Financiële sector gaat nu gebukt onder regels

Hervormingen zijn nodig maar de regelgeving voor banken en verzekeraars door de EU en nationale overheid schiet nu door, vindt Halbe Zijlstra.

Illustratie pavel constantin

De financiële crisis heeft aangetoond dat hervormingen in de financiële sector nodig zijn. Ook de sector zelf is hiervan doordrongen. Er zijn te grote risico’s genomen en het toezicht is ernstig tekort geschoten. Hierdoor liep onze economie grote schade op en die kwam voor rekening van de belastingbetaler. Er is dan ook geen twijfel dat de financiële sector moet veranderen.

Het afdwingen van hervormingen via wet- en regelgeving lijkt echter nationaal en internationaal door te schieten. Tekenend is de groeiende omvang van wetgeving. Na de Grote Depressie werd de bekendste financiële hervormingswet ingevoerd, de Amerikaanse ‘Glass-Steagal act’ die 37 pagina’s besloeg. Na de financiële crisis werd in 2010 de ‘Dodd-Frank act’ afgekondigd die volgens experts uiteindelijk zal oplopen tot maar liefst 30.000 pagina’s.

Ook uit de EU kwam een stroom financiële wet- en regelgeving op gang. Sommige regels zijn zo complex, dat ze weer aanleiding geven voor nieuwe wetten en regels. Dit komt bij alle regels die al in de maak zijn voor andere, veelal noodzakelijke, financiële hervormingen. Bijvoorbeeld voor verscherpt nationaal en Europees toezicht, een Europese betalingsmarkt en de totstandkoming van de Bankenunie met geharmoniseerde Europese standaarden.

Nederland heeft internationaal gezien een relatief grote financiële sector en die zouden we de tijd moeten gunnen om al deze wet- en regelgeving door te voeren. In plaats daarvan doen we er vaak nationaal nog een schepje bovenop. Europese regels worden eerder of nog strenger doorgevoerd dan in de ons omringende landen. Zo werd onlangs voorgesteld om nieuwe Europese kapitaaleisen aan verzekeraars in Nederland eerder in te voeren dan in de rest van Europa. Hier heeft de VVD zich tegen verzet. Snellere invoering van regels is al niet verstandig, maar daarbij komt de Nederlandse wetgever zelf ook vaak nog met nieuwe wetten en regels.

Denk aan regels over scholing, provisies, beloningsbeleid of het verplicht afleggen van een eed voor net gedrag. Of de recent wettelijk vastgelegde zorgplicht, waarbij niet meer de consument zelf, maar de bank zich moet afvragen of een lening wel verstandig is. Treffend was dat op basis van deze wet een groep piloten een bank voor de rechter sleepte. Niet omdat een lening geweigerd zou zijn, maar omdat die bank de piloten voor hun opleiding een te hoge lening zou hebben gegeven. De bank zou volgens hen niet hebben voldaan aan de zorgplicht, omdat de lening te hoog was voor hun carrièremogelijkheden. Dit is de wereld op zijn kop en gaat voorbij aan de eigen verantwoordelijkheid van consumenten. Het is ook onmogelijk voor banken de risico’s voor elk individu te berekenen, zodat banken zich dan richten op het laagst denkbare risico. Ze willen immers voorkomen dat ze door een rechter of toezichthouder op de vingers worden getikt. Het gevolg is dat kredietverstrekking steeds moeilijker wordt, ook voor personen en bedrijven met een groot groeipotentieel.

Steeds meer regels zijn niet de oplossing. Hoewel het in deze tijd niet populair is om te zeggen, geldt dat ook voor de financiële sector. De regelgeving zet de kredietverlening onder druk. Dit raakt ieder die een huis wil kopen, een studie wil volgen of een onderneming wil starten en zo ook de economische groei. Bovendien schept toenemende regelgeving valse verwachtingen. Namelijk dat alle risico’s kunnen worden voorkomen en afgedekt door de overheid en dat fouten of financiële crises zich nooit meer voor zullen doen. Niemand kan deze belofte waarmaken, ook politici niet.

Overregulering kan zelfs financieel destabiliseren. De Amerikaanse overheid probeerde door wetten en regels en via hypotheekgarantie-instituten als Fannie Mae en Freddie Mac de huizenmarkt te stimuleren. Buitenlandse financiële instellingen, die spaargeld in de Verenigde Staten ophaalden, werden verplicht om minimaal de helft van dat geld weer in de Amerikaanse huizenmarkt te investeren. De huizenmarkt in de Verenigde Staten en de daaraan gerelateerde beleggingen werden overmatig gestimuleerd en de risico’s voor de banken groeiden enorm. Ook dit veroorzaakte de financiële crisis van 2008.

Ook Europa krijgt problemen met overheidsingrijpen. Niet alleen de Europese wetgever legt de financiële sector meer regels op, ook nationale toezichthouders komen met aanvullende regels, bijvoorbeeld over de hoeveelheid kapitaal die banken in bepaalde Europese landen moeten aanhouden als reservering tegen voorkomende risico’s. Net als destijds in de VS leidde dit ertoe dat financiële instellingen steeds lastiger kapitaal konden verplaatsen. Deze beperking van de vrijheid van kapitaal gaat niet alleen in tegen de beginselen van de Europese interne markt, het is ook de bijl aan de wortel van de eurozone. Als geld zich niet vrij kan verplaatsen, is er de facto geen muntunie meer. De bankenunie waar nu aan gewerkt wordt, biedt kansen om dit probleem aan te pakken omdat die banken weer zelf verantwoordelijk maakt voor de risico’s die zij nemen. Zo komt de rekening van een eventueel faillissement niet langer bij de belastingbetaler, maar bij de aandeelhouders. Zij zullen hun risico’s willen beperken en van de bank grotere kapitaalreserves eisen. De overheid hoeft dus geen aanvullende eisen meer te stellen.

Zowel de financiële sector als de eurozone moet worden hervormd, laat daar geen twijfel over bestaan. Slimme wet- en regelgeving kan hier in internationaal verband aan bijdragen. De uitdaging voor de komende tijd is echter om te zorgen, dat we niet verder doorschieten in overheidsregulering, want die zal uiteindelijk eerder heilloos dan heilzaam blijken te zijn.