erlijk avondje?

Lijkt een goed cadeau, een ‘eerlijke’ chocoladeletter op Sinterklaasavond. Duurzaam verbouwde cacao schaadt het milieu minder en boeren krijgen er een betere prijs voor. Maar zo eerlijk en duurzaam is deze fairtrade niet altijd.

Consumenten letten steeds beter op wat ze kopen. Duurzaam of fairtrade staan voor ‘goed’. Maar goed voor wie? Arnoud Kassi, een keuterboer in Ivoorkust, heeft zo zijn eigen idee wat duurzaam betekent. Hij verbouwt 3,5 hectare cacao en levert zijn bonen aan een grote Fairtrade-coöperatie. Voorheen verkocht hij zijn oogst aan een tussenhandelaar. Hij kreeg meestal de lagere dagprijs, maar de handelaar betaalde in elk geval contant. Hem werd beloofd dat hij bij de coöperatie meer zou verdienen. Maar in de praktijk is er nauwelijks verschil.

Arnoud Kassi: „De bonen worden in verschillende periodes geoogst en opgeslagen bij de coöperatie. Pas als er genoeg is, komt de vrachtwagen. Dat kan soms wel maanden duren. Intussen moeten wij onze gezinnen onderhouden, dus zijn we genoodzaakt om geld te lenen. Daar betalen we rente over. De bonus krijgen we pas aan het eind van het jaar. Maar die is bijna net zo hoog als de rente die ik voor mijn schulden betaal. Al met al schiet ik er weinig mee op.”

Kassi vertelde dit in 2012 aan een groep journalisten uit Nederland en West Afrika, voor een onderzoek naar duurzame cacao. Dat kreeg de titel The Fairtrade Rip-off.

Keurmerk Fairtrade (ook bekend als Max Havelaar) zet zich sinds 1987 in voor een beter bestaan en een eerlijke prijs voor de boeren. Alleen is hun eerlijke prijs voor cacao niet wat het lijkt. Max Havelaar belooft de consument dat boeren in ieder geval 2 dollar per kilo krijgen. Echter, Max Havelaar bepaalt niet de prijs aan individuele boeren, maar aan de coöperatie als geheel. Van dat geld betalen de boeren niet alleen de productiekosten, zij draaien ook op voor de exportkosten (allerlei belastingen en transport naar de haven). Een boer als Arnoud Kassi krijgt uiteindelijk veel minder dan 2 dollar voor een kilo. Volgens Max Havelaar verschillen de bedragen die individuele boeren krijgen, maar een gemiddelde kan de organisatie niet noemen.

Daar komt bij dat het marktaandeel van Fairtrade-chocola laag blijft: 0,9 procent in 2010 van de wereldwijde productie. En daarmee is ook de premie in totaal voor de coöperaties laag: 0,20 dollar per kilo. Uit deze premie financiert de coöperatie vervolgens de bonus voor de eventuele individuele leden en de kosten van het management (opslagruimtes, reizen, bijeenkomsten en overige uitgaven).

Wat overblijft gaat naar sociale projecten. Cacaocoöperatie Kuapa Kokoo in Ghana bijvoorbeeld investeerde in een schoolgebouwtje. Bij gebrek aan leraren en lesmateriaal is van een echte school nog geen sprake. Volgens de regels van Fairtrade zou op democratische wijze besloten moeten worden hoe de premie te besteden, maar in een Afrikaanse coöperatie met vaak duizenden ongeletterde leden is democratie een groot woord.

Wel neemt het marktaandeel aan Fair-trade chocola gestaag toe. Enkele jaren geleden besloot Verkade alleen nog 100 procent duurzame chocola te verkopen. De bonen die het bedrijf gebruikt, worden door de hele keten heen apart verpakt, dus hun herkomst is volledig te traceren.

Dat geldt niet voor Fairtrade Original. Dat hanteert het eufemistisch begrip Mass Balance, een versluierende manier om te zeggen dat een deel van de repen niet volledig uit Fairtrade-cacaobonen bestaat. De consument betaalt wel een meerprijs voor de repen.

