Katten, katten en nog eens

Precies 45 jaar dobbert De Poezenboot op het Singel in Amsterdam. Nog altijd is de enige drijvende kattenopvang ter wereld razend populair onder dierenliefhebbers. „Vaak staan hier hele groepen Japanners voor de deur.”

foto’s Rien Zilvold

Het was tamelijk groot nieuws afgelopen mei, althans, in de veelgelezen categorie ‘klein nieuws’: een onbekende had ’s nachts een kitten van zeven weken door de brievenbus van De Poezenboot aan het Singel (bootnummer 38 G) geduwd. „Geen briefje, geen telefoontje, niets. Ze was veel te jong om al weggehaald te worden bij haar moeder, heel zielig.” Judith Gobets, die al jarenlang De Poezenboot runt, zegt het hoofdschuddend. „Dat mensen zoiets over hun hart kunnen verkrijgen is voor mij onbegrijpelijk.” Verbijsterd was zij ook toen er laatst twee katten voor de deur waren gedumpt. „Met al hun korstjes en schilfers zagen ze er zó ongezond uit. De eigenaar had ze echt verwaarloosd. Misschien had hij geen geld, schaamde hij zich en was hij ten einde raad.” Duidelijk is dat De Poezenboot, domein van de gelijknamige stichting waar vijftig (zwerf)katten tegen een kleine vergoeding verblijven en geadopteerd kunnen worden en die bijna volledig draait op vrijwilligers, een hoop verhalen oplevert.

Vijftig katten, één boot, hoe gaat dat eraan toe? Geen schrijnende scenario’s met te krappe ruimtes, jankende katten en tientallen stinkende kattenbakken in elk geval. Wel nette kooitjes, tien opgeruimde kattenbakken, een aantal gevulde eet- en drinkbakjes en een keurig fris ruikende receptie waar bezoekers worden ontvangen. En wie echt goed rondkijkt, ziet zelfs gedetailleerde schoonmaakschema’s voor de vrijwilligers en klim- en klauterplekken voor de katten. In totaal lopen vijftien verwilderde zwerfkatten los rond in de ‘woonkamer’ en ongeveer veertig ‘gewone’ katten zitten in dezelfde ruimte in kooitjes.

Genoeg te zien en te voelen dus, aan boord van het enige drijvende kattenasiel ter wereld. Niet voor niets is De Poezenboot een bekend begrip binnen en buiten Amsterdam. Sterker nog, de ‘attractie’ trekt bezoekers vanuit de hele wereld die er komen om te kijken, aaien, fotograferen of te adopteren. Zoals Lisa Brideau (35) uit Vancouver. „Fabulous and amazing”, noemt ze De Poezenboot. „Zelfs in mijn woonplaats kennen veel mensen deze kattenopvang. Dat hij in het water ligt vind ik meer dan uniek en wilde ik met eigen ogen zien. Ik kon me er van tevoren echt geen voorstelling bij maken.” Net als Bideau bezoeken deze maandagmiddag ook veel andere geïnteresseerden De Poezenboot, die dagelijks tussen een uur en drie uur ’s middags open is voor publiek (behalve op woensdag en zondag). De Canadese vindt het logisch dat het asiel zo in trek is. „Katten zijn zulke mysterieuze beesten. Lief en brutaal tegelijkertijd. Als liefhebber is het dan heerlijk om even tientallen katten om je heen te hebben.”

Maar het zijn zeker niet alleen toeristen die een kijkje komen nemen. Want ook een hoop Amsterdammers vinden hun weg naar De Poezenboot, sommigen zelfs dagelijks. En daar zitten eigenzinnige types tussen. Judith: „Regelmatig komt hier een oudere dame, geheel in het roze gekleed. The Pink Lady noemen we haar. Twee uur lang praat ze tegen de katten. Waar ze het over heeft? We hebben werkelijk geen idee.” Ook vandaag loopt er een vaste bezoeker rond. De man, jaar of zeventig, kijkt verward, maar dat maakt de katten niks uit. Al snel is hij omringd door een paar viervoeters. „Anders is het met grote groepen Japanners of Amerikanen, die hier vaak komen. Van zo’n invasie schrikken sommige katten en dan verstoppen ze zich.” Judith vertelt over de inmiddels overleden zestienjarige kat Granny. „Door een zwaar straatleven was zij bijvoorbeeld helemaal verwilderd en schuw. Als je haar optilde, was de kans dat ze je aanviel heel groot.”

