De wereldorde der spionnen

Eigenlijk zouden we er langzamerhand aan gewend kunnen zijn dat politieke geestverwanten, bondgenoten elkaar bespioneren. In 2007 werd het bestaan van Wikileaks, het initiatief van Julian Assange, bekend. Intussen is hij wereldberoemd en misschien heeft de Amerikaanse regering na alle verontwaardiging en woede zich bij zijn bestaan neergelegd. Vorige week werd in deze krant onthuld dat de NSA ook de trouwe bondgenoot Nederland bespioneert. Dat is begonnen in 1946. Tussen dat jaar en 1968 zijn talloze geheime documenten ingezien. Dat weten we dankzij de klokkenluider Edward Snowden. Opnieuw algemene verontwaardiging. En natuurlijk, het is niet netjes, je vrienden af te luisteren. Toch lijkt het me nuttig eens na te gaan onder welke omstandigheden dat is gebeurd en hoe deze geschiedenis zich heeft ontwikkeld voor we tot een oordeel komen.

In 1946, het eerste jaar van de vrede, was de grondslag voor de nieuwe wereldorde gelegd. Dat gebeurde in 1944, waarin op de topconferentie in Jalta de grote drie – Roosevelt, Stalin en Churchill – in grote trekken de naoorlogse wereld in invloedsferen hadden verdeeld. Een land aanvaardt het politieke systeem waar het leger de macht heeft. Dat is een oude politieke wet. Zo gebeurde het ook na 1945. In de naties die door de geallieerden waren bevrijd, werden democratische verkiezingen gehouden en waar het Rode Leger de nazi’s had verjaagd, werden binnen niet al te lange tijd de communisten de baas, niet door een revolutie maar via een speciale methode die als de salamitactiek bekend is geworden. Telkens werd een plakje van de tegenstander afgesneden, tot hij het opgaf.

Na de oorlog werd duidelijk dat er een nieuwe wereldorde in staat van wording was: die van de Koude Oorlog, met als tegenstanders het Oostblok en de partij die we hier de Vrije Wereld noemden, en de Derde Wereld die voornamelijk bestond uit landen in Afrika en Azië die zich in diverse stadia van dekolonisatie bevonden. De dekolonisatie was een heftig proces dat de ontwikkeling van de naoorlogse wereldorde diep heeft beïnvloed.

Op 17 augustus 1945 werd de onafhankelijke republiek Indonesië uitgeroepen. Dat ging gepaard met veel geweld, waarvan ook Nederlanders het slachtoffer werden. Onze regering stuurde troepen. Het doel was niet alleen de landgenoten te beschermen, maar ook om de kolonie in het gareel te krijgen. Op den duur werd het een leger van omstreeks 120.000 man, dat aan de andere kant van de wereld vier jaar een vergeefse strijd heeft gestreden. Dat is dezelfde periode waarin de Koude Oorlog tot ontwikkeling kwam, terwijl het verwoeste West-Europa aan zijn wederopbouw werkte. Daarover bestond hier diep verschil van politiek inzicht. In Frankrijk en Italië konden de communisten op gemiddeld eenderde van de stemmen rekenen. In 1946 kreeg in Nederland bij de gemeenteraadsverkiezingen de CPN 16 procent van de stemmen. In 1947 werd om de Europese wederopbouw te helpen het Marshallplan ingesteld, de grootscheepse economische hulp.

Onder deze omstandigheden is de NSA zijn spionage in Nederland begonnen. De Amerikanen hadden een rechtvaardiging. We mochten dan in meerderheid betrouwbare democraten zijn, maar als het op de ontluikende worsteling om de macht in de nieuwe wereldorde aanging, verspilden we onze energie aan een vergeefse oorlog in Azië. Geen wonder dat we in Washington werden gewantrouwd. In 1960 werd het nog erger. Toen hebben we, om in het conflict over West-Nieuw-Guinea president Soekarno te imponeren, ons vliegdekschip Karel Doorman gestuurd. Voor de Amerikanen redenen genoeg zich nader in de Haagse raadsels te verdiepen. Intussen zijn alle wereldordes verzwakt en verdwenen. In plaats daarvan hebben we een kwart eeuw internet. We naderen tot de orde van de spionnen.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.