Meer keurmerken

Fairtrade heeft sinds een paar jaar concurrentie van twee andere duurzaamheidskeurmerken. Het ene is UTZ (volledige naam UTZ certificied), een initiatief van onder meer Solidaridad en Ahold. Het andere is het al langer bestaande Rainforest Alliance (RA). RA heeft inmiddels praktisch dezelfde certificeringscriteria als UTZ, alleen het logo op de verschillende merken chocola is nog anders. Het groene kikkertje van RA richt zich op consumenten die extra belang hechten aan bescherming van wildlife en het in stand houden van de biodiversiteit.

De coöperaties van UTZ en RA verschillen in zoverre van Max Havelaar dat ze niet primair een ‘eerlijke prijs’ voor de boeren willen, maar meer productie en betere kwaliteit. Ook individuele boeren met grote plantages zijn bovendien welkom. Door beter te produceren, gaan de boeren vanzelf ook meer verdienen, is de gedachte. Hiervoor moeten de boeren geschoold worden in ‘duurzame’ landbouwmethodes. Duurzaam betekent weliswaar verantwoord, maar niet biologisch. Voorop staan goed snoeien en het gebruik van compost, maar ook het gebruik van kunstmest en zo nodig bestrijdingsmiddelen.

Wereldwijd cacaotekort

Grote cacaokopers als Barry Callebout, Cargill, Mars, Ahold, Unilever en Nestlé investeren niet voor niets in deze vorm van ‘verduurzaming’ van de cacaoteelt. Al ruim tien jaar dalen de opbrengsten doordat de planten en de bodems uitgeput raken. Terwijl de oogsten kleiner worden, neemt de vraag naar chocola wereldwijd toe. Als het blijft gaan zoals nu, is er in 2020 wereldwijd een tekort van 1 miljoen kilo. Imagoverbetering van een merk, door er een duurzaamheidslabel aan te kunnen hangen, is daarbij mooi meegenomen. Maar voor deze sector betekent duurzaam vooral: een gegarandeerde productie van goede bonen voor een zo laag mogelijke prijs.

Ook Nederland heeft belang bij een zo groot mogelijke aanvoer van cacaobonen. Amsterdam is wereldwijd de grootste doorvoerhaven. In Koog aan de Zaan produceren multinationals chocolademassa en cacaoboter.

Vanwege het grote belang voor Nederland steunt de overheid, via de stichting Initiatief Duurzame Handel, organisaties als Solidaridad, die cacaoboeren trainingen geven. Vorig jaar gaf IDH een subsidie van 4 miljoen euro. Het bedrijfsleven betaalde 8 miljoen euro, op een wereldwijde omzet van ruim 81 miljard euro in 2010.

Rubber of palmolie

Maar het trainen van boeren zet niet genoeg zoden aan de dijk. Er moet meer gebeuren, aldus Lucian Peppelenbos, director opleiding en innovatie bij IDH: „Gecertificeerde boeren in Afrika bereiken nu gemiddeld een productieverhoging van 30 procent, dat is bij lange na niet genoeg. Wil de teelt interessant worden voor de boeren en de chocoladefabrikanten, dan praten we over een productieverhoging van 300 procent.”

Steeds meer boeren stappen volgens hem over op de meer lucratieve teelt van rubber of palmolie. Wat nodig is zijn betere rassen, intensievere bemesting en gewasbescherming. Boeren hebben kredieten nodig om daarin te kunnen investeren – en om de tijd te overbruggen die het duurt voordat jonge aanplant produceert. „De structuur in Afrika ontbreekt om dat allemaal op korte termijn te bereiken. Bovendien vergt het zo’n 2.000 euro per boer. Wie dat gaat betalen is nog niet bekend.”

Intussen is het grootste deel van de West-Afrikaanse cacaoboeren nog niet gecertificeerd. Hoewel het aandeel groeit, is het streven van de Nederlandse cacaoverwerkers om in 2020 80 procent, en in 2025 100 procent ‘duurzaam’ te zijn, dan ook niet reëel. Weliswaar lukt certificering waarschijnlijk wel, maar de productieverhoging van 300 procent niet.

Terwijl de grote bedrijven via UTZ certificering een vaste stroom aan productie proberen te garanderen, Max Havelaar in de marge opereert om het inkomen van cacaoboeren te verbeteren en RA het smaldeel aan ecologisch geobsedeerde chocolade-eters afkoopt, blijft het gros van de cacaoboeren arm.