Grote taak

De kattenliefhebster schudt de verhalen moeiteloos uit haar mouw. Vol passie praat ze over alle beesten en de soms bijzondere bezoekers. „Als kind werkte ik al als vrijwilliger op deze boot, heerlijk vond ik het. Inmiddels ben ik fulltime en deels betaald aan de slag.” Judith, die in het verhaal het liefst bij haar voornaam genoemd wordt en haar leeftijd niet kwijt wil, laat niet veel los over haar privéleven. „Ik ben hier voor de katten en wat ik daarbuiten doe, hou ik liever voor mezelf.” Ze woont, net als haar collega’s, niet op de boot. „Na het werken hier gaat iedereen gewoon naar huis; de katten verblijven hier ’s nachts alleen. Overdag is het al druk genoeg voor ze.” Judith doelt op al het bezoek, de nieuwe katten die hun weg moeten vinden, de standaard bezoekjes aan de dierenarts en de adopties.

Overigens kunnen niet alle katten worden geadopteerd, want de verwilderde zwerfkatten blijven wonen op De Poezenboot. De andere katten in kooitjes, die niet meer verzorgd konden worden door hun baasje of gevonden zijn, kunnen wel worden afgestaan. Anna Ven (82) weet er alles van. Zij adopteerde een maand geleden de elfjarige kater Floris. Enthousiast vertelt ze: „Toen ik een foto van Floris op de website van De Poezenboot zag, was ik meteen verkocht. Hij keek me zó lief aan.” Ven wilde niets liever dan voor het beest zorgen. „Vrijwilligers van de boot waarschuwden mij dat hij kon blazen en krabben. Ik kon daar alleen maar om lachen. Ik vond het vanaf de eerste minuut een heerlijk beestje en heb hem meteen meegenomen.” In totaal worden er zo’n 250 katten per jaar geadopteerd van De Poezenboot, maar Judith benadrukt dat niet iedere geïnteresseerde zomaar een kat mag meenemen. Volgens haar beseffen veel mensen niet dat het onderhouden ervan een grote taak is. „Vlooien, kattenharen, een vieze poepbak. Je leven verandert compleet en dat maken wij heel goed duidelijk tijdens een voorlichtingsgesprek. Laatst was hier een hoogzwangere vrouw die een kat wilde adopteren. Slecht idee, vond ik. We hebben haar daarom geen kat meegegeven.”

Vijftig katten op één boot, middenin de dichtbevolkte grachtengordel – geeft dat geen overlast? Matthijs Vermaat, advocaat, woont al heel lang in de boot ernaast. Hij heeft nauwelijks last van de toeristische trekpleister, maar dat is niet altijd zo geweest. „Toen De Poezenboot jaren geleden uit twee boten bestond waren er ontzettend veel krolse katten. Dat rook je. Bovendien werden ze gevoerd met eendagskuikens. Gevolg: ratten.” Natuurlijk ziet Vermaat wel de fotograferende toeristen, al waren dat er vroeger veel meer. „Rondvaartboten voeren achteruit om De Poezenboot goed te kunnen laten zien. Dit veroorzaakte veel deining en lawaai. Gelukkig is nu in de verordening opgenomen dat dat niet meer mag.” Eigenlijk merkt de buurman vrij weinig van de kattenopvang. „En ach, die paar keer per jaar dat mensen vragen waar De Poezenboot ligt, is echt geen ramp.” Zelfs van kattengejank heeft hij geen last. Ideale buren, die katten.