91 hiv-stammen heersen in Nederland

Er is weinig bijmenging van buitenlandse hiv-stammen in nieuwe Nederlandse besmettingen

Dezelfde stammen van het hiv-virus die in de jaren tachtig van de vorige eeuw homoseksuele mannen ziek maakten, worden tot op de dag van vandaag overgedragen tussen mannen in die gemeenschap. Dat blijkt uit moleculair onderzoek van Daniela Bezemer van de Stichting Hiv Monitoring in Amsterdam. Bezemer identificeerde 91 stammen die hardnekkig blijven circuleren, zo meldde ze op een recent hiv-congres in Amsterdam.

Bezemer vergeleek de Nederlandse hiv-stammen met de gegevens uit een internationale databank, en daaruit blijkt dat er weinig buitenlandse bijmenging of verspreiding van hiv naar elders is. „De hiv-epidemie onder mannen die seks hebben met mannen is lokaal geworden”, zegt Bezemer. De helft van de nieuwe infecties komt uit de regio van Amsterdam.

„Tenminste de helft van de infecties komt uit zo’n netwerk”, zegt Bezemer. Het gaat om netwerken in biologische zin, benadrukt zij, „we zien dat het virus van de een naar de ander wordt doorgegeven, maar deze mensen hoeven elkaar natuurlijk niet eens te kennen.”

Jaarlijks testen ongeveer duizend Nederlanders positief op een hiv-test, 700 tot 750 daarvan zijn mannen die seks hebben met mannen (MSM). Hoewel het aantal diagnoses onder MSM tussen 35 en 45 jaar oud daalt, stijgt dat juist bij MSM van 25 jaar en jonger en bij MSM boven de 55 jaar. Dat is zorgelijk, vindt Bezemer. „Het gaat mogelijk om mannen die net uit de kast komen, die zijn kwetsbaar en nog zoekend hoe ze met hun seksualiteit moeten omgaan. Maar het gaat ook om oudere mannen die terugvallen in hun oude risicogedrag.”

Het onderzoek van Bezemer illustreert hoe de hiv-preventie in de homogemeenschap heeft gefaald. Campagnes voor veilig vrijen en de noodzaak om zich regelmatig te laten testen hebben het virus niet voldoende kunnen stoppen. Ook de introductie van de combinatietherapie tegen hiv heeft de epidemie niet klein kunnen krijgen, terwijl de therapie de kans om het virus over te dragen op partners sterk verkleind.

Uit studies blijkt dat risicogedrag onder homoseksuele mannen (onbeschermde seks met wisselende partners) de laatste jaren weer toeneemt, zowel onder seronegatieve als seropositieve mannen. Eerder nam dat af door de angst voor aids, maar met de komst van de combinatietherapie is het aantal mensen dat aan aids overlijdt drastisch gedaald. Je kunt nu met hiv blijven leven.

Bezemer maakte een stamboom op basis van de genetische structuur van het polymerasegen van hiv. Ze weet alleen in welk ziekenhuis de bloedmonsters zijn afgenomen, voor de rest is het materiaal anoniem. Daarom kunnen de gegevens niet gebruikt worden voor het opsporen van mensen die het virus blijven overdragen.

Om de impasse te doorbreken zouden mensen uit de risicogroepen doordrongen moeten worden van het belang om zich regelmatig te laten testen op hiv. Door hen bij een positieve uitslag meteen te behandelen zou de keten van circulerende hiv-stammen doorbroken kunnen worden. Dat is ook de strategie die de Stichting Soa Aids Nederland deze maand in haar meerjarenplan ontvouwde: meer en makkelijker testen; alleen het promoten van condoomgebruik is niet voldoende.

Op genetisch niveau blijkt dat de hiv-stammen die circuleren onder Nederlandse druggebruikers, homoseksuele mannen en hetero’s duidelijk verschillen; ze zijn grotendeels zichtbaar als aparte takken aan de evolutionaire stamboom in de verwantschapsmodellen. Blijkbaar overlappen deze groepen niet veel.

Overigens blijkt dat de hiv-epidemie bij intraveneuze druggebruikers in Nederland wel succesvol de kop is ingedrukt. Het aantal nieuwe infecties in deze groep neemt drastisch af, mede dankzij de campagnes voor schone naalden en methadonverstrekking.