‘Mijn moeder was niet ziek. Ze had er nog kunnen zijn’

Tijdens de achtste zittingsdag in de strafzaak tegen ex-neuroloog Jansen was het woord aan de slachtoffers.

Met ‘schroom en schaamte’ hoorde ex-neuroloog Ernst Jansen gisteren in de rechtbank de verhalen aan van zijn slachtoffers.

Een dochter van patiënte Marianne Vial die in maart 2000 zelfmoord pleegde, zei: „Jansen doet alsof hij het beste voorhad met mijn moeder. Maar uit alles blijkt dat hij er niet voor haar was, maar zij er voor hem moest zijn. Hij construeerde een ziekte voor haar.”

De uitspraken die de ex-neuroloog over haar moeder heeft gedaan, maken haar razend, vertelde ze. Toen hij werd geïnformeerd over haar dood, was zijn reactie: „Dan heeft ze ons toch beduveld.” De dochter: „Hoezo ons? Wij voelden ons niet beduveld, Jansen voelde zich beduveld. Het klinkt niet als een uitspraak van iemand die beweert zich te bekommeren om zijn patiënten.”

Vial verkeerde in de veronderstelling dat ze leed aan de ongeneeslijke neurologische aandoening multi-systeem atrofie (MSA), alzheimer en de spierziekte ALS. Ze slikte meerdere medicijnen. Negen jaar na haar overlijden kwamen de nabestaanden er pas achter dat bij de lijkschouwing geen van de drie ziekten was vastgesteld. De dochter: „Het trof ons als een mokerslag. Ze had geen MSA. Ze had er nog gewoon kunnen zijn.”

De dochters beschreven hoe het steeds slechter ging met hun moeder. Ze zat als een schim in een stoel of lag gedrogeerd in bed, in afwachting van een voorspeld levenseinde. „Hoe heeft Jansen zo kunnen huishouden, onder de ogen van het ziekenhuisbestuur en collega’s?” In de nacht nadat ze was ontslagen uit het ziekenhuis waar Jansen haar behandelde, maakte ze een einde aan haar leven.

Deskundigen verschillen van mening over de vraag of de suïcide te maken heeft met de diagnose en de behandeling. Deskundige Nicole van der Laar van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) ziet een relatie, maar volgens klinisch farmacoloog Anton Loonen is causaliteit onwaarschijnlijk. Hij heeft ernstige bedenkingen bij het rapport van het NIFP.

Ook emoties gisteren bij een aantal vermeende alzheimerpatiënten. Bij Wim van Losser toen hij in gedachten terugging naar het moment waarop de diagnose alzheimer werd gesteld. Het was de dag dat zijn kleindochter één jaar werd. „We hebben het niet gevierd.” Zijn stem stokte.

Slachtoffers verloren hun baan en/of verkochten hun huis in de veronderstelling dat ze steeds verder zouden aftakelen. Van Losser: „Iedereen vergeet wel eens iets, maar als het mij overkwam, dacht ik, nu begint het.”

Ex-patiënt Taieb El Haddad denkt met afschuw terug aan de dagbehandeling die hij kreeg tussen de dementerende ouderen. Zijn gezin is „tot op de dag van vandaag verdrietig over wat er is gebeurd. Waarom heeft Jansen voor deze ellende gezorgd? Waarom, waarom, waarom?”

De familie van ex-patiënte Vial diende gisteren een civiele vordering in van ruim 21.000 euro, onder meer vanwege verhuiskosten. De echtgenoot kon de aanblik van de badkamer waar zijn vrouw stierf niet verdragen. Hij voelde zich niet in staat de zitting bij te wonen. „Het is een traumatische gebeurtenis die mijn leven totaal heeft veranderd”, liet hij de rechter voorlezen.

Jansen noemde de verhalen „indrukwekkend. Afschuwelijk hoe die jaren zijn geweest.”