Falend internationaal milieubeleid

De klimaattop in Warschau leidde niet tot concrete afspraken. Komt het sluiten van een wereldwijd klimaatakkoord in 2015 daardoor in gevaar? Wat te doen? Wat is het alternatief?

Twintig jaar van internationale milieutoppen heeft legio vage afspraken en beloften op om over te stappen naar een koolstofvrije economie, maar de facto is er amper een begin gemaakt met een serieus mondiaal klimaatbeleid.

De mislukking in Warschau is de laatste in een lange rij van gefaalde klimaattoppen. De opwarming van de aarde gaat gestaag door, maar de wereldleiders zijn niet in staat de CO2-uitstoot te remmen door er een prijs aan te verbinden. Dat vereist een belasting op CO2 of een wereldwijde markt van verhandelbare emissierechten. Een belasting, te beginnen met 20 euro per ton CO2 en oplopend tot 54 euro per ton CO2 in 2050, moet voldoende zijn om de opwarming te beperken: van 5,3 graden als we door blijven modderen tot 2,3 graden boven de pre-industriële temperatuur.

Dan mag de wereld nog slechts 400 in plaats van 2.500 giga ton koolstof verbranden.

Een doorsneegezin verbruikt 3.500 kWh per jaar. Dat komt neer op een uitstoot van 1,9 kilo CO2 en een prijskaartje van circa 3 euro per maand. Dit ligt moeilijk omdat dit vooral de laagste inkomens treft.

Bovendien zullen we de armste landen ter wereld met de minste emissies en de hoogste schade van opwarming moeten compenseren voor het beprijzen van CO2, maar dit is precies waarom alle klimaattoppen falen. Zolang dit niet lukt is het beter als de onderhandelingen zich concentreren op het isoleren van alle huizen, een fikse impuls te geven aan CO2-vrije energie, kolencentrales te sluiten en de vele brandstofsubsidies af te schaffen.