Expressionist én schaamteloos romantisch

Reinbert de Leeuw is behalve componist, pianist en dirigent ook hoogleraar. Aan de Leidse universiteit gaf hij de afgelopen jaren colleges over de muziek en uitvoering van twintigste-eeuwse muziek. Die min of meer geïmproviseerde voordrachten werden onderbroken door vragen van studenten en waren niet bestemd voor het papier, maar muziekwetenschapper Peter Peters heeft van de geluidsopname een betoog gemaakt waaruit de studenten zijn geschrapt en die het spontane karakter heeft behouden.

Reinbert de Leeuw staat te boek als voorvechter van de twintigste-eeuwse muziek en begrijpt de weerstanden tegen dit repertoire. Nog sterker: hij verkeert het liefst in de Duitse (laat)romantiek, om twee redenen. Hij is een man met het hart op de tong en met een voorkeur voor expressie overhellend naar expressionisme.

Ook al dirigeert hij vaak en graag muziek van Reich en Stravinsky, die van de musicus een schijnbaar neutrale opstelling verlangt, als componist is hij een schaamteloze romanticus. Zijn eigen analyse aan het slot van dit boek van zijn liederencyclus Im wunderschönen Monat Mai, gebaseerd op liederen van Schubert en Schumann, in combinatie met de kennis van de noten, laat geen reden tot twijfel.

Geheel in lijn met de volksmond ziet hij het einde van de tonaliteit rond 1900 als het einde van de grote westerse traditie van Monteverdi tot Wagner. Wat daarna kwam benadert hij zeer ambivalent. Muziek die voor hem bovenal een voortzetting is van die traditie, zoals de muziek van de Tweede Weense School (Schönberg, Berg, Webern), moet klinken als Duits-romantische muziek. Tegelijk is hij ostentatief gepassioneerd over die muziek die volgens hem wezenlijk nieuwe muzikale aspecten introduceerde, zoals een nieuwe omgang met tijd (Satie).

Maar interpreteert men het oude repertoire met die nieuwe bril, wat onvermijdelijk is en garandeert dat muziek levend blijft, dan is Leiden in last. Hoe lovend hij ook zegt te zijn over de post-romanticus Boulez als componist, als Boulez zelf werken dirigeert van Schönberg is het resultaat volgens De Leeuw een misverstand. Een zekere Franse koelheid en nuchterheid, die diepe betrokkenheid natuurlijk niet uitsluit, is aan De Leeuw niet zo besteed.

Eigenlijk weet De Leeuw ook met Boulez als componist geen raad. Over geen enkele andere componist schrijft hij dat de techniek de expressie in de weg staat, wat een andere manier is om te zeggen dat zijn muziek je eigenlijk vreemd is. Dat De Leeuw veel dichter bij de Duitse dan bij de Franse mentaliteit staat, blijkt ook uit zijn liefde voor gewichtige verklaringen, bijvoorbeeld bij zijn ongewone tempi in muziek van Satie. De Franse componist Messiaen, met wie hij veel meer heeft, is volgens hem qua temperament een Duitser. Die bril stimuleert hem. Kan hij de dramatiek van twintigste-eeuwse componisten naar zijn zwaar-op-de-handse Duits-romantische hand zetten, zoals bij Vivier, Cage en Russische componistes, dan komt de musicus De Leeuw helemaal los en klinkt moderne muziek geweldig.

Emanuel Overbeeke