Met hem begon het ‘sterrendom’ in de literatuur

Weinig biografen weten hun onderwerp zo tot leven te wekken als Safranski, en tegelijkertijd recht te doen aan het werk. Zo leren we de dichter en schrijver ook kennen als een charismatische levenskunstenaar.

Goethe op de schaats: ‘Als de jonge Goethe erop uit trok kreeg hij een hele tros jonge meisjes en kinderen achter zich aan’Ets J.L. Raab na 1857

We weten bijna alles van Goethe (1749-1832). Over geen schrijver is zoveel materiaal voorhanden: brieven, dagboeken, herinneringen, getuigenissen van derden. En uiteraard het literaire werk. Een hele bibliotheek is over hem vol geschreven, waaronder tientallen biografieën. Zelfs de meeste mensen uit zijn omgeving hebben hun eigen biografie gekregen. Wie nu nog met een nieuwe Goethe-biografie komt aanzetten, getuigt op z’n minst van vermetelheid. Wat zou hij bijvoorbeeld kunnen toevoegen aan de reusachtige levensbeschrijving van Nicholas Boyle, waarvan tot nu toe twee delen zijn verschenen? Boyle gaat in deel II tot 1803 en zit al op een kleine tweeduizend bladzijden.

Rüdiger Safranski houdt het op ongeveer 650 bladzijden tekst, en hij beschrijft het hele leven. Van vermetelheid getuigt zijn biografie inderdaad, te meer daar hij de secundaire literatuur grotendeels buiten beschouwing laat en alleen van de primaire bronnen uitgaat. Heel verstandig, als je een leesbaar boek wilt schrijven en geen academisch compendium.

Leesbaar is zijn Goethe. Kunstwerk des Lebens beslist. Weinig biografen weten hun onderwerp zo tot leven te wekken als Safranski, en tegelijkertijd recht te doen aan het werk. De lezer wordt niet bedolven onder een lawine van feiten en feitjes, daarvoor kan men bij Boyle terecht, maar Safranski komt met een onderhoudend verhaal en een heldere visie.

De ondertitel wijst de richting: Goethe komt allereerst naar voren als levenskunstenaar, pas daarna als schrijver en dichter. Dat lijkt vreemd, want het is toch vooral om zijn geschriften dat we nog altijd belangstelling voor hem opbrengen. Maar is het echt zo?

Met Goethe doet het ‘sterrendom’ zijn intrede in de literatuur, schrijft Safranski. Al in de achttiende eeuw was men evenzeer geïnteresseerd in de schrijver van Die Leiden des jungen Werthers (1774) als in de roman. Als charismatische persoonlijkheid trok Goethe niet minder de aandacht dan als geniale dichter. Fraai is het beeld dat Safranski schetst van de jonge Goethe, die als hij erop uit trok een hele tros jonge meisjes en kinderen achter zich aan kreeg.

Gangmaker

We komen Goethe vervolgens tegen als gangmaker in Weimar, waar hij vanaf 1775 optreedt als vriend en raadsman van hertog Carl August en een platonische liefdesrelatie onderhoudt met Charlotte von Stein. Ook zien we hem als huisvader met zijn zoontje August op schoot, tegenover een breiende Christiane, zijn ‘Bettschatz’, zoals Goethes moeder haar liefdevol placht te noemen. En, op oudere leeftijd, als bedaagde beroemdheid die een stroom van bezoekers aan zich voorbij laat trekken en die – in de kring van intimi, onder wie zijn trouwe Eckermann – soms ook een avond lang kan zwijgen. Ziedaar de buitenkant, door Safranski plastisch voor ogen getoverd, maar de visie die deze biografie draagt heeft betrekking op de binnenkant.

Goethe een genie noemen, is een open deur intrappen. Bekend is het gemak waarmee hij de dichtregels uit zijn mouw schudde, iets waarover zijn vriend Schiller zich bleef verbazen. Het gevolg was wel dat hij zelf niet het idee had iets bijzonders te hebben gepresteerd. Goethes keuze om naar Weimar te gaan en zich daar in het politieke leven te storten, verklaart Safranski onder meer uit een behoefte om zich te bewijzen in de echte wereld. De literatuur alleen was hem nooit genoeg: ‘Hij wilde eten en niet slechts de spijskaart bestuderen’.

De spanning die zo kon ontstaan, leverde weer stof voor zijn poëzie. Zoals voor het drama Torquato Tasso (1790), waarin Goethe de beide kanten van zijn persoonlijkheid verdeelde over twee personages: de dichter Tasso en de Weltmann Antonio. Soms werd de beproeving hem te veel, zoals in 1786 toen hij de wereldse verplichtingen in Weimar ontvluchtte om in Italië de ‘wedergeboorte’ van zijn kunstenaarschap te beleven. Zo’n rigoureuze ingreep kon nodig zijn om het evenwicht te herstellen.

Zelfbescherming

Evenwicht lijkt het sleutelwoord om Goethe te begrijpen. Hij ontlokte poëzie aan het leven, hij was er niet op uit om (zoals sommige romantici verlangden) het leven in poëzie te veranderen. Maar wat Safranski het meest in hem aantrekt is dat hij zich nooit helemáál liet meeslepen. Als de buitenwereld zich te zeer opdrong, bracht hij het ‘selbstische Prinzip’ in stelling. Geen egoïsme, al werd hem dat wel verweten, maar een vorm van zelfbescherming. Van Goethe kunnen we leren hoe we eigenlijk zouden moeten omgaan met de huidige wereld zonder grenzen, suggereert Safranski, die ditzelfde thema al eens heeft aangesneden in Wieviel Globalisierung verträgt der Mensch? (2003).

Goethe was, ook in eigen ogen, een bofkont, een Glückskind. Zelfs zijn talrijke verliefdheden die niet in bed eindigden, leidden altijd tot lieflijke of elegische poëzie. Bij wijze van contrapunt wijst Safranski erop dat Goethe ook wel degelijk Lebensekel (zelf sprak hij van taedium vitae) heeft gekend; de diepe melancholie van Werther kwam niet alleen uit de boeken. Maar het grotere contrast komt van buiten, bijvoorbeeld wanneer Safranski in een paar bladzijden het treurige leven van Jakob Michael Reinhold Lenz schetst, een bevriende dichter uit Goethes Sturm und Drang-tijd. Een wondermooi miniatuurportret binnen het grote verhaal.

Er zijn meer van zulke excursies, Goethes bestaan krijgt er reliëf door, het wordt in een omgeving geplaatst en in een tijdperk. Voor de verdieping zorgen meer analytische passages over Goethes kleurenleer, zijn door Spinoza geïnspireerd pantheïsme of de betekenis van Faust, de alomvattende tragedie waaraan hij zijn leven lang heeft gewerkt. Op deze manier krijg je, ook al ontbreken veel feiten, toch een compleet ogend beeld van dit ‘laatste universele genie’, zoals Safranski Goethe noemt. Ook de biografie zelf past trouwens in een groter geheel, want eerder schreef Safranski boeken over het leven van Schiller en over diens vriendschap met Goethe. Deze biografie vormt dus het sluitstuk van een bijzondere trilogie en vindt alleen al daarin zijn rechtvaardiging.