De zin en onzin van een missie naar Mali

Franse soldaten bij Bourem in het noorden van Mali, eerder dit jaar. Half december stemt de Kamer over deelname aan een VN-missie naar het land. Foto AFP

politiek redacteur

Zwitserland. Dat vreedzame land wordt opvallend vaak genoemd in gesprekken over Mali. Vergezeld van een waarschuwing: we moeten niet doen alsof Mali het Zwitserland van Afrika zal worden. Dat bleek de valkuil bij Afghanistan. Om parlementen en bevolkingen van westerse landen te overtuigen dat het een goed idee was daar geld en militairen naartoe te sturen, werd de toekomst van het verscheurde land rooskleurig voorgesteld.

Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) leek opnieuw in die val te trappen bij de aankondiging van de missie naar Mali. Die is geslaagd, zei hij, als het land over een paar jaar „een stevig en fatsoenlijk bestuur” heeft, „geen vrijhavens meer biedt aan Al-Qaeda-achtige terroristen” en „geen snelweg meer is voor criminelen”.

Vandaag hoort de Tweede Kamer deskundigen over de zin en onzin van het plan om zo’n 370 militairen naar Mali te sturen. Half december moet het parlement er definitief mee instemmen. Experts waarschuwen dat verkeerde voorspellingen funest kunnen zijn voor de missie. Niet alleen voor de militairen ter plekke, maar ook voor de verantwoordelijke politici. „We moeten oppassen dat we niet ten onder gaan aan onze zelfgeschapen verwachtingen”, zegt Ko Colijn, directeur van denktank Clingendael.

Generaal-majoor buiten dienst Patrick Cammaert, die diverse VN-vredesoperaties leidde, vreest dat de Tweede Kamer onvoldoende geïnformeerd wordt over wat Nederlandse militairen precies gaan doen in Mali. De brief die het kabinet daarover stuurde was te summier en kan valse beloftes wekken, zegt hij.

Cammaert: „Nederlandse militairen gaan zich vooral bezighouden met het verzamelen van inlichtingen. Maar volgens het VN-mandaat is de voornaamste taak het beschermen van de bevolking. Het kan dus dat ze daarom geweld moeten gebruiken. In de Kamerbrief staat dat de commandant der strijdkrachten per operatie kan kijken of Nederlanders die mogen uitvoeren. Als elk land dat soort restrictieve voorwaarden gaat stellen, wordt het voor de commandant van de VN-missie bijna onwerkbaar.”

Cammaert hoopt dat op twee manieren is geleerd van Afghanistan. Dat niet, zoals bij Uruzgan, wordt gedaan alsof er niet gevochten wordt. En dat de Kamer niet, zoals bij Kunduz, allerlei caveats – beperkingen – oplegt.

Jan Gruiters, van vredesorganisatie IKV Pax Christi, vindt de doelstellingen van het kabinet vaag en ambigu. „Enerzijds gaan we daar, in het belang van Nederland, op mensen jagen om internationaal terrorisme en criminaliteit te bestrijden. En tegelijkertijd moet onze bijdrage helpen de dialoog van verzoening op gang te brengen.” Gruiters vindt het bovendien „een gemiste kans” dat de missie vrijwel exclusief militair is. Terwijl Nederland zich er op laat voorstaan dat het defence, diplomacy en development altijd combineert.

De deskundigen denken wel dat het Nederlandse leger goed is uitgerust voor de missie. De special forces (commando’s en mariniers) zijn de afgelopen jaren veel in Mali en omliggende landen geweest. Defensie doet sinds 2007 mee aan een Amerikaans anti-terrorismeprogramma en aan militaire oefeningen en trainingen in de regio. In de jaarverslagen van de militaire veiligheidsdienst MIVD is de inlichtingenpositie in Mali een vast onderwerp. „Een heleboel lui die gaan, hebben al ervaring daar”, zegt Cammaert. Daarnaast zijn de militairen met vier Apachehelikopters – en Chinese beveiliging – goed beschermd.

De taal kan wel een probleem zijn. De voertaal van de missie is Engels, maar in Mali zelf is dat Frans – niet al te ontwikkeld bij de meeste militairen. In het noorden van het land, waar de inlichtingen verzameld moeten worden, spreekt men Arabisch en lokale dialecten die Defensie niet meteen in huis heeft.

Toch denkt Ko Colijn dat in Mali successen te behalen zijn. „Als er geen doden vallen, af en toe een klap wordt uitgedeeld en hier en daar dankzij onze inlichtingen vooruitgang wordt geboekt. En er moet een beetje schot in het verzoeningsproces zitten. Dan kun je tevreden zijn.”