Bassist McBride speelt rijk, scherp en vol belofte

Als de eerste rij vol zit met Nederlandse jazzbassisten, dan weet je het wel: hier gaat een meester aan het werk. De Amerikaan Christian McBride (41) was eens de boy wonder van de jazzbas, die kwam, zag en overwon onder de hoede van Ray Brown en veel albums maakte met andere grote namen. Hij staat voor een rotsvaste timing en tilt bluesy grooves boven middelmaat uit.

Zijn jonge, veelbelovende trio, met pianist Christian Sands en de drummer Ulysses Owens Jr., bracht onlangs de cd Out Here uit. Het is een gelijkwaardig, met elkaar meewegend jazztrio, dat elkaar aan de leidende hand van McBride vindt in moderne welluidende bop en swing van eigen hand en klassiekers als East of the Sun (and West of the Moon). Dat is, zo bleek gisteren in Rotterdam, geen jazz die een revolutie aankondigt. Maar de bewegingen van deze musici waren vanaf de eerste maten van het soulvolle stuk Ham Hocks and Cabbage rijk, scherp en beloftevol. De muziek zoog binnen, en ontlokte het publiek steeds weer kreten.

Christian McBride toonde zich opnieuw de bassist van het understatement, die zijn technisch kunnen met het grootste gemak – de vingers zó losjes op die taaie bassnaren – ondergeschikt maakte aan zijn fonkelend volle toon. Daarnaast was het drumspel van Owens Jr. zeer opwindend: functionele versiering binnen strakke schema’s met brushes die leken te dansen.

Amanda Kuyper