De grote blonde dood

Hoe knus kan euthanasie zijn. Gele rozen uit de tuin op tafel, het gezin op de bank, een spelletje Mens erger je niet. Samen knuffelen, samen huilen. En op het eind van de avond gaat papa weg.

Zo begint Toen ik je zag, waarin actrice Isa Hoes vertelt over haar leven met acteur Antonie Kamerling die in 2010 zelfmoord pleegde. De beginscène is bijna ondraaglijk hartverscheurend. Dat jonge gezin op de bank, wachtend op de dood. En dan schrijft Hoes plots: ‘Ik zou willen dat het zo gegaan was. Maar zo ging het niet.’

Blijkbaar was het dus nóg erger. Die ommezwaai is een sterk effect. De wensdroom staat in cursief, net als latere intermezzi waarin Hoes zich in gedachten tot haar dode geliefde richt. Verder is de bestseller – zeven drukken in twee weken, bovenaan in de CPNB top-10 – vrij van literaire trucs. Het is een levensboek over de grote liefde, die steeds meer wordt overschaduwd door Kamerlings bipolaire stoornis.

Het stel ontmoet elkaar op de set van Goede tijden, slechte tijden, de soap die in één klap sterren van ze maakt, met alle ongemakken van dien. Als Kamerling een potje gaat voetballen, moet de ME hem komen bevrijden van de hordes fans. De toch al in zichzelf gekeerde man kruipt verder in zijn cocon; een van de redenen waarom zijn ziekte welig kon tieren. Hij had nog een sterrenprobleem: hoe meer roem hij kreeg, door films als All Stars, De kleine blonde dood en de musicals Turks Fruit en Sunset Boulevard, des te meer hij leed onder zijn onzekerheid. ‘Bedekt narcisme’ noemt de psychiater het.

Kamerlings ondergang is onontkoombaar. Toch lijkt zijn dood te voorkomen. De acteur werpt zich op rebirthen, shiatsu, voetreflexologie, alexandertechniek, floaten, craniosacraaltherapie. Hij weigert naar een psychiater te gaan, een fatsoenlijke man met een pot lithiumcarbonaat op tafel. Die komt pas als het al te laat is. Je zou Kamerling een slachtoffer van de kwakzalverij kunnen noemen, ware het niet dat een psycholoog en een huisarts ook zitten te slapen.

Hoes vertelde in een interview in de Volkskrant dat Kamerlings dood haar ook opluchting bracht, een nieuw begin. Daarvan is in het boek geen sprake. Ook niet van woede, die zo begrijpelijk zou zijn. Het boek is juist een liefdevolle poging tot verzoening, tot herstel en vereeuwiging van de liefde.

Met de euthanasiescène drukt Hoes het treffend uit: ze had hem zo graag met liefde laten gaan, in plaats van met geweld. Samen, in plaats van in peilloze eenzaamheid.

Wilfred Takken