Boris Johnson wekt woede met rede over nut van ongelijkheid

Het heeft geen nut ongelijkheid tegen te gaan, sommige mensen zijn nu eenmaal dom, en hebzucht is goed. Boris Johnson, burgemeester van Londen, had kunnen weten dat die woorden voor opschudding zouden zorgen.

In een land waar de sociale verschillen nog altijd groot zijn, en de economische tegenstellingen sinds de crisis en bijbehorende bezuinigingen is gegroeid, hoort een politicus niet te zeggen dat ongelijkheid goed is. Zeker niet een politicus van een Conservatieve partij die ervan wordt beschuldigd onvoldoende te weten waar ‘de gewone man’ zich zorgen over maakt, en geen oog heeft wat de kosten voor levensonderhoud zijn.

Johnson vergeleek Britten met cornflakes, waarvan sommige in een pak bovenkomen. „Het is relevant voor een gesprek over gelijkheid dat 16 procent van onze soort een IQ onder de 85 heeft, en 2 procent boven de 130.”

Vicepremier Nick Clegg sprak van „een onplezierig, zorgeloos elitarisme dat suggereert dat we een groot deel van onze medeburgers moeten opgeven”.

Maar pleitte Johnson daar wel voor? Hij wil een terugkeer van de grammar school, gratis staatsgymnasia die mogen selecteren op intellect. Zo zouden ook kinderen van minder vermogende ouders tot de elite kunnen doordringen. Zijn theorie: „Enige ongelijkheid is goed voor het gevoel van afgunst, en niet bij de buren willen achterblijven, en dat is, net als hebzucht, een waardevolle prikkel voor economische activiteit.”