwakke binnenlandse economie niet voldoende compenseren, zegt de kredietbeoordelaar. Het bureau maakt dezelfde economische analyse als andere instellingen (CPB, IMF, Europese Commissie, OESO) eerder al deden: de consumentenbestedingen krimpen als gevolg van de malaise op de woningmarkt en de stijgende werkloosheid. De bezuinigingen drukken de groei verder.

De afwaardering komt op een pijnlijk moment voor het kabinet dat voor 2014 alle bezuinigingen rond heeft. Vooral het beeld van Nederland op de financiële markten werd de afgelopen jaren vaak gebruikt als stok achter de deur om te bezuinigen.

Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) noemde de afwaardering vanochtend „oprecht teleurstellend”. De stap komt volgens hem juist op het moment dat het perspectief verbetert. „We zien de economische groei oppikken en we zien verbetering bij werkgelegenheid en de huizenmarkt. De afwaardering is eigenlijk een vaststelling van de periode waar we vandaan komen.”

De minister legt zo de schuld impliciet neer bij eerdere kabinetten. „De grote problemen pakken we nu aan. Het oordeel van S&P reflecteert een ontwikkeling van de afgelopen jaren.”

Volgens de bewindsman „was er al langer sprake van een gaatje tussen de kopgroep Duitsland en Finland en de landen daarachter zoals Nederland en Oostenrijk.” Hij verwacht dan ook geen gevolgen op de financiële markten. „Daar komt bij dat de twee andere kredietbeoordelaars hun triple-A-oordeel onlangs nog hebben bevestigd.” Er was vanochtend geen merkbare reactie op de financiële markten.

S&P vertrouwt er op dat de regering de overheidsfinanciën onder controle houdt en noemt het vooruitzicht voor de lange termijn daarom stabiel. Maar dan stabiel op een lager niveau dan Nederland gewend